Een abnormale plek waar de mensen de hele tijd praten

‘Denkend aan Holland zie ik...’, dichtte Marsman. Wat zien bijzondere buitenlandse waarnemers als ze denken aan hun eigen land? In een serie gesprekken vandaag deel 1: de Israëlische schrijver Eshkol Nevo....

Denkend aan Israël zie ik?

‘De rij voor de paspoortcontrole op het vliegveld van Tel Aviv. Dat is echt het eerste waar ik aan denk, niet aan landschappen of rivieren. Ik denk aan mensen. Het meisje dat de paspoorten stempelt. De mensen die met elkaar praten. De hele tijd maar praten. In Europa houdt iedereen zijn mond in de rij . Hier gaat het meteen van: waar ben je geweest, wat heb je gedaan, wat heb je gekocht, hoe duur was het? Vaak hoor ik buitenlanders klagen over Israëli’s, dat ze altijd zo schreeuwen. Maar ik denk: hier ben ik thuis.’

Eshkol Nevo is schrijver. Zijn tweede roman – een bestseller in Israël – is pas vertaald in het Engels onder de titel World Cup Wishes (WK-wensen). Het boek legt trefzeker de belevingswereld bloot van de generatie die in militaire dienst zat tijdens de eerste intifada, eind jaren tachtig. Zij die nu de veertig naderen en hun tijd verdelen tussen carrières en kleuterscholen.

Tijdens de WK-finale van 1998 zetten vier jongemannen op papier hoe ze hopen dat hun leven er bij de volgende WK-finale zal uitzien. De een hoopt met zijn grote onmogelijke liefde samen te zijn, de ander hoopt een bijdrage te hebben geleverd aan sociale verandering, de derde hoopt een boek te hebben geschreven en de laatste hoopt een centrum voor alternatieve therapie te hebben geopend.

Geen van hen heeft het over vrede of de Palestijnen. En zoals dat in Israël is: ook als het er niet over gaat, gaat het er stiekem toch over. Het wegdrukken van de ‘toestand’ is het thema van World Cup Wishes. Opvallend daarbij is dat het de vrouwen zijn die de moeilijke vragen stellen.

In uw roman vraagt Ya’ara aan haar ex Yuval waarom ze eigenlijk in Israël blijven. Hij antwoordt: omdat onze vrienden hier zijn. Geldt dat ook voor u?

‘Wij hebben een ingewikkelde verhouding met ons land. Dit is een plek die in een en dezelfde week – en soms zelfs op dezelfde dag – trots én schaamte bij je oproept. Je kunt je er sterk verbonden mee voelen, en daarna de drang hebben om weg te gaan. Denk aan al die dienstplichtigen die na het leger op reis gaan. Eerst gaan ze in het leger, en dat doen ze omdat ze deel willen uitmaken van het land. Maar op het moment dat ze uit dienst komen, willen ze weg en nergens meer deel van uitmaken.

‘Soms vraag ik mezelf af waarom ik toch op een plek moet wonen die me zo ambivalent doet voelen, waarom kan het niet eenvoudig zijn? Iedereen heeft zijn eigen antwoord waarom hij blijft. Vriendschap is er voor mij zeker één van.’

Voor vriendschap gebruiken de personages in het boek metaforen als een reddingsvlot op de oceaan of een oase in de woestijn. Vriendschap om te overleven?

‘Nee en ja. Als ik vanavond met mijn vrienden naar een WK-wedstrijd ga kijken, zijn we niet bezig te overleven. Maar met wat meer afstand bekeken, creëren vriendschappen een gevoel van normaliteit op deze abnormale plek. Een eiland van verbondenheid.

‘Op zichzelf is dat niet uniek voor Israël. Pas was ik in Berlijn en daar stuitte ik ineens op honderden mensen die in het wit gekleed gingen en op straat zaten te dineren aan van thuis meegenomen tafeltjes. Ik vroeg wat er aan de hand was. Iemand zei me dat ze bij de Facebook-groep ‘Diner in het wit’ hoorden. Twee uur van te voren kregen ze een sms met de boodschap waar ze samenkwamen en dat ze stokbrood mee moesten nemen. Mensen zoeken naar gemeenschapsgevoel.

‘Wat anders is in Israël, is dat het leven hier vreselijk hard voor je kan zijn. Fysiek beangstigend. Misschien zijn wij daarom nog meer op zoek naar een gevoel van verwantschap.

‘Tijdens die verschrikkelijke aanval op de hulpschepen voor Gaza was ik in Berlijn, en het was zo anders om zoiets daar te ervaren. Het had nooit mogen gebeuren, dat was me van afstand meteen duidelijk. Maar als je in Israël bent, werkt het gemeenschapsgevoel als een pijnstiller. Met je vrienden om je heen is het net of je Advil hebt geslikt. Je vergeet wat er is gebeurd omdat het te pijnlijk is om er iets mee te doen.

‘In Berlijn had ik die beschermingslaag niet. Boos kwam ik terug. Dan blijkt dat iedereen hier gewoon zijn leven is blijven leiden. De kinderen moeten van de crèche worden gehaald, dat is al genoeg stress.’

Opvallend aan de vriendengroep in World Cup Wishes is dat ze elkaar niet kennen uit hun diensttijd. Toeval?

‘Nee, zeker niet. In het Israëlische dagelijkse leven is dat heel gewoon, alleen in boeken en films is het bijna nooit beschreven. De Israëlische legervriendschap is een cliché. Het gold nog voor de generatie van mijn vader, die heeft gevochten in de Zesdaagse Oorlog van 1967 en in de Jom Kippoer-oorlog van 1973. Toen kwamen ze uit het leger met een gevoel van trots, of in ieder geval met het idee dat het zinvol was wat ze hadden gedaan. Voor mijn generatie was de eerste intifada feitelijk de belangrijkste militaire ervaring, en daar kwam je niet trots van terug.’

Twintig jaar na het begin van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden in 1967 groeide er voor het eerst een generatie op die aan den lijve ondervond dat Israël een militaire bezetting uitvoerde. ‘Ik was voor mijn diensttijd nooit in de bezette gebieden geweest’, zegt Nevo. In World Cup Wishes denkt Yuval met afgrijzen terug aan de WK-finale van 1990. Hij bekeek die in de woonkamer van een Palestijns gezin in Nablus. De soldaten sloten de familie op in een zijkamer, terwijl zij op de bank naar het voetbal op de televisie gingen kijken.

Eshkol Nevo is de kleinzoon van Levi Eshkol, de Israëlische politicus die premier was tijdens de Zesdaagse Oorlog en het begin van de bezetting. Hij overleed in 1969. Twee jaar later vernoemde zijn jongste dochter haar zoon naar hem: Eshkol.

‘Er is een mooi verhaal over hem. Maar zoals dat met mooie verhalen gaat weet ik niet of het waar is. Na afloop van de Zesdaagse Oorlog ging hij met militaire commandanten naar de Palestijnse Westelijke Jordaanoever en liet zich fotograferen terwijl hij het V-teken maakte. Mensen vroegen hem waarom hij dat deed. En hij zei: ‘Het is niet de V van victory, maar van vi kricht men aroys.’ Dat is Jiddisch voor: hoe komen we hier in hemelsnaam weer uit.

‘Toch denk ik dat zijn generatie niet begreep dat de bezetting een vloek was en geen zegen. Tijdens voorleesavonden komen er wel eens ouderen op me af die hem hebben gekend. Hij is een tijdje weduwnaar geweest en had toen nogal wat vriendinnen. Dan komen er dames naar me toe, van wie je ziet dat ze vroeger mooi moeten zijn geweest, en die zeggen dan omzichtig dat ze goede herinneringen aan hem hebben.

‘We hebben nu tien jaar van politieke stagnatie, sinds de mislukking van het vredesproces. Het gaat geen kant op. Het is triest dat terwijl de Amerikanen en de Britten leiders kiezen die praten over verandering en bouwen aan de toekomst, wij leiders hebben gekozen die meteen begonnen over angst en dat de hele wereld tegen ons is. Praten over de toekomst lijkt wel een taboe in Israël. Het is zorgwekkend, een van de grootste problemen van onze samenleving. Je kunt het verleden niet negeren, maar je moet het ook niet laten heersen over de toekomst.

‘Daarom schreef ik dit boek over wensen. Veel Israëli’s denken dat het geen zin heeft om iets te wensen op deze abnormale plek, omdat je zeker weet dat er weer iets tussenkomt. Maar een wens die je opschrijft, kan een drijvende kracht achter je leven worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden