Beschouwing Folkhorror

Duivels gevaar in het landschap en gewelddadige geloofsfanaten: folkhorror beleeft een revival dankzij Midsommar

In folkhorrorfilms schuilt het  gevaar in het landschap. En altijd overheerst het isolement, waaraan sektarisch geweld kan ontspruiten. We zetten de meest spraakmakende vijf van het genre op een rij.

Still uit Midsommar.

Een wereld van extremen, bestuurd door angst en in de greep van religieus fanatisme, rivaliserende groepen, tribalisme, ketterij, heksenjachten. Zo omschreef filmmaker John Hillcoat (The Road, Lawless) het decor van de heksenvervolgingsklassieker Witchfinder General (1968) afgelopen mei op het filmfestival van Cannes. De regisseur wist wel waarom hij de aanstaande remake ging maken: ‘Die wereld lijkt op een vreemde manier op de wereld waarin we nu leven’.

De acteur die de oorspronkelijke rol zal overnemen van horroricoon Vincent Price als sadistische inquisiteur Matthew Hopkins in de nieuwe Witchfinder General is nog niet bekend. Voor nu betekent de aankondiging vooral een opvallende toevoeging aan de revival van een niche in het horrorgenre: folkhorror. Ooit een typisch product van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig: verhalen over hermetisch gesloten samenlevingen met een grote rol voor geloof en bijgeloof, rituelen en offerfeesten, een soundtrack met veel viool en accordeon. Inclusief die ene film die het genre definieerde: The Wicker Man uit 1973, waarin een politieman de verdwijning van een meisje op het afgelegen Schots eiland Summersisle onderzoekt, eindigend met een berucht offerritueel waarbij een metershoge man van hout in brand wordt gestoken. Destijds werd de film beschouwd als verbeelding van de schaduwzijde van de hippiecultuur, waar de bloemenliefde langzaam was vervangen door angst en paranoia (de moordsekte van Charles Manson was immers ook uit de tegencultuur ontsproten), maar in de jaren tien van deze eeuw weer helemaal terug.

Still uit Midsommar

Huwelijk tussen folkhorror en een break-upfilm

De wereld van folkhorror inspireerde ook het grote Amerikaanse filmtalent Ari Aster (vorig jaar debuterend met zijn occulte gezinshorrordrama Hereditary) tijdens het maken van Midsommar, een bedwelmende en radicale horrorfilm die vanaf vandaag in de bioscopen is te zien. De goedlachse leden van een Zweedse midzomernachtcommune nemen de Amerikaanse hoofdpersonages én de kijker mee in een nachtmerrieachtige trip vol occulte voortekenen, dansrituelen, ceremonieel geweld en, uiteindelijk, totale waanzin. 

Midsommar is een onvoorstelbare trip te midden van angstaanjagend opgewekte Zweden ★★★★★

Aster noemt zijn film ‘een huwelijk tussen folkhorror en een break-upfilm’, waar de laatste fase van de liefdesrelatie tussen zijn twee hoofdpersonages in de rituelen wordt weerspiegeld. In de Amerikaanse pers werd het idee van de gesloten commune in Midsommar vergeleken met het einde van het publieke debat: gesprekken en ideeënuitwisseling met leden van andere partijen hebben plaatsgemaakt voor een haast fundamentalistisch geloof. De commune of sekte symboliseert een leven in de filterbubbel en de moderne folkhorrorfilm waarschuwt voor de gevaren van een rotsvast geloof in het eigen gelijk.

Landschap als personage

Het openingsessay in de bundel Folk Horror Revival: Field Studies (2015) van Andy Paciorek en Katherine Beem zet de opvallendste kenmerken van het genre uiteen en maakt tegelijk goed voorstelbaar wat een nieuwe generatie filmmakers erin ziet.

Folkhorrorfilms behandelen het landschap als een op zichzelf staand personage, ten eerste, dat het denken en handelen van de mensen vaak expliciet beïnvloedt. Piers Haggard, de regisseur van genreklassieker The Blood on Satan’s Claw, vertelde in de BBC-documentaire The History of Horror (2010) hoe hij met zijn crew zelfs kuilen groeven om het cameraperspectief zo dicht mogelijk bij het land te krijgen: de kijker moest het gevoel krijgen alsof hij ín de aarde zat. (Haggard was de eerste die de term folkhorror muntte, in een interview met Fangoria Magazine uit 2003)

Het landschap is in deze context onlosmakelijk verbonden met vruchtbaarheid en overleving, maar vertegenwoordigt ook gevaar. Wanneer het 17de-eeuwse boerengezin in The Witch van Robert Eggers (2015, mogelijk hét meesterwerk van de huidige revival) uit het dorp naar de bosrand wordt verbannen omdat de oudste dochter wordt verdacht van hekserij, werpt de camera over de schouder van de godvrezende gezinsleden een angstvallige blik op het donkere bos: dáár schuilt het ondefinieerbare, duivelse gevaar.

Isolement

Folkhorror speelt zich, ten tweede, af in een isolement. Als er iemand van buitenaf in slaagt door te dringen tot de gemeenschap in kwestie, slaagt hij er doorgaans niet in het gebied te verlaten. De clash tussen het moderne stadsleven, vertegenwoordigt door de buitenstaander, en de van de buitenwereld geïsoleerde samenleving met eigen regels en gebruiken is een terugkerend thema in het genre. Hoe slecht de remake van The Wicker Man ook is: als Nicolas Cage in een nieuw toegevoegde scène een bij doodslaat, voel je direct: slecht idee, die beesten nemen nog een keer wraak. Ook het eigen geloof – in hekserij, oogstgoden, een diepe verbintenis met de natuur, kwaad dat zich verschuilt in kraaien, geiten of bijen – is cruciaal, en wordt bij voorkeur zo gedetailleerd mogelijk uitgewerkt. Zo laat Midsommar je voelen hoe het is om na een dosis psychedelische bloementhee deel te nemen aan een dansritueel.

Tenslotte werkt folkhorror toe naar een specifieke gebeurtenis, vaak in de vorm van een ogenschijnlijk opgewekt jaarlijks offerfeest. En mocht je het eigenlijk best logisch vinden dat, bijvoorbeeld, de politieman in de laatste minuten van The Wicker Man levend wordt verbrand, omdat hij de geïsoleerde gemeenschap een film lang wel erg dwingend met het wetboek om de oren sloeg en omdat die gemeenschap op deze manier volgend jaar is verzekerd van een geslaagde oogst bovendien, dan ben je definitief ten prooi gevallen aan de duivelse verleiding van een uniek filmgenre.

Soundtrack The Wicker Man

Hoewel The Wicker Man natuurlijk terecht de geschiedenis in ging als folkhorrormeesterwerk, is de film stiekem óók een musical. De Amerikaanse componist Paul Giovanni werd door filmstudio British Lion – waar men de muziek in eerste instantie beschouwde als een noodzakelijk kwaad om vooral zoveel mogelijk geld op te besparen – voorgesteld aan de onlangs afgestudeerde folkmuzikant Gary Carpenter, die erin slaagde met beperkte middelen een gelegenheidsband samen te stellen. Ze noemden zich Magnet en gingen zich met onder meer fluit, draailier, harmonica, mondharp, gitaar, viool, accordeon te buiten aan hun eigen variant op Keltische muziek, Ierse folk, duistere kinderliedjes en alles wat maar enigszins occulte, verleidelijke, erotische of broeierige associaties opriep. 

Acteurs, onder wie hoofdrolspeler Christopher Lee, moesten in de studio opdraven om mee te zingen en er werd op aanraden van Giovanni tijdens die sessies volop geblowd in de studio, memoreert Carpenter in een vermakelijk interview met The Guardian. Zoveel dat iedereen over de grond rolde van het lachen en er van spelen niets meer terecht kwam. Maar het zorgde ook voor de uitbundige speelsheid die de muziek nodig had. De eerste draaidag van de film moest nog beginnen toen de muziek al klaar was: de sfeer zat er op de set goed in. Op de set moest Carpenter op drums het ritme bepalen van een verleidingsscène met een naakte Britt Ekland. Wanneer de opnamen begonnen nam Carpenter steeds de handdoek aan waarmee ze zich in de pauzes bedekte, zegt hij in het interview. Het zou de vreemdste baan zijn die hij ooit heeft gehad.

Eens een spraakmakend nichegenre uit de jaren zestig en zeventig, maar in de jaren tien weer helemaal terug. Dit zijn de vijf opvallendste folkhorrorfilms, oud én nieuw.

The Wicker Man (Robin Hardy, 1973)

Dé iconische folkhorrorfilm. Nooit werd de angst van de gezagsgetrouwe Britse burger voor de terug-naar-de-natuur-mantra van de hippies zo griezelig weerspiegeld. De houterige en preutse remake met Nicolas Cage uit 2006 geldt als mislukt – de martelscène met bijen waarin hij ‘not the bees!’ declameert, geldt als de lachwekkendste martelscène in de filmgeschiedenis. Regisseur Hardy leverde met The Wicker Tree in 2011 een door weinigen bekeken, erbarmelijke ‘herinterpretatie’ van zijn eigen cultklassieker, en bewees eigenhandig hoe lastig de ongrijpbare toon en sfeer van het origineel zich laat nabootsen.

Kill List en A Field in England (Ben Wheatley, 2011 en 2013)

De Engelsman Ben Wheatley is een van de spannendste filmers van nu, specialist in het op originele wijze mengen van bestaande genres. Hij groeide op bij de bossen rond het graafschap Essex, zei hij eens in een interview, en daarom zit de fascinatie voor wat zich allemaal in die bossen schuilhoudt hem in het bloed. Niet gek dat zijn beklemmende gezinsdrama over een huurmoordenaar Kill List eigenlijk vrij vanzelfsprekend die bossen induikt en uitmondt in onvervalste sektehorror. Ook zijn bizarre, in zwart-wit geschoten tripfilm A Field in England – soldaten tijdens de Engelse burgeroorlog op zoek naar een schat – is doortrokken van Britse folklore.

The Blood on Satan’s Claw (Piers Haggard, 1971)

De minst bekende telg van de oorspronkelijke ‘onheilige drie-eenheid’ van folkhorror, samen met hekserijfilm Witchfinder General (1968) en de originele The Wicker Man. De kinderen van een 17de-eeuws Engels plattelandsdorpje raken in de ban van de duivel en gaan zich te buiten aan sinistere rituelen. Controversieel vanwege een verkrachtingsscène die pas veertig jaar later door regisseur Haggard werd getypeerd als ‘te krachtig’. Toch erg de moeite waard, want doordrongen van die typisch-geëxalteerde jarenzeventigsfeer: zie alleen al dat uitbundige én unheimische geblinddoekt verstoppertje spelen in een vervallen kerkje.

The Witch (Robert Eggers, 2015)

Een strenggelovig Brits immigrantengezin wordt in het Amerikaanse New England anno 1630 uit zijn dorp verbannen omdat de oudste dochter een heks zou zijn. Regisseur Eggers spitte door 17de-eeuwse rechtbankverslagen waarin te lezen is hoe heksen werden terechtgesteld, interviewde historici en dompelt je onder in een tijd waarin God je bij de minste of geringste zondige gedachte een enkeltje hel zou bezorgen. ‘Als een samenleving ergens in gelooft, bestaat het’, zei Eggers in de Volkskrant. The Witch is een instant-klassieker die doordringt tot de kern van religieuze angst.

Apostle (Gareth Evans, 2018)

Folkhorror volgens het boekje, kundig gemaakt voor een hedendaags publiek en bovendien wereldwijd beschikbaar, via Netflix. We schrijven het begin van de vorige eeuw. Een sektarisch gezelschap op een godvrezend eilandje voor de kust van Wales is verantwoordelijk voor de ontvoering van de zus van ene Thomas, die als volgeling undercover gaat. Apostle blinkt uit in een onheilszwangere sfeer en luguber uitgedoste personages. Het eilandje hangt aan elkaar van geheime tunnels, gruwelhutjes, martelwerktuigen, bloedoffers, machtsstrijd en, het griezeligst van alles, een blind streven naar menselijke puurheid.

Britney's New Look

 Alles wat opvalt, krijgt eens een South Park-parodie, zo ook folkhorror. In de aflevering Britney’s New Look uit 2008 (seizoen 12) kiezen de bewoners van een dorpje Britney Spears als menselijk offer ter verzekering van een geslaagde maisoogst. Hun ritueel: drijf het slachtoffer met behulp van paparazzi tot complete waanzin. Spears wordt letterlijk doodgefotografeerd.

Britney's new look South park
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden