InterviewEdward St Aubyn

Edward St Aubyn heeft zichzelf bevrijd van zijn alter ego Patrick Melrose

Edward St Aubyn over zijn nieuwe roman: ‘Het is hoopvoller en ook minder ironisch.' Beeld Thomas Karlsson / HH
Edward St Aubyn over zijn nieuwe roman: ‘Het is hoopvoller en ook minder ironisch.'Beeld Thomas Karlsson / HH

Edward St Aubyn schrijft om los te breken. Met zijn Patrick Melrose-romans ontsnapte hij uit de gevangenis van zijn afkomst. In zijn nieuwe roman Dubbelblind vormt niets minder dan ons wereldbeeld de gevangenis.

Edward St Aubyn wil het toch even gezegd hebben. ‘Ik kan mijn nieuwe roman niet zien als ‘geen boek over Patrick Melrose’, voor mij is het Dubbelblind. Maar ik weet zeker dat er lezers zijn voor wie het vooral dat is: geen Melrose-boek.’

Patrick Melrose is de getroebleerde hoofdpersoon van de vijf autobiografisch geïnspireerde romans die de Britse schrijver wereldfaam bezorgden. De cyclus beschrijft een jeugd getekend door seksueel misbruik, een vlucht in drugs en alcohol, de moeizame weg naar een normaal leven. Met veel zwarte humor en ironie schetst St Aubyn een ontluisterend beeld van de Britse upper class. De serieverfilming met Benedict Cumberbatch kreeg twee Bafta-awards.

‘Jarenlang werden die boeken nauwelijks opgemerkt. Tot Moedermelk verscheen in 2006 en ze, vreemd genoeg, ineens enorm populair werden. En nu is het de vraag of lezers en recensenten het nog accepteren als ik over iets anders schrijf.’

Zeven jaar werkte St Aubyn (1960) aan Dubbelblind, waarin hij een ontzaglijke hoeveelheid wetenschappelijke kennis verwerkte: van microbiologie en epigenetica tot filosofie en psychiatrie. ‘Een groot deel van die periode ging op aan onderzoek. Ik ben min of meer een autodidact en heb alles door echte wetenschappers laten controleren, om zeker te weten dat er geen fouten in stonden.’

In gesprekken en interne monologen laat St Aubyn de personages uitgebreid reflecteren op wat hen bezighoudt. Ecoloog Francis leidt een verwilderingsproject op een Brits landgoed en maakt zich zorgen over het klimaat. Zijn geliefde Olivia doet onderzoek naar genetische invloeden op gangbare ziekten. Durfinvesteerder Hunter Sterlington is vooral geïnteresseerd in gentechnologie die hem rijk kan maken.

‘Hopelijk ligt de wetenschappelijke laag er niet te dik bovenop. Ik heb geprobeerd de wetenschap te verweven met het verhaal. Alle personages zijn er op de een of andere manier mee in dialoog, zoals we dat in zekere zin allemaal zijn, vooral tijdens deze pandemie. Wetenschap komt door de voordeur ons leven binnen, en we worden gedwongen ons ertoe te verhouden.’

Zelf raakte hij in december besmet met corona – zijn boek was gelukkig net af. Nu leeft hij in een post-viral waste land, verzucht St Aubyn met prachtig posh accent. Werken lukt nog steeds niet, maar zo’n interview, dat gaat wel. Per telefoon, want de schrijver doet niet aan videobellen.

Wie is Edward St Aubyn?

De Brit Edward St Aubyn (61) werd bekend met de vijf romans die hij schreef rond het personage Patrick Melrose. In de boeken vertelt hij het op persoonlijke ervaringen geïnspireerde verhaal van een jongeman die opgroeit in een upper class milieu, als klein kind door zijn vader seksueel wordt misbruikt, aan heroïne verslaafd raakt en uiteindelijk de ellende overwint door schrijver te worden. In 2018 werden de boeken verfilmd als de tv-serie Patrick Melrose, met Benedict Cumberbatch in de hoofdrol. Moedermelk, een van de vijf Melrose-romans werd genomineerd voor de Man Booker Prize.

Veel van uw personages zijn sceptisch over wetenschappelijk onderzoek. Zo heeft Olivia’s studievriendin Lucy haar twijfels bij de dubbelblinde methode, met placebo’s en controlegroepen. Ze vindt dat die de wetenschap zelfs kan ondermijnen. Denkt u dat ook?

‘Ja, in zekere zin wel. Ik verzet me vooral tegen het idee dat het een universele methode is die je op elk vakgebied kunt toepassen. Natuurlijk hebben we dubbelblinde tests nodig om te onderzoeken of een nieuw medicijn werkt, maar ook daarbij is de methode niet zaligmakend. Er kunnen altijd factoren meespelen die niet in aanmerking zijn genomen in een onderzoek, en dan is er nog het probleem van de resultaten: hoe interpreteer je die?

‘In Groot-Brittannië is er op dit moment een enorm experiment aan de gang: de tweede covidvaccinatie wordt pas na twaalf weken gegeven, in plaats van na de voorgeschreven drie. Alleen is er geen controlegroep en doet de hele bevolking mee. Dat is ontzettend spannend, natuurlijk. En het laat zien dat de wetenschap in bepaalde opzichten verandert: de werkelijkheid dwingt ons af te wijken van de dubbelblinde standaard.’

Ook psychotherapeut Martin Carr heeft zijn twijfels bij de gangbare methoden. In zijn gesprekken met de schizofrene Sebastian is hij heel bewust bezig met het duiden van zijn woordkeuze, zijn metaforen en anekdotes. Waarom?

‘Psychiatrie kan de symptomen van geestesziekten behandelen, maar de oorzaken neem je er niet mee weg. Ik geloof dat je met een interdisciplinaire aanpak veel verder komt. Martin Carr doet Sebastians ‘wartaal’ niet af als een symptoom, maar probeert haar te interpreteren: door de symbolen in zijn taal te ontrafelen, komen ze dichter bij de waarheid. Zelf noemt Sebastian psychoanalyse ergens ‘een mengeling van wetenschap en kunst’. Ik denk dat dat helemaal niet gek is.’

Sebastian verlangt ernaar om, in de woorden van Freud, ‘gewoon ongelukkig’ te zijn, of in elk geval niet meer ‘buitengewoon ongelukkig’. Is dat waar we naar moeten streven? Is dat waar u naar streeft?

‘Als hoogste doel in het leven klinkt het misschien teleurstellend: gewoon ongelukkig worden. Het is het tegenovergestelde van de Amerikaanse versie van geluk: een stabiele toestand waarin je het lot volledig in eigen hand hebt. Maar volgens mij is gewoon ongelukkig worden een geweldige prestatie. Wat je moet zien te bestrijden, is het wrede, buitengewone ongeluk dat Sebastians leven vergalt.’

Geluk is volgens u te veel gevraagd?

‘Ik denk het wel. Als je geluk nastreeft, moet je ook erkennen dat je het op dat moment niet bezit. En als je het eenmaal hebt ervaren, blijf je daarna voor eeuwig op zoek naar de herhaling van dat ene moment dat volgens jou de bron van het geluk was.

‘Nee, dan zie ik geluk liever als iets wat me soms ineens toevalt, als een vluchtig, onverwacht geschenk. Als dat gebeurt, probeer ik er gewoon zo veel mogelijk van te genieten. Dus volgens mij is het niet te veel gevraagd om te verwachten dat je af en toe een moment van geluk beleeft, maar ik denk dat het absurd is om het als doel na te streven. In elk geval voor mensen zoals ik.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Ik kan uiteraard niet voor iedereen spreken. Misschien zijn er mensen die wel volmaakt gelukkig kunnen worden of dat al zijn. Daar wil ik natuurlijk niets aan afdoen. Alleen heb ík zo iemand nog nooit ontmoet.’ Een bulderende lach. ‘Zelf ben ik altijd vooral bezig geweest om me te bevrijden van teleurstellingen, neurosen, neerslachtigheid – allemaal overduidelijke belemmeringen voor een harmonieus bestaan.’

In de roman lijken drugs een manier om barrières te doorbreken. Is dat een belangrijk thema voor u?

‘Zakenman Hunter is op een ongezonde manier bezig met drugs en in de loop van de roman beseft hij dat zelf ook. De psychedelica die Francis gebruikt, vind ik een ander geval. Dit soort drugs biedt geen garantie op een bepaald resultaat: een gevoel van kalmte, energie of wat dan ook. Ze hebben simpelweg een ontremmende werking, waardoor je wordt geconfronteerd met wat er omgaat in je geest. Dat kan heel aangenaam zijn, maar ook heel heftig.

‘Psychedelica zorgen ervoor dat de grenzen tussen jezelf en de wereld vervagen, dat vind ik interessant. Het objectieve en het subjectieve gaan in elkaar overlopen en dat zorgt voor vervreemding; allemaal belangrijke thema’s in deze roman.’

U laat allerlei ideeën en theorieën aan bod komen. Wat brengt al die zaken bij elkaar?

‘Alles wat ik schrijf, komt voort uit de drang om los te breken. Het is een gevoel van ongemak, van gevangenschap. Alleen is het soort gevangenis in de loop van de tijd veranderd. Bij de Melrose-romans ging het om familie en sociale klasse. Dit keer was de gevangenis grootschaliger, minder persoonlijk: ik had het gevoel dat ik moest losbreken uit ons reductionistische, materialistische wereldbeeld.

‘Dit boek is niet zomaar ontstaan uit intellectuele interesse. De aanleiding was veel urgenter en emotioneler. Ik had echt het gevoel dat er iets niet klopte aan wat ik had geleerd over de werkelijkheid en onze geest. Deze roman is mijn poging daaraan te ontsnappen.’

Waarom schrijft u romans?

‘Ik weet het niet, ik kan niet anders. Vroeger wilde ik graag dichter worden, tot ik al mijn gedichten kwijtraakte bij een verhuizing. Ik was zo overstuur dat ik nooit meer poëzie heb geschreven. Later ontdekte ik de roman en daar heb ik het bij gehouden. Het is een geweldige vorm, zo flexibel. Je hoeft je nooit tot één perspectief te beperken.

‘Daarom vind ik het ook zo moeilijk om interviews te geven over mijn werk: de antwoorden zijn als het ware verdeeld over de personages. Soms is er helemaal geen antwoord, ook niet in het boek. En nu word ik ineens geacht antwoorden te hebben. Terwijl het aangename van romans schrijven nu juist is dat je allerlei standpunten kunt innemen. Je kunt dubbelzinnig blijven, op een heel natuurlijke manier. Daar houd ik van.’

Uw Melrose-romans zijn een enorm succes geworden. Heeft dat invloed gehad op uw werk?

‘Het schrijven zelf is precies zoals het altijd is geweest. Ik maak geen plannen of schema’s, ik heb geen idee waar het naartoe gaat, vaak gooi ik hele stukken weg en begin ik opnieuw. Het is nog altijd een precair proces. Soms denk ik dat ik beter helemaal kan stoppen, grow a beard and change my name. Even later kan ik denken dat ik toch best een aardige zin heb geschreven.

‘Wat wél is veranderd, is wat er gebeurt als het af is. Als er nu een boek van mij verschijnt, zijn er allerlei verwachtingen. Lezers en recensenten hopen dat ik schrijf over dingen die ze al kennen, waaraan ze eerder plezier hebben beleefd. Maar het is niet alsof ik een keus heb: ik moet mijn verbeelding volgen.’

Beleeft u plezier aan het schrijven?

‘Als ik aan het werk ben, voel ik vooral spanning, twijfel, angst. Maar soms zegt een van de personages iets grappigs en barst ik in lachen uit, omdat het dan net is alsof iemand anders een goede grap maakt. Zoals ik ook kan genieten van beelden of vergelijkingen die zomaar in me opkomen. Dat was nou gul van mijn verbeelding, denk ik dan.

‘Ik herlees niets tijdens het schrijven, alleen de pagina waar ik op dat moment aan werk. Als het klaar is, begin ik van voren af aan en schrap ik vaak nog hele passages, vol schaamte en ergernis. Maar soms herlees ik iets en denk ik: goodness, wie heeft dat geschreven? Zolang ik me er niet verantwoordelijk voor voel, kan ik ervan genieten.’

Voor dit interview sprak ik met Nicolette Hoekmeijer, al meer dan twintig jaar uw vaste vertaler in Nederland. Het viel haar op dat Dubbelblind hoopvoller lijkt dan uw eerdere werk.

‘Nicolette heeft gelijk. Ik ben blij dat je het zegt, daar heb ik nog niemand over gehoord. Ik denk dat veel lezers afgeleid zijn door de verandering van onderwerp. Niet dat die niet belangrijk is, maar de verandering van toon is misschien nog opvallender. Dubbelblind gaat over mensen die betrokken zijn bij elkaar en bij de wereld. Het is een boek over vriendschap en medeleven, over het vinden van oplossingen voor de problemen van onze tijd.

‘Het is dus hoopvoller en ook minder ironisch. Natuurlijk zit er wel ironie in, want het is nu eenmaal moeilijk om niet af en toe ironisch te zijn, maar ze is niet zo alomtegenwoordig. Ik geef openlijk om deze personages en de personages geven openlijk om elkaar.

‘Paradoxaal genoeg voelde ik me bij het schrijven van Dubbelblind kwetsbaarder dan bij de Melrose-romans. In die boeken gaf ik me emotioneel helemaal bloot, maar retorisch bleef ik me verschuilen achter de ironie. In dit boek geef ik alle verdediging op. Dat voelt heel eng en het is aan de lezer om een oordeel te vellen. Maar ik kan in elk geval zeggen dat elk woord gemeend is.

‘In Dubbelblind zit geen alter ego, zoals Patrick Melrose dat in bepaalde opzichten was. Er is ook geen slechterik, geen David Melrose of Nicholas Pratt. De wereld is in dit boek veel gelijkmatiger geworden.’

Is uw wereld ook gelijkmatiger geworden?

‘Ja, zeker. Dat hoop ik althans. Mijn houding ten opzichte van de wereld is enorm veranderd sinds mijn jeugd, die me nu heel ver weg lijkt. In mijn pogingen daarvan los te komen, ben ik in een volgende val gelopen. Ik wilde me ervan bevrijden door de Melrose-boeken te schrijven, maar nu moet ik me bevrijden van de Melroses.

‘Volgens mij is dat iets natuurlijks: wat eerst een grote doorbraak of prestatie leek, verandert vroeg of laat in een nieuwe gevangenis, waar je dan weer uit moet breken. Ik ben blij dat ik die boeken heb geschreven, maar nu wil ik me in een andere wereld begeven, een wereld die dichter staat bij wie ik nu ben. Dat is Dubbelblind.’

Edward St Aubyn: Dubbelblind. Uit het Engels vertaald door Nicolette Hoekmeijer. Prometheus; 288 pagina’s; € 22,50.

null Beeld uitgever
Beeld uitgever
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden