Interview Buitenkans Familie

Echte liefde, nooit meer naar huis, liefdesbaby’s, en dat alles dankzij een rubriek in de Volkskrant

Beeld Adriaan van der Ploeg

In de Magazinerubriek De Buitenkans stelden singles zich voor aan het lezerspubliek. Heeft dat zijn vruchten afgeworpen? Reken maar. 

Begin 2011, een plotseling idee in een café: konden we niet gebruikmaken van de Volkskrant als bruggenbouwer tussen alleenstaande zielen, die alvast één ding gemeen hadden – hun krant? Er waren er tenslotte genoeg: 2,5 miljoen and counting, volgens de koppentellers van het CBS. Was het niet gewoon een kwestie van vraag en aanbod bij elkaar brengen? Want zegt de keuze voor een krant niet ook veel over iemands smaak en richting? Een datingrubriek misschien, met elke week een man en een vrouw in een wervende contactadvertentie, maar dan wel door een externe partij opgesteld, door ons dus. Een eerlijk verhaal, een beetje geestig, en dan zien welke mede-lezer zich zou herkennen in die ene creatieve paradijsvogel, de buiten-de-gebaande-paden-wandelfanaat, espressofetisjist, eigenzinnige moslima, heart-, maar niet spirit broken B&B-uitbaatster, it-specialist, vrijwilliger, homo, hetero, jong, oud, maakt niet uit, als ze maar dezelfde krant lazen? Een interview, een tekstje, foto erbij en duimen maar.

Zo gezegd, zo gedaan. Een jaar lang serveerden we in totaal zestig van die unieke zielen uit. Er was een Fries-Servische bankier in de bloei van zijn leven die schitterend kon schelden, maar huilde bij documentaires over weeshuizen. Een 72-jarige vlinder die er ‘geen reet’ aan vond zonder man, maar het vertikte om met een B-keuze achter de geraniums te schuilen, ‘kind ik schaats en ski nog!’. De knetterambitieuze moslima (‘Het zit in mijn bloedlijn om een hoge boom te willen zijn, mijn opa had precies hetzelfde’), de gewone vrouw met bescheiden wensen (‘Als hij maar lief is’) en zelfs zanger Dotan, toen hij nog hetero was.

De een kreeg tientallen tot honderden reacties, de ander maar een paar, één vrouw kreeg er nul. De respondenten: veel klaar-voor-de-tweede-rondeveertigers, ik-zoek-een-maatjesenioren, het-moet-nu-gebeurendertigers, kan-mij-het-schelen-ik-leef-maar-één-keerhomo’s. Moeders met een overgeschoten zoon, buurvrouwen met koppeldrang, vrienden met het hart op de juiste plaats en – nooit te vermijden – een enkele geilaard met de verkeerde rubriek voor ogen.

En, werkte het? Nou en of. Er ontstonden opvlammende flirts, dappere dates, hier en daar ontsproot verkering, natuurlijk waren er de onvermijdelijke teleurstellingen (‘Hij bleek nog bij zijn ouders te wonen’) en klinkende zelfinzichten (‘Neuh, ik zou mezelf niet arrogant noemen’). Er kwam een uitnodiging voor een Buitenkans-bruiloft (zeven jaar later zijn Alan en Anneke still going strong) en in het holst van het succes kwamen er zelfs verzoeken voor een Buitenkans-Barbecue ‘Ergens centraal in Nederland, en dat iedereen dan iets meeneemt misschien?’, maar daar kwam gelukkig de winter tussen, je moet er toch niet aan denken, twintig soorten eiersalade in Tupperware-bakjes.

Maar het allermooiste was de eerste mail van Fred, zeven jaar geleden (‘Ik ben heel erg verliefd geworden’) met daarbij opgeteld de laatste, vorige week: ‘Tuurlijk werken we mee! Mogen de kindjes dan ook op de foto?’

In de achttiende aflevering van de rubriek Buitenkans stond Fred Smulders (38, toen 31), een pluk-de-dag-Brabander met een voorliefde voor rode wijn, sport, cabaret en mooie zinnetjes. Rianne (33, toen 26, arts in opleiding met een voorliefde voor creatieve jongens met brillen) reageerde, en zeven jaar later zijn ze getrouwd en hebben ze zelfs twee Buitenkansbaby’s, Hugo (4) en Julia (2).

Buitenkansbaby’s Hugo en Julia. Beeld Adriaan van der Ploeg

Vrijdagmiddag, borreltijd.

Een huis in Den Haag, poes in de vensterbank en een grappig verhaal aan een lange houten tafel: éigenlijk had Fred gereageerd op de Buitenkans die de week daarvoor in de krant stond, op ene Lenneke.

Fred, vrolijk: ‘Maar die liet niets van zich horen. Ik vond dat niet zo erg want ik was net begonnen met mijn eigen werving- en selectiebureau, dus ik had het hartstikke druk. Maar toen jullie belden met de vraag of ik niet zélf in de rubriek wilde, dacht ik wel meteen: ja, waarom ook niet?’

Rianne, vanuit de keuken: ‘En toen kreeg je plotseling verkering, nog voor het stukje in de krant stond.’

Fred: ‘Er zit natuurlijk altijd even tussen het interview en het moment van plaatsing. En in die tussentijd kwam ik inderdaad een leuk meisje tegen. Ik weet nog dat ik tegen haar zei, een beetje aarzelend: ik sta straks wel met een stukje in de krant. Zei ze doodleuk: ‘O prima toch? Straks reageert er iemand die nog leuker is dan ik.’

Ze had gelijk. Want iets verderop, in een Utrechts studentenhuis, las Rianne de krant tijdens het ontbijt – en was meteen wakker. Rianne: ‘Mijn beste vriendin had toen net een soort tekening voor me gemaakt van mijn Ideale Man, hoe die eruit moest zien. Dat was iemand met een bril, een beetje donker, creatief, en ondernemend. En ineens stond die man in de krant!’

Twee dingetjes: A was ze zelf óók net min of meer onder de pannen (‘Ik was vooral aan het knipperlichten, met van die scharrels die net niet voor je gaan’) en B wilde ze niet via de Volkskrant reageren, want dat vond ze ‘te officieel’. Dus stuurde ze Fred een berichtje via Facebook. ‘Heel nonchalant, zo van: hee, ik zag je in de Volkskrant, heb je al reacties gekregen. Tot mijn verbazing stuurde hij terug dat hij dus al een relatie had.’

Fred: ‘Ik had heel leuke reacties gekregen, maar ook reacties waar ik niet zo veel mee kon, van vrouwen van 50 bijvoorbeeld.’

Rianne: ‘Er heeft zelfs nog een moeder van een van jouw ex-vriendinnetjes gereageerd, weet je nog?’

Fred: ‘Die schreef: ‘Ja, wat denk je nou man, het ligt aan jezelf!’’ 

Rianne: ‘Dat moet je maar niet in de krant zetten, hoor.’

Fred: ‘Jawel, dat kan best, dat meisje is zelf inmiddels ook gelukkig getrouwd.’

Rianne: ‘Na vier maanden besloot ik nog één poging te wagen. Ik dacht wel: als hij nu nog steeds bezet is, ontvriend ik hem.’

Fred: ‘Zij vroeg: hoe is het met de liefde. Dus ik reageerde meteen met: breek me de bek niet open, want het was inmiddels uit met die ander.’

Rianne: ‘En toen zei ik: nou, laten we dán maar een keer bier gaan drinken.’

Zo gezegd, zo gedaan. In Utrecht, op het Ledig Erf, ergens in maart, waar ze buiten konden zitten. Het begon met Weizener en het eindigde met sake, bij de Japanner op de Mariaplaats. Bijzonder, hoe volkomen relaxt het was, meteen.

Rianne: ‘Terwijl hij toch een heel ander soort man was dan ik daarvoor altijd had gehad. Dat waren vooral mannen die Groots en Meeslepend leefden. Moeilijk vooral. Fred was gewoon heel erg écht. Ik kon meteen mezelf zijn.’

Fred: ‘Ik zag haar en dacht: jee, wat een supermooie, vrolijke uitstraling, wat een lach. En het was meteen heel echt inderdaad. Het kostte totaal geen moeite.’

Rianne: ‘Fred is echt een Bourgondiër en ik was in die tijd nog echt zo’n linkse, Utrechtse yoga-vegetariër. Bij de Japanner bestelde hij meteen het hele vleesmenu. Ik dacht: o-oh, hierin zijn we echt verschillend. Ik was heel erg van het studeren en alles volgens hoge normen en voor het milieu zijn, en hij was gewoon een regelrechte levensgenieter die al zijn studies had afgebroken en voor zichzelf was begonnen. Maar ik vond het ook wel weer gaaf. Verfrissend zelfs.’

Beeld Adriaan van der Ploeg

Die avond bracht Fred Rianne naar huis in zijn auto.

Die stond op de Singel, dus daar kwam de kus.

*aanzwellende violen*

Rianne: ‘En daarna gingen we rondjes rijden in zijn auto.’

Fred: ‘Het was mijn eerste nieuwe auto ooit, dus daar was ik supertrots op.’

Rianne: ‘Ik dacht: heb ik nou echt een man die trots is op een áúto? Maar we zaten wel comfortabel.’

Fred: ‘En we hadden goede muziek. Razorlight met 60 Thompson, die hebben we toen wel duizend keer geluisterd.’

In de weken die volgend werd er veelvuldig gebeld, ge-sms’t en geskypet. Er was die keer dat Fred erachter kwam dat Rianne niet kan koken (‘Een vegaburger met koude aardappelen, dan moet je wel écht verliefd zijn’), Rianne kwam erachter dat zijn huis lekker op orde was (‘Ik wilde eigenlijk meteen niet meer weg’) en tenslotte was er een fantastisch diner a deux op het strand dat werd afgesloten met een nachtje logeren, hatsekidee. The deal was done.

En natuurlijk waren er ook de nodige horten, stoten, crises zelfs.

Haar twijfelkonterij, zal ik dit zal ik dat, met alles.

Zijn bourgondische flierefluiterij, dingen laten waaien (plus 15 kilo).

Het is zelfs een tijdje uit geweest.

Rianne: ‘Dat gevoel van: is dit alles?’

Fred: ‘Gewoon, zoals dat gaat.’

Details in een verder gelukkig leven, want in 2014 gingen ze samenwonen, begin 2015 kwam Hugo, en in hetzelfde jaar trouwden ze, heel low key, zonder gedoe en voor iedereen de daghap, ‘maar wel de hele dag champagne en een silent disco op zolder.’ O, en zingen, heel veel zingen.

Fred, lachend: ‘In linkse kringen is het gebruikelijk om gezamenlijk te zingen, tot vervelens aan toe. Vriendinnen van Rianne hadden het lied ‘De Volkskrantman’ gemaakt, op de melodie van Joop Vissers De Volkskrant is een kutkrant.’

Rianne, zingend: ‘In de krant, in de krant, in de Volkskrant-krant. En dan met een accordeon. Echt heel leuk.’

Fred: ‘In speeches over mij ging het ook steeds over de Volkskrant. En dan vooral over de foto die er bij het stukje stond. Die was gemaakt door een vriend van mij, Roelof, die sindsdien Roelove heet.’

Later zegt Fred: ‘Door Rianne ben ik dingen gaan doen die ik daarvoor nooit deed. Reizen bijvoorbeeld. Toen we een half jaar samen waren had Rianne een congres in Tanzania en toen ben ik haar achterna gereisd, ik, die nog nooit buiten Europa was geweest. Ze had al eerder in Tanzania en Rwanda gewoond, sprak Swahili. Stonden er mensen in een rij te wachten, floot zij gewoon zúlke kerels terug als ze die rij negeerden. Wát een vrouw.’

Rianne, inmiddels psychiater: ‘En jij bleek ook nog superzorgzaam. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment midden in de nacht voor een spoedgeval, iets met cocaïne, naar de PAAZ moest in Blaricum, en dat hij toen zei: ‘Weet je wat? Ik breng je wel even.’ Ging ik aan het werk, zat hij ondertussen een beetje met de verpleging te ouwehoeren, om me daarna weer mee naar huis te nemen.’ Tóén dacht ik echt: wat een topvent.’

Echte liefde, nooit meer naar huis, liefdesbaby’s – wat nou kutkrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden