Column

'Dus als je alle partijen evenveel kwetst, is het niet erg?'

Niet alleen stevige Surinaamse vrouwen worden belachelijk gemaakt in de film 'Alleen maar nette mensen', maar ook de kakkers uit Oud-Zuid. Dat klinkt geruststellend, schrijft Jonathan van het Reve in zijn wekelijkse ontleding van het nieuws.Iedereen krijgt ervan langs. Maar hoe vind je die kwetsbaarheidsbalans?

Hoofdrolspelers in de film 'Alleen maar nette mensen', Imanuelle Grives en Geza WeiszBeeld anp

Het was te verwachten: de film Alleen maar nette mensen leidt, net als het boek, tot grote controverse. Bepaalde mensen, bijvoorbeeld de stevige zwarte dames van wie de hoofdpersoon zo houdt, worden in de film nogal stereotiep neergezet, en dat stuit veel kijkers natuurlijk tegen de borst.

Ook de reactie op deze protesten was geen verrassing: brievenschrijvers, recensenten en columnisten verdedigden de film, en wezen er telkens weer op dat niet alleen Surinamers en Antillianen belachelijk worden gemaakt, maar ook autochtone Nederlanders. Volkskrant-columnist Johan Fretz schreef deze week bijvoorbeeld dat het al die de klagers blijkbaar ontgaat dat de film 'net zo goed de kakkers uit Oud-Zuid voor schut zet die neerkijken op zwarte vrouwen, als de Hollanders die het verschil niet zien tussen een Marokkaan en een Jood, als de intellectuelen die hun mond vol hebben over het gevaar van Wilders, maar nooit buiten hun eigen elitaire bubbel komen'.

Dat klinkt inderdaad geruststellend: iedereen krijgt ervan langs. Maar wat is dat eigenlijk voor argument? Zijn stereotypen alleen kwalijk in geïsoleerde vorm? Waarom dan eigenlijk? Natuurlijk is pesten erger wanneer steeds hetzelfde jongetje de pineut is, maar verdient de pestkop strafvermindering als hij er een paar andere slachtoffers bij neemt?

De redenering lijkt uit te gaan van een balans, een balans die kwetsen minder erg maakt: als je alle partijen maar ongeveer even erg kwetst, dan mag het. Je komt het gevoel ook vaak tegen in discussies over de islam: wie daar iets onaardigs over zegt, krijgt vaak de vraag of de Bijbel toch niet ook een heel gevaarlijk en misdadig boek is. Het is alsof men gerustgesteld wil worden - maar waarin dan precies?

En hoe werkt dat dan, zo'n kwetsbalans? Het lijkt een beetje op gevoel te gaan: ter compensatie van iets flauws over Surinamers of Antillianen, kun je waarschijnlijk niet volstaan met een grap over Roemenen of Polen - je hebt dan op zijn minst een blanke autochtoon nodig om te bespotten. En bijbelkritiek is dus prima geschikt om korankritiek te compenseren, maar het is, qua balans, overbodig en zinloos om er ook het hindoeïsme bij te halen.

Maar wat als de balans wordt verstoord? Als je alle stukjes over domme, kortzichtige blanke autochtonen uit Alleen maar nette mensen zou knippen, zou het dan wél opeens een 'foute' film zijn? Zoiets impliceer je toch een beetje met het balansargument: dat die stukjes over blanken nodig zijn om het netjes te houden. Instandhouding van de kwetsbalans maakt het blijkbaar mogelijk om open te staan voor 'foute' dingen terwijl je zelf 'goed' blijft.

Wie echt vindt dat iets te ver gaat, laat zich niet sussen met iets dat de andere kant op te ver gaat. En wie echt vindt dat iets wél gewoon kan, die heeft zo'n rare balans helemaal niet nodig.


Jonathan van het Reve is schrijver en ontleedt wekelijks een redenering in het nieuws voor het zaterdagkatern Vonk van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden