Echo van de krachtige buurpanden

Het gebeurt niet zo vaak dat een gebouw van enkele tienduizenden vierkante meters min of meer onopgemerkt midden in de stad verrijst. Maar in het centrum van Den Haag is dat wel het geval.

Die onopvallendheid is des te opmerkelijker omdat grote, internationaal opererende bureaus zoals Bolles + Wilson – in Nederland vooral bekend van het Nieuwe Luxortheater op de Rotterdamse Kop van Zuid – vaak juist worden aangetrokken om iets uitbundigs te bouwen. Een gebouw als een beeldmerk, dat de citymarketing die steden tegenwoordig bedrijven ondersteunt.

‘Iconen’ ontwerpen is echter iets dat Julia Bolles en Peter Wilson, die zichzelf ‘ouderwetse contextualisten’ noemen, niet ambiëren en dat is vandaag de dag ook wel een verademing. Zo bezien is de constatering dat deze architectuur onopvallend, of anders gezegd: vanzelfsprekend oogt, dan ook een compliment.

Het blok bewerkstelligt een nieuwe coherentie op een voorheen nogal rommelige locatie. De afgelopen jaren is er in dit winkelgebied flink gesloopt en gebouwd, onder meer om de nieuwe tramtunnel van architect Rem Koolhaas aan te leggen, en ook het bestaande ensemble van gebouwen vertoonde weinig samenhang.

Bolles en Wilson hebben het nieuwe blok daarom ingezet als een heus Hollands poldermodel. Het is niet vormgegeven als een uitgesproken conceptueel idee, maar wil in de eerste plaats een brug slaan tussen twee totaal verschillende bouwwerken: het in de stijl van de Amsterdamse School ontworpen warenhuis De Bijenkorf (1926, Piet Kramer), en het spierwitte Stadhuis van de Amerikaanse neo-modernistische architect Richard Meier.

Het gedetailleerde en ambachtelijk uitgevoerde metselwerk verwijst naar het ene, de gladde witte gevelplaten van natuursteen naar het andere gebouw. De overgangen tussen die twee contrasterende materialen hebben de architecten gemarkeerd met de gevelopeningen van staal en glas. Daarnaast anticiperen de raampartijen met hun variabele afmetingen op de verschillende schaalniveaus van de straten rondom het gebouw.

Aan de kant van de Gedempte Gracht, waar woonblokken staan, zijn de ramen klein en springt het blok aan de bovenkant naar binnen zodat het lager oogt. Op de hoek met het Spui is een enorm venster gemaakt dat uitzicht biedt op het Stadhuis en het Binnenhof en ’s avonds op de mensenmassa in de foyer van de bioscoop. En aansluitend op de grote winkelpanden aan de Grote Marktstraat heeft het gebouw aan die zijde dubbelhoge puien.

De architecten hadden hier graag de toegang naar het casino, de sportschool en de bioscoop als een soort Spaanse Trappen vormgegeven, maar daarvoor was geen ruimte oftewel geld beschikbaar. Gelukkig hebben ze wel voor elkaar gekregen dat de kleinere trappartij buitenom loopt, zodat het gesloten blok toch een publiek karakter heeft gekregen.

In de bioscoop hebben ze dat thema herhaald in een meer spectaculaire vorm: een metershoge ruimte waarin trappen, roltrappen en loopbruggen elkaar in de lucht doorkruisen, als op de etsen van Piranesi. Met deze foyer, waar het draait om zien en gezien worden, geven Bolles en Wilson opnieuw allure aan een avondje bioscoop.

Maar die allure mis je aan de buitenkant. De inpassing van het gebouw, hoe zorgvuldig ook uitgevoerd, heeft iets teleurstellends. De coherentie die in de stedenbouwkundige context is bereikt, ontbreekt op het niveau van het gebouw zelf. Juist op de hoek met het Spui, een markante plek in de stad, valt de compositie van glas, metselwerk en natuursteen uit elkaar. Het Spuiblok blijft daarmee een echo van de twee krachtige buurpanden waaraan het refereert, een collage van mooie materialen die niet meer is dan de som der delen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden