RecensieTheater

Edward Albee’s In wankel evenwicht krijgt, met wisselend succes, een opmerkelijk lichte toets mee van Maren Bjørseth ★★★★☆

Wat een doeltreffend mooi en sterk gedoseerd acteren van Malou Gorter.

Theater

In wankel evenwicht  ★★★★☆

Van Edward Albee. Door Toneelschuurproducties en ITA 2. Regie Maren E. Bjørseth. 30/3, Toneelschuur, Haarlem. Tournee.

Malou Gorter als Agnes in In wankel evenwicht.Beeld Sanne Peper

‘Wat wij op de ­bodem van ons glas zien, is meestal droesem.’ Dat ene zinnetje zegt eigenlijk alles over de personages die Edward Albee in zijn toneelstuk In wankel evenwicht (A ­Delicate Balance, 1966) heeft samengebracht. Agnes, de vrouw des huizes, mompelt het bijna achteloos, als ze om zich heen kijkt en ziet hoe haar huisgenoten opnieuw een glas sterke drank inschenken. Samen met haar man Tobias en haar alcoholische zus Claire wonen ze in een fraaie doorzonbungalow met grote tuin. 

Los van de ontembare drank wordt het huiselijk geluk – voor zover daarvan al sprake is – verstoord door de onaangekondigde komst van een bevriend stel; Harry en Edna. Die twee zijn bevangen door angst, waardoor ze hun eigen huis niet meer in durven en om onderdak komen vragen. ­Tenslotte keert ook de tamelijk hysterische dochter Julia terug naar haar ouderlijk huis, nadat haar vierde ­huwelijk is mislukt. De herberg is vol, zo wordt droogjes geconstateerd.

Aldus schetst Albee de contouren van psychologische oorlogsvoering op huiskamerformaat, die naar het eind toe steeds duisterder wordt. Met de komst van het stel, sluipt ook de angst voor het onbekende bij het aangeharkte leven van Agnes en Tobias zelf binnen. Net zoals in Albee’s Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1962) zijn het de buitenstaanders die hier de zaak op scherp zetten. Maar In wankel evenwicht is minder wijdlopig, compacter, en zeker ook absurder. Dit stuk gaat over geborgenheid als primaire ­levensbehoefte, iedereen eist letterlijk zijn eigen kamer op.

‘Ons leven is als een groen berglandschap, zonder bergen en dalen’, signaleert Agnes droogjes, maar dat is schone schijn. Meteen al in het begin ontvouwt ze haar onheilszwangere levensvisie. Ze heeft angst voor alles en iedereen: voor ouder worden, aftakelen, voor alles wat vreemd is, en vooral om gek te worden. In wezen lijdt zij aan een onderhuidse doodsangst, die ze maskeert door haar ­cynisme en inktzwarte humor. 

Scène uit In wankel evenwichtBeeld Sanne Peper

Malou Gorter speelt Agnes meesterlijk, op laconieke, ondramatische wijze, maar ook verbeten in haar ­poging haar verdriet en ergernis te onderdrukken. Godallemachtig, wat is dat doeltreffend mooi en sterk gedoseerd acteren! Halverwege het stuk blijkt dat zij en Tobias worstelen met een groot verdriet uit het verleden: hun zoontje Teddy is jong overleden, waardoor hun relatie in zwaar weer belandde. De rimpelloze wapenstilstand waarin ze nu leven is het hoogst haalbare, en juist dat dreigt ernstig verstoord te worden.

Dit alles wordt helder getoond in deze door Maren E. Bjørseth geregisseerde coproductie van Toneelschuur en ITA-2. De Noorse theatermaker heeft haar spelers een opmerkelijk lichte toets meegegeven. Dat werkt dus uitstekend bij Gorter (met haar opvallende Elizabeth Taylorpruik), maar ook Hajo Bruins (Tobias) is bijna zombie-achtig dolend. Als hij tegen het eind in een emotionele achtbaan belandt, pakt hij huilend en lachend tegelijk uit. 

Moeite had ik echter met de wel erg karikaturale wijze waarop Janneke Remmers zus Claire speelt: als een dronken lor uit het lesboekje Hoe speel ik een dronken lor? Telkens naar de fles grijpend, wijdbeens en ordinair. Jammer ook dat het vriendenpaar Harry (Thomas Cammaert) en Edna (Emma Josten) veel te jong ­gecast is. Zij zouden het spiegelbeeld van Agnes en Tobias moeten vormen, misschien zijn zij er zelfs een afsplitsing van: niet voor niets is hun ­kleding een variant op dat van hen. Uiteindelijk beseffen Agnes en Tobias dat met hun gasten ook een dodelijke ziekte, de pest, de dood, hun huis is ingekropen. Albee’s stuk eindigt dan ook meedogenloos.

Soms zet Bjørseth de handelingen stil en ontstaan bijna Edward Hopper-achtige momenten van eenzaamheid. Dan weer gaan de remmen los, en wordt Albee’s taalbolwerk aan­genaam onderbroken met licht- en ­geluidseffecten. Het decor is groots, wijds en open, heel anders dan Albee zelf voorschreef, namelijk een huis vol dichte deuren. De tuin ligt ­bezaaid met dode herfstbladeren.

‘Alles spreekt vanzelf, maar niemand luistert’. Het laatste woord is aan Agnes, die haar leven omschrijft als een verblijf in droeve duisternis. In haar tuin zal nooit meer een boom in bloei staan, en toch put ze hoop uit een nieuwe dageraad, dat bevrijdende moment waarop de demonen van de nacht worden verdreven. ­Totdat de avond weer zal vallen.

Nog meer Albee

Who’s Afraid of Virginia Woolf? is Edward Albee’s meest gespeelde toneelstuk, en het Nederlandse theater heeft daarin een rijke traditie. De laatste jaren speelden onder meer de acteurskoppels Porgy Franssen-Olga Zuiderhoek, Linda van Dyck-Victor Löw en Carine Crutzen-Warre Borgmans de rollen van Martha en George. Ook theatergroep Dood Paard kwam met een eigen versie van het stuk, met Manja Topper en Kuno Bakker. Vanaf 5 april wordt die bejubelde productie hernomen. ‘Een verschrikkelijk goede voorstelling. En alles treft doel: in volle overtuiging richting ondergang’, schreef ik in 2013 in de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden