Duizelingen

De creatieve kracht van verbijstering

Als er één sentiment moest worden aangewezen als drijvende kracht in het schrijverschap van W.G. Sebald (1944-2001), dan is het de verbijstering. Die verbijstering geldt de lijdzame geslotenheid van de landschappen, zowel stadslandschappen als natuurlijke panorama's, waar wij al generaties lang ons dagelijks leven in doorbrengen. Die landschappen hebben wat te verbergen, of het nu de serene dorpjes in het Engelse graafschap East Anglia zijn, de desolate fortificaties rond Antwerpen, een pittoresk dorpje in de Beierse Alpen of een verlaten kuuroord.

De rijkdom van hun voorgeschiedenis is zo goed als vergeten, maar het zijn tragische geschiedenissen. Sebald registreert ze en reconstrueert ze, met de traagheid die door de nauwgezetheid wordt afgedwongen. Hij is een wandelaar en een aarzelaar, een dwalende eenzaat in het grimmige decor van de twintigste eeuw, een man met een geheugen en het verlangen zich rekenschap te geven van wat er aan hem is voorafgegaan, in een wereld die collectief en vastberaden aan amnesie lijdt.

Gewoonlijk gaan wij voorbij aan de bijzonderheden van die landschappen of rijden wij er gehaast en doelgericht doorheen, zonder de geringste aandacht te besteden aan het onvoorstelbare residu van belevenissen en herinneringen dat vlak naast ons ligt opgeslagen. De gevelwanden, de straten, de tuinen, de velden en de bosranden, zij vormen het theater waarin zich talloze levens hebben afgespeeld - en stuk voor stuk dragen zij daar de sporen van. Sebald doorkruist ze met de gevoeligheid van precisie-apparatuur, de onopvallendste stolsels van de geschiedenis en de onooglijkste aanslibsels van menselijke belevenissen hebben ononderbroken zijn belangstelling.

Hij was een opraper en een bewaarder: buskaartjes, knipsels, andermans afgedankte foto's en dichtgetimmerde gebouwen trokken zijn aandacht, zoals hij tegelijkertijd ook een onuitputtelijk fotograaf moet zijn geweest. Vier van zijn zes literaire boeken dragen daar de sporen van; zij zijn geïllustreerd met kiekjes en de kliekjes van andermans gisteren. Niks bijzonders, zo op het oog, alleen Sebald wist ze een betekenisvolle plaats toe te kennen in de legpuzzel van de herinnering. Zijn belangstelling gold het versmade archief van het triviale, van het niet opgemerkte.

Maar die belangstelling vertoont alle trekken van een obsessie. De spanning van het begrip 'verbijstering' als bron van creativiteit zit vanzelfsprekend in zijn implicatie: wie verbijsterd is, is gewoonlijk ook met stomheid geslagen en tot niets meer in staat. De directe bijwerking van die emotie zelf is immers overweldiging, en de reactie daarop is verlamming. En het is precies die complexe sensatie, die Sebald tot inzet van zijn schrijverschap heeft gemaakt: hij beschrijft de gevolgen van zijn ontreddering niet alleen; door de oorzaken ervan met onvoorstelbaar geduld en onuitputtelijke precisie in kaart te brengen demonstreert hij bovendien wat de belastende aanwezigheid van zoveel geschiedenis in het alledaagse leven met hem uithaalt. Sebald legt rekenschap af, met de toewijding van iemand die de kas van de dorpsvereniging beheert.

Vermoedelijk ligt daar ook de verklaring in voor de ongemeen fysieke sensatie die het lezen van zijn boeken bewerkstelligt, naast, uiteraard, de mentale; ik ken geen moderne prozaschrijver, wiens werk dat in deze mate heeft. Hem lezen is overmand worden door diffuse emoties van ontreddering, het brok in de keel en de redeloze tranen achter de ogen. Zijn boeken produceren een permanent jammerend heimwee, een wezenloos mompelen in de coulissen van het gemoed. Daar vraagt de Oost-Europese emigrant de schrijver ook naar, in het eerste verhaal in Die Ausgewanderten, maar die vraag is eigenlijk overbodig: heimwee is zowel de drijfveer als de uitkomst van die verhalen. Dat eerste is menselijk, zeker onder emigranten, dat tweede het resultaat van fenomenaal goed kunnen schrijven.

Hij was zelf een emigrant, W.G. Sebald, voluit Winfried Georg M

aximilian, die zich in de dagelijkse omgang Max liet noemen. Hij was op 18 mei 1944 geboren in Wertach im Allgäu, in het Duitse Beieren. Let op de sprookjesachtige plek, let op de diabolische datum. Hij studeerde Duits en vergelijkende literatuurwetenschap in Freiburg en in Franstalig Zwitserland. Als 22-jarige vertrok hij naar Manchester, Engeland, om er lector Duits te worden, twee jaar later keerde hij even naar Zwitserland terug voor een baan als onderwijzer, en vanaf 1970 tot aan zijn dood had hij, met onderbreking van één jaar waarin hij in München voor het Goethe Institut werkzaam was, een aanstelling aan de University of East Anglia in Norwich. Hij was daar eerst lector Duits en vanaf 1988 op persoonlijke titel hoogleraar Europese literatuur. In de nabijheid van Norwich woonde hij, in dat onheilspellende vlakke land van East Anglia; de universiteit waar hij werkte staat bekend om haar onconventionele aanpak van het literatuuronderwijs.

Sebalds eigen literaire loopbaan kwam pas laat op gang Zijn eerste literaire boek, Schwindel. Gefühle is van 1990; het werd vrijwel onmiddellijk ook in het Nederlands vertaald (als Melancholische dwaalwegen, bij Uitgeverij Van Gennep; tegenwoordig heet het Duizelingen en verschijnt het, net als zijn overige werk, in een nieuwe vertaling bij De Bezige Bij). Het jaar daarop kwam Die Ausgewanderten uit (De emigrés), opnieuw onder auspiciën van Hans Magnus Enzensberger in diens Andere Bibliothek. In 1995 volgde Die Ringe des Saturn, en in 2001 Austerlitz, zijn enige min of meer conventionele 'roman'. Eind van dat jaar, op 14 december, kwam Sebald om bij een auto-ongeluk, niet ver van zijn huis.

Al met al beslaat zijn schrijverschap niet meer dan een royaal decennium en de erkenning ervan is, behalve onder enkele critici in Nederland en in bepaalde kringen in Duitsland, traag en pas laat op gang gekomen. Sebald schreef in het Duits, hoewel zijn beheersing van het Engels griezelig perfect was - én hij er in de omgang de voorkeur aan gaf die taal te spreken. Pas vlak voor de eeuwwisseling - en dus juist voor zijn dood - begonnen zijn boeken ook in Engelse vertaling te verschijnen.

Het is vooral de weerklank geweest die zij in de Engelstalige wereld kregen, die er voor heeft gezorgd dat Sebald inmiddels wereldwijd geldt als een van de allergrootste schrijvers van de twintigste eeuw. Dat leidt allicht, behalve tot veel liefde van lezers, ook tot academische aandacht, zodat er vandaag de dag een heuse literatuurwetenschappelijke industrie van Sebald-studies op gang is gekomen. Bij zijn leven is er weinig media-aandacht voor Sebald geweest. Het bundeltje met interviews met hem dat Lynne Sharon Schwartz samenstelde, The Emergence of Memory; Conversations with W.G. Sebald is maar dun, en de van oorsprong Tasmaanse literatuurwetenschapster Deane Blackler refereert in haar Reading W.G. Sebald. Adventure and Disobedience aan slechts één televisiegesprek met hem (het gesprek dat ik tien jaar geleden met hem voerde voor de VPRO-televisie). Zijn triomfen zijn, kortom, hoofdzakelijk postuum.

De vraag waarom het zo lang heeft geduurd voordat Sebald het respect en de belangstelling toevielen die hem toekomen is lastig te beantwoorden, want zijn boeken zijn weliswaar uniek van toon en bijzonder van compositie, maar moeilijk zijn zij niet. Hij is een wandelaar en een verteller, die het terloopse betrapt en beschrijft in toegankelijke taal. Zelfs zijn thematiek is vertrouwd: ontreddering over de onverschilligheid. Het antwoord op die vraag ligt daarom eigenlijk besloten in het antwoord op de vraag waarom hij zelf pas zo laat in zijn leven de literatuur als uitdrukkingsmiddel is gaan gebruiken, in plaats van haar louter te bestuderen. Iets stond hem in de weg, zoals datzelfde iets ook veel van zijn eerste lezers gehinderd moet hebben hem royaal te erkennen.

Wat dat was, staat welbeschouwd in één van de lezingen die Sebald in 1997 als gastdocent in Zürich gaf en die zijn gebundeld

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden