Economie met een bijbelse opdracht

IS HET Nederlandse poldermodel wel efficiënt? Is het recente economische succes niet veel meer een gevolg van een gezond financieel beleid en een flexibel bedrijfsleven dan van dit trage en democratisch dubieuze stelsel?...

Boersema werd geboren in Groningen, maar emigreerde als kind met zijn ouders naar Canada zoals vrij veel streng-christelijke, noordelijke (boeren)gezinnen in die tijd deden. Hij maakte daar en in de VS carrière bij Shell en in de wetenschap. Hij doceert nu aan het kleine Redeemer College in Ancaster (Ontario), een christelijke hogeschool met 575 studenten, die vooral uit Nederlandse gezinnen komen.

Hij schreef veel artikelen over economie en bedrijfsvoering, vaak met een christelijke inslag. Hij is ook actief in een kleine christelijke partij, de Christian Heritage Party, die binnen het Canadese districtenstel vermoedelijk pas een zetel zou halen als alle aanhangers in één district zouden gaan wonen.

Boersema's boek is verrassend en zeker ook interessant voor niet-christenen met politieke belangstelling en een enigszins idealistische inslag. Hij doordenkt het politieke en economische bestel opnieuw met het oogmerk zoveel mogelijk bijbelse rechtvaardigheid te vinden. Zijn hulpmiddel daarbij is het gedachteleven van het kleine Nederlandse Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), overigens bijna gefuseerd met de Reformatorische Politieke Federatie. (Het boek is bij het wetenschappelijk GPV-bureau, de Groen van Prinsterer Stichting in Amersfoort, te verkrijgen.)

Het GPV-denken wordt echter allerminst slaafs gevolgd. Boersema houdt alles tegen het licht, ook de typisch Nederlandse afwijkingen van het harde kapitalistische model, zoals hij dat in Noord-Amerika gewend is. Een voordeel van dit boek is dat het niet in gepreek of christelijke dogma's blijft steken, integendeel.

Christelijke fundamentalisten die sociale uitbuiting en de nachtwakersstaat als door God gegeven zien, krijgen het moeilijk. Boersema komt eerder bij sociale ethiek uit en hij voegt aan zijn christelijke inspiratie veel common sense en economische kundigheid toe. Belangrijker nog is dat hij goed schrijft en uitlegt. Het boek heeft een mooie en gemakkelijk begrijpbare opbouw, die aan lange, heldere redevoeringen van de vroegere GPV-leider Pieter Jongeling of diens opvolger Gert Schutte doet denken. Het GPV, eind jaren veertig afgesplitst van de ARP, heeft altijd al bedenkingen gehad tegen tripartiete overlegmodellen in Nederland. De overheid heeft onvervreemdbare door God gegeven taken, die niet zo maar gedeeld kunnen worden met niet-gekozen en niet-gecontroleerde bestuurders van werkgevers- en werknemersorganisaties. Bovendien zijn grote groepen (werklozen, gehandicapten, bejaarden) niet vertegenwoordigd door deze instituties.

De Nederlandse praatcultuur is traag, meent ook Boersema en nieuwe bewegingen met nieuwe ideeën doen niet mee. Er is wel gezegd dat op deze manier organisaties gemakkelijker aan de macht kunnen blijven, bijvoorbeeld een vakbeweging met een steeds lagere organisatiegraad.

Boersema vindt het geen goed idee zo'n poldermodel in Canada of de VS in te voeren, waar het gezien de onverzuilde traditie ook niet zou passen. Een goede zaak is wel dat vakbonden en werkgevers in Nederland langer met elkaar aan de praat blijven bij een potentieel conflict. Ook waardeert hij positief dat beide partijen eveneens armoede en milieuproblemen in het oog houden, terwijl het in Noord-Amerika alleen om de centen gaat.

Het poldermodel is goed verklaarbaar vanuit de verzuilde Nederlandse periode van na de oorlog (tot ongeveer 1965), waarin het land weer opgebouwd en tot welvaart gebracht moest worden. Moeilijker verklaarbaar is de herleving van het model na de politieke polarisatie en de scherpe sociale strijd gedurende de periode 1965-1983. De laatste jaren wordt veel groei van welvaart en werkgelegenheid aan het model toegeschreven. Boersema wijst erop dat veel nieuwe banen deeltijdbanen zijn, waarin Nederland wereldkampioen is.

Wellicht heeft het poldermodel geholpen om loonmatiging te bereiken. Boersema ziet in Nederland ook voordelen die op zich weinig met het overlegsysteem te maken hebben, zoals deregulering, flexibiliteit in het bedrijfsleven, monetaire stabiliteit en vooral de geslaagde sanering van de overheidsfinanciën. Dat laatste moet in Canada nog beginnen.

Het hoofdstuk over the Dutch model is voor Nederlanders de moeite waard, maar dat geldt evenzeer voor de stukken over de ethiek van overheid en bedrijfsleven. Boersema's voorkeuren lopen parallel aan die van het GPV, dat geleidelijk meer naar links is opgeschoven (en vaker met Groen Links mee stemt), en waar nodig ingrijpen van de overheid ter wille van sociale en economische correctie accepteert.

De nadruk ligt nu veel meer dan in de jaren van wederopbouw op selectieve groei als bijbelse opdracht. Boersema meent echter dat van de natuur 'geen idool' gemaakt mag worden. Het gaat niet aan werkloosheid en armoede te vergroten ter wille van een klein beetje milieuverbetering. Een zekere - verantwoorde - economische groei is onmisbaar.

Met name werkloosheid is deze christenen een gruwel. Er moet gewerkt worden om in behoeften te voorzien, ook die in de Derde wereld. Verlangens van consumenten en met name overbodige luxe mogen veel minder een rol spelen. Een GPV'er heeft zelfs voorgesteld met ons allen vijf jaar op de nullijn te gaan zitten, zodat veel nationale en internationale problemen beter kunnen worden opgelost.

GPV'ers willen luxe beperken, bijvoorbeeld via fikse belastingen, maar Boersema waarschuwt tegen de gevolgen van kopen over de grens en illegale handel. Hij toont meer sympathie voor het beperken en belasten van de (overdadige) reclame, met name op radio en tv. Ook gokken, porno en afbetalingssystemen verdienen beteugeling, meent hij.

Het boek past de Tien Geboden en andere evangelische normen toe op allerlei facetten van overheid en bedrijf. Is keiharde concurrentie moreel toelaatbaar? Geeft Nederland kartels te niet veel ruimte? (Inderdaad, en bouwen is daarom veel duurder hier). Verwaarlozen moderne economieën niet te veel de infrastructuur? Welke nadelen heeft een jachtige economie, met name voor het gezin? Wanneer slaat gezond eigenbelang om in egoïsme en materialisme?

De antwoorden op zulke vragen zijn meestal prettig genuanceerd en de argumenten voor en tegen zijn ook goed te volgen door economische leken. Het grote voordeel van dit boek is de combinatie van bevlogenheid en deskundigheid van de auteur. Hij had er zin in, en dat is zo merkbaar en zelfs aanstekelijk dat het importeren van zijn boek zeer de moeite waard lijkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.