Economie van de tv moet gaan lijken op de economie van de krant

'De media worden een markt als alle andere', zei de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Wim van de Donk deze week toen hij het rapport Focus op functies presenteerde....

Gewone markt of niet? Voor het antwoord op die vraag gaan we niet te rade bij de WRR – wier proza altijd zo moeilijk te pruimen is – maar bij het Centraal Planbureau (CPB), dat de raad voorzag van de achtergrondstudie Onderweg naar morgen, een economische analyse van het digitaliserende medialandschap. Het korte antwoord van het CPB is: nee, het is geen gewone markt. Maar de argumentatie om de overheid toch nog een restje mediabeleid te laten voeren, is niet erg overtuigend.

Distributie. Het CPB stelt vast dat de mediamarkt in beroering is gebracht door veranderingen in de distributiemogelijkheden. Het product 'informatie' wordt op steeds meer manieren naar de consument gebracht. Zakenkrant Het Financieele Dagblad heeft, naast de website, het radiostation BNR Nieuwsradio. Ook de Volkskrant is allang geen krant meer; het is een multimediale informatieproducent – krant, digitale krant, website, mobiele diensten – die deze week bekendmaakte ook actief te willen worden op televisie.

De schaarste in distributiemogelijkheden verdwijnt in rap tempo. Het aantal radiozenders en televisiekanalen is door technologische ontwikkelingen al sterk gegroeid, en de digitalisering garandeert een snel einde aan resterende schaarste. Ter illustratie: ik luister tijdens dit schrijven via internet naar Jazz88 FM, een radiostation uit New York.

Het mediabeleid van de overheid loopt hier mijlenver achteraan. Beleid verschilt namelijk nog per distributiekanaal. Kranten – ik moet zeggen: voorheen kranten – opereren nagenoeg vrij van overheidsbemoeienis, maar het distributiekanaal televisie staat stijf van de regulering en de subsidie.

Dat moet in elk geval anders, stelt het CPB. Het overheidsbeleid moet zich niet langer richten op een distributiekanaal maar op een 'type content'. Een bepaald soort informatie (nieuws, vermaak) kan aangrijpingspunt van beleid zijn, een bepaald distributiekanaal (krant, televisie, internet) niet meer. Dat lijkt me nauwelijks voor discussie vatbaar.

Het CPB gaat na of de doelstellingen van het mediabeleid (pluriformiteit, toegankelijkheid, kwaliteit, onafhankelijkheid) voor verschillende soorten informatie gegarandeerd zijn op een vrije mediamarkt. Voor de goede orde: op een vrije mediamarkt bestaat geen publieke omroep.

Voor veel soorten informatie (zoals vermaak) is geen reden tot ingrijpen, of kan worden volstaan met eenvoudige regelgeving. Laat verder maar aan de markt over, concludeert het CPB.

Volgens het CPB is het 'grootste risico' op een vrije mediamarkt 'onvoldoende kwaliteit in nieuws en opinie'. Ook 'kunst en cultuur' zou te weinig aan bod kunnen komen, gegeven de paternalistische overheidsdoelstelling 'het volk te verheffen'. Om deze vormen van marktfalen te corrigeren, zou de overheid 'programmasubsidies' kunnen geven en/of een 'publieke omroep light' in het leven kunnen roepen. Deze kleine publieke omroep zou zich dan kunnen toeleggen op het uitzenden van de 'bedreigde' informatiesoorten, nieuws en opinie, en kunst en cultuur.

In Nieuw-Zeeland, schrijven de economen, is de publieke omroep in eerste instantie geheel afgeschaft en vervangen door programmasubsidies; later is toch een kleine publieke omroep in ere hersteld, vooral om een kwaliteitsmaatstaf in de markt te zetten waar de commerciële stations niet (te veel) onder konden kruipen.

De argumentatie van het CPB voor overheidsingrijpen overtuigt mij niet. Ik zet er twee argumenten tegenover. Ten eerste blijkt op de nu al vrije krantenmarkt dat 'kwaliteit' uitstekend commercieel te produceren en te verkopen is. 'Nieuws en opinie' is net als 'kunst en cultuur' een vaste pijler onder de journalistieke formule van kwaliteitskranten. Dat is ook logisch: mensen die kwaliteit waarderen, zijn doorgaans hoogopgeleid en hebben minstens een redelijk inkomen. Ze zijn bereid voor de geboden kwaliteit te betalen, en vormen bovendien een interessante doelgroep voor adverteerders.

Het tweede argument ontleen ik aan het CPB zelf. Als op tv alleen nog pulp te zien zou zijn, dan switchen consumenten toch lekker naar een ander distributiekanaal? Ik denk dus niet dat het zover zal komen (mijn eerste argument), maar als het zover komt, is er door de distributierevolutie geen vuiltje aan de lucht.

De media moeten dus een markt worden als alle andere. De mitsen en maren van WRR en CPB kunnen worden geschrapt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden