Eden is teleurstellend vlak

De groots opgezette roman van Marcel Möring, die twee vertellingen en diverse genres combineert, grijpt nooit aan. Het lukt de schrijver niet of nauwelijks met écht interessante beelden of observaties te komen.

Beeld Hollandse Hoogte

Schrijvers wier oeuvre steeds om dezelfde thema's draait worden vaak aanbeden om de monomanie, om de authenticiteit van hun obsessie. Hij (meestal hij) schrijft eigenlijk steeds hetzelfde boek, denk aan Modiano of Philip Roth. Je kunt dat ook als een teken van onvermogen zien. Heeft de schrijver het nog steeds niet kunnen zeggen, na duizenden bladzijden? Is het geen zelfmythologisering? Is vernieuwing niet een belangrijk onderdeel van het kunstenaarschap?

Marcel Möring is zo'n auteur die blijft terugkeren naar dezelfde thema's en motieven, al zoekt hij steeds naar een andere vorm. Het leven als 'exodus en odyssee', daar draait het bij hem om, de 'thuisloosheid' van de Jood. In boeken als Mendels erfenis, Het grote verlangen en In Babylon is de ontheemding zowel letterlijk (diaspora) als mentaal. De personages worstelen met het Joodse verleden van hun ouders, zijn daarvoor op de vlucht, in ontkenning of repressie.

Zijn nieuwe roman Eden (het sluitstuk van een danteske trilogie, voorafgegaan door Dis en Louteringsberg) vormt geen uitzondering. De woorden 'exodus en odyssee' worden hier uitgesproken door een freudiaans psychiater, een personage dat we al kennen sinds Mörings debuut: Mendel Adenauer.

fictie

Marcel Möring
Eden
De Bezige Bij;
400 pagina's; €19,90.

Mendel probeert 'een handjevol in de knel geraakte mensen te genezen van de pijn van het verdreven zijn', maar lijdt aan dezelfde ontheemding als zijn patiënten, als laatste overlevende van een Joodse familie. Heeft het wel zin om iemand proberen te genezen, vraagt hij zich af. Wat levert het op, dat 'lenigen van individueel leed'? Moeten we ontheemding niet omarmen als creatieve kracht? 'De scheppingsgeschiedenissen die ten grondslag liggen aan zoveel culturen reppen bijna allemaal van vlucht, van exodus, van odyssee.'

De vertelling over Mendel, die steeds minder afstand kan bewaren tot zijn patiënten, wordt afgewisseld met het relaas van een naamloze 'wandelende Jood', die geboren is in een naamloos bos en van daaruit een levenslange zwerftocht begint over de halve wereld. Een odyssee in middeleeuwse traditie en setting, met magische elementen. De Jood ontwikkelt zich tot een verteller van verhalen, want door verhalen leren we de waarheid kennen (de kracht en het belang van verhalen is het standaardriedeltje van romanschrijvers).

Eden is een groots opgezette roman: hij omspant eeuwen en vele werelden, heeft tientallen personages, combineert meerdere genres. Behalve de twee vertellingen is er ook zogenaamd wetenschappelijk bronmateriaal opgenomen, facsimile's van oude joodse geschriften, dagboekfragmenten. De bladspiegel van de proloog heeft de vorm van een boom en is in groene letters gezet.

Maar deze 'experimentele' gedeelten zijn vooral pretentieus in vorm, want de inhoud is teleurstellend vlak. Het lukt de schrijver niet of nauwelijks met écht interessante beelden en observaties te komen. Metaforen blijven dicht bij huis: een ondervoede baby drinkt 'als een dorstige die lang heeft gedwaald en eindelijk een bron heeft gevonden'. Paradoxen ontstijgen het cliché niet: 'Het zicht werd mij ontnomen, opdat ik zou zien', of 'alles is steeds anders en toch hetzelfde'.

Het lijkt erop dat Möring, in zijn poging een magisch-realistisch plot enige geloofwaardigheid te geven, zijn personages een zo realistisch mogelijke stem heeft willen geven - de twee verhalen zijn dan ook totaal verschillend van toon. Maar kennelijk houdt realisme tevens in dat de psychiater verzucht: 'We hurken in Plato's grot en kijken naar de schaduwen op de wand', dat er aan het Oosten ontleende platte filosofietjes over tijd en eeuwigheid worden opgedist.

Eden bevredigt daarom niet, het grijpt nooit aan. Ter verdediging van Möring zou je kunnen zeggen dat zijn thematiek nog altijd niet uitgeput is, dat hij moet blijven zoeken. In die zin is falen onderdeel van zijn werk: wanneer hij slaagt, komt hij thuis. Dat zou het einde van de creatieve kracht zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden