beeldreportage de stropdas

Echte mannen dragen een das

Het Benjamin Herman Trio, inclusief stropdassen. Beeld Eva Roefs

Echte mannen dragen een stropdas, het enige sierkledingstuk van de man. Maar de laatste jaren is daar flink de klad in gekomen. Toch zijn er nog steeds mannen die ’m graag dragen, en zijn er tal van gelegenheden waar een das op z’n plaats is. Kijk maar.

‘Supersharp’

Wie? Van links af: Benjamin Herman (51, saxofonist en bandleider), Joost Patocka (50, drummer) en Thomas Pol (30, contrabassist), tezamen het Benjamin Herman Trio.

Waar? Het Zonnehuis, een oud theater in Amsterdam-Noord, in 1993 nipt gered van de sloop, op woensdag 16 oktober om 19 uur.

En waarom? Benjamin Herman: ‘De anderen hoeven niet per se een stropdas om, maar ik stel het wel op prijs. Er komen nogal wat foto’s van ons op Instagram en dat soort shit en dan is het wel leuk als iedereen ziet dat we supersharp zijn.’

Benjamin Herman (links op de foto): ‘Op oude klassenfoto’s van de lagere school draag ik al een stropdas. Eerst omdat ik tot mij 8ste in Engeland woonde, waar de das onderdeel is van het schooluniform, maar in Nederland ben ik hem blijven dragen. Dat kwam door de platenhoezen die ik als kind uitvoerig zat te bestuderen. De muzikanten van skabandjes als Madness en The Specials droegen een stropdas, dat wilde ik ook. Ik droeg er ook een hoed bij.’

‘De stropdas wordt doorgaans geassocieerd met types die in de financiële wereld werken of met rechtse politici. Maar je kunt de stropdas ook veel cooler dragen. Neem al mijn jazzhelden, Art Blakey, Sonny Rollins, Miles Davis, die droegen allemaal een das. Dat vond ik mooi als jochie: van die jazzmusici die allemaal stoute dingen deden en ondertussen de best geklede persoon waren in de club.

‘Ik heb er wel honderd, schat ik. Ze komen overal vandaan. Het luistert nauw, want ik ben niet lang – 1,68 meter, nou ja, volgens mij ben ik langer, maar mijn vrouw zegt van niet – en dan wil je niet zoals Trump met een stropdas lopen die tot over je ballen hangt. Daarom koop ik veel van mijn dassen in Japan. Japanse schooldassen zijn perfect voor mij. In langere dassen moet ik enorme dubbele Windsor knopen om ze enigszins op lengte te krijgen, maar dat vind ik lelijk, zo’n dikke knoop, dat is meer iets voor postbodes. Ik hou van smalle dassen met een simpele knoop in de juiste stof. Niet te dik, zodat je ze ook onder een trui kunt dragen zonder dat-ie raar opbolt.’

‘Voor een saxofonist is een stropdas rond een stevig boord ook nog eens superhandig omdat het gewicht goed verdeeld wordt. Je ziet gasten in een T-shirt op het podium staan met een raar tuigje om dat nekklachten moet voorkomen. Snap ik niet. Draag gewoon een stropdas en een mooi pak.’

Van links af: Eugène Kotzebu, André Pinas, Harold Terborg. Beeld Eva Roefs

Teken van beleefdheid

Wie? André Pinas en twee leden uit zijn kerk: Eugène Kotzebu (80+, links) en Harold Terborg (72, rechts).

Waar? In kerkgebouw Wi Eegi Kerki, Onze Eigen Kerk, in Amsterdam Zuid-Oost op zondagochtend 13 oktober, rond 10 uur.

En waarom? Naar de kerk draag je een das, klaar. Zo hoort dat, althans, voor deze drie broeders, zoals ze elkaar noemen. Maar, zegt André Pinas (op de foto in het midden), ook zonder das ben je van harte welkom. Iedereen is welkom in hun kerk: ‘Surinaams, Javaans, Hindoestaans, Nederlands, Afrikaans, onze dominee is een Duitser – hier komt iedereen.’

André Pinas (66, midden) ‘Een das is een teken van beleefdheid. Ga ik naar de verjaardag van een oom, dan doe ik een stropdas voor hem om, als teken van respect. Het is oneerbiedig om op een receptie rond te lopen met een open boord, zo zie ik dat tenminste. Naar de kerk net zo; ik draag hem als ik gospel zing, maar ook naar bijna elke dienst. Met een stropdas om ga je niet vloeken, hè, dat past niet. Volgende week ga ik naar mijn moeder van 91 in Suriname, dan gaat er zeker ook een stropdas mee.

‘Beleefd zijn, altijd beleefd zijn, dat heb ik van mijn ouders meegekregen vroeger in Suriname En was je niet beleefd, dan kreeg je met de paplepel. Een pak rammel, ja, het is er wel ingestampt. Terecht. Ik heb 25 jaar als handhaver gewerkt bij de gemeente Amsterdam en er is nooit één handgemeen geweest. Omdat ik rustig en beleefd wist te blijven, terwijl ik heus scheldkanonnades naar mijn hoofd kreeg als ik een boete uitdeelde. Als handhaver droeg ik ook een stropdas. Maar met een clip – gaat er iemand aan je das trekken, dan schiet-ie meteen los. Nee, dat is nooit gebeurd dus. Rustig blijven, praten, niet gaan knokken, dan ontspoort het niet.’

‘Er hoort een behoorlijke V in de das te zitten, dat gleufje onder de knoop. Zo heb ik heb van mijn vader geleerd. Ik strik hem zelf, ja, mijn vrouw doet dat niet. Mijn vrouw doet mij wel de das om, maar dat is iets anders, haha.’

Wesselman Accountants in Helmond. Van links af: Arno Aarts, Joop Kuijpers, Ruud van Poppel. Beeld Eva Roefs

Uitstraling en respect

Wie? Arno Aarts (59, vennoot fiscaal), Joop Kuijpers (52, ook vennoot fiscaal) en Ruud van Poppel (33, belastingadviseur/specialist internationaal).

Waar? Op het in een oude villa gevestigde kantoor van Wesselman Accountants & Adviseurs in Helmond, dinsdag 15 oktober, circa 16.30 uur.

En waarom? Bij Wesselman Accountants verwacht niemand van je dat je op een gewone kantoordag een stropdas draagt. Maar heb je een afspraak met een klant, dan draag je er een, dat is gebruikelijk. Ruud van Poppel: ‘Er ligt er altijd een opgerold op mijn bureau voor als er onverwacht een klant langskomt.’

‘Uitstraling. Respect naar de klant toe. Je creëert een zekere zakelijke sfeer’, somt Ruud van Poppel op als redenen om een stropdas te dragen. ‘Op kantoor draag ik er bijna nooit een, maar als ik naar klanten ga, met name naar Duitse klanten, dan gaat er altijd een stropdas in de koffer mee. Duitsers zijn wat formeler, ze zeggen ook nog Sie als ze elkaar al heel lang kennen. En eet ik dan ’s avond met diezelfde klant, dat kan een ict-bedrijf zijn, of een autobedrijf, dan gaat de stropdas af. Dat is een informeel gebeuren, dus dan kan-ie in de aktetas of opgerold in mijn zak.’

‘Privé draag ik er bijna nooit een. Wel af en toe een strik, naar een gala, van de Ronde Tafel bijvoorbeeld waarvan ik lid ben, dat is een soort Rotary, en naar de herenzittingen van de carnavalsvereniging. Tijdens mijn studie fiscaal recht in Maastricht was ik voorzitter van de studievereniging, toen heb ik ook vaak een stropdas gedragen. In die tijd heb ik leren strikken. Hoe weet ik niet meer precies – op een cursus van de vereniging of misschien gewoon van internet. En het is als fietsen: je verleert het niet. Ik kan het zonder spiegel, in de auto als het moet.’

‘Ik heb er een stuk of dertig. Ik krijg ze meestal van mijn schoonouders of van andere familie met Kerst of Sinterklaas. Knaloranje of met Disney-figuurtjes, dat kan niet, die zal ik niet dragen. Te breed ook niet. Ik hou wel van een beetje trendy dassen, smal en met een motiefje. Ik zeg altijd: een stropdas mag wel gezien worden, maar niet te aanwezig zijn.’

Golfcentrum Uithoorn, van links af: Ron de Vlaming, Bart Blom, Ton Kooijman, Raymond Tempelaars, Rob Meester, Gijs Verlaan (vooraan), Erwin van de Bosch, Jeroen Posthuma (vooraan). Beeld Eva Roefs

Jasje-dasje 

Wie? Gijs Verlaan (69, midden, met prijs) met golfpro’s Jeroen Posthuma (links van hem, blauwe polo) en Bart Blom (rechts van hem, roze polo) en twee medespelers.

Waar? Bij de prijsuitreiking op golfcentrum Uithoorn, op zaterdag 12 oktober aan het eind van de middag.

En waarom? Een geruite broek is niet verplicht, maar er gelden wel degelijk kledingvoorschriften op de golfbaan. Eén ervan: bij een prijsuitreiking dragen heren jasje-dasje.

Gijs Verlaan (midden): ‘Het is een klein golfbaantje hier in Uithoorn, ik speel er wel eens wedstrijdje. En als je dan wint, krijg je een bekertje, ja, dat is natuurlijk leuk. Golfen op zich is aan kledingvoorschriften gebonden en zeker in de hogere regionen geldt dat je bij de prijsuitreiking jasje-dasje draagt. Als je speelt niet natuurlijk, dat golft niet lekker. Dan draag je een poloshirtje en een petje, het mijne is rood. Een geruite broek? Nee, dat hoeft allang niet meer, tijdens wedstrijden draag je eerder gedekte kleuren als wit, zwart of beige, al heb je altijd mensen die de aandacht op zich vestigen met zo’n felroze hoerabroek. Voor vrouwen geldt: de rokjes moeten niet te kort zijn, de mouwsgaten niet te wijd. Etiquette heet dat, hè.’

‘Mijn vrouw en ik golfen samen, een paar keer per week. En omdat ze op de golfbaan altijd vrijwilligers nodig hebben, onderhouden we ook samen de bunkers – die zandbakken waar het balletje in terechtkomt als je niet goed slaat. Beetje schoffelen, beetje harken, daar heb ik de tijd voor sinds ik zes jaar geleden met pensioen ging. Tot voor kort deden we ook veel aan wedstrijddansen, dat hebben we heel lang gedaan. Quickstep, slowfox, Weense wals: het klassieke ballroomdansen, hè, wat je op tv ziet bij Dancing with the stars. En we gaan veel op vakantie. Drieënhalve maand per jaar zijn we niet in Nederland. ’s Winters zitten we twee maanden in Portugal. Spelen we alleen maar golf.

‘Ik zat in het onderwijs, ik gaf wis- en natuurkunde op een technische school. In de beginjaren droeg ik daar altijd een stropdas, om afstand tot de leerlingen te creëren. Dat werkt heel goed, hoor. Beter dan in een T-shirtje op de tafel te gaan zitten en van ouwe-jongens-krentenbrood.’

Van Links naar rechts: Jelte Schievels, Arjen Tutagel, Sal Visser. Beeld Eva Roefs

Succes en kostumeren 

Wie? Van links af: Jelte Schievels (22), Arjan Tutagel (19) en Sal Visser (21)

Waar? In de metro tussen halte Isolatorweg en het Amstelstation in Amsterdam, zondagmiddag rond 16 uur.

En waarom? Omdat een stropdas erbij hoort in de consultancy (Jelte), omdat een stropdas succes uitstraalt (Arjan) of omdat een stropdas weer eens iets anders is (Sal).

Jelte Schievels: ‘Ik ben momenteel aan het solliciteren in de consultancy en dan hoort het erbij om een pak met een stropdas te dragen. Je brengt tenslotte jezelf mee naar de klant, en dan geeft een das wel een goede eerste indruk. Als ik ’m omdoe voel ik me meteen zekerder van mezelf. Zo van: ik ben er klaar voor, in elk geval aan de buitenkant.

‘Ik heb leren strikken met YouTube-filmpjes, How to tie a tie bijvoorbeeld. Dat is 60 miljoen keer bekeken, dus ik ben niet de enige die het van zo’n filmpje leert. Ik heb vier stropdassen. Drie normale en een kerstdas met lichtjes erin.’

Arjan Tutagel: ‘Eerst droeg ik gewoon een broek met een T-shirt, maar sinds een half jaar ga ik altijd zo gekleed: driedelig pak, nette schoenen en een stropdas. Het heeft te maken met mijn doelen voor de toekomst. Als je succes uitstraalt, trek je het aan. Ik studeer nu economie aan een hogeschool in Almere, maar volgend jaar ga ik naar de universiteit en over tien jaar wil ik welvaart gecreëerd hebben door te beleggen in de aandelenmarkt. Focus, dat is belangrijk, en je omringen met mensen die dezelfde doelen voor ogen hebben. Het gaat erom de beste versie van jezelf te worden. Dat levert rijkdom op, in de vorm van kennis of geld. Met veel geld zou ik filantropische fondsen opzetten om de honger in de wereld te stoppen. Ja, dat begint met het dragen van een stropdas. En met focussen. Dat is het belangrijkst.’

Sal Visser: ‘Mode is voor mij kostumeren. Ik draag een das niet om geassocieerd te worden met zakenmannen of economiestudenten, maar juist om die stereotiepen op de schop te nemen. Daarom combineer ik hem met plateauzolen, veel ringen of handschoentjes waarvan ik de vingertoppen afknip. Of ik poeder mijn gezicht heel bleek. Het moet een beetje ontwrichtend zijn, een beetje mysterieus. Zodat mensen denken: wat is dit voor subcultuur? De volgende dag ben ik dan weer heel anders uitgedost, gothic, of zwerverachtig. Of als een atleet bijvoorbeeld, terwijl ik niet aan sport doe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden