Duitse wortels

Dit is het verhaal van gewone mensen die niet trots mochten zijn op hun verleden, maar wel iets te vertellen hebben

'Mijn moeder is geboren in Silezië. (...) Ze was klein, had bijna zwarte een tikje scheefstaande ogen, brede jukbeenderen, een grote mond en kort donker haar met pony (...) Ze had een mooie naam: Eleonora Christina Maria Cibis (...) Thuis noemden ze haar Elinor.' Zo introduceert Laura Starink de hoofdpersoon uit haar eigen bewogen familie- geschiedenis.

Starink maakte naam met haar indringende verslagen over de politieke en sociale veranderingen in Rusland, eind vorige eeuw. Ze schreef er twee boeken over (Een land van horen zeggen en De Russische kater) met veel oog voor de gevolgen van de omwenteling voor het leven van gewone mensen. Met evenveel compassie beschrijft ze in Duitse wortels de lotgevallen van haar moeders familie, die met miljoenen anderen vermalen dreigde te worden in de gehaktmolen van de geschiedenis.

Voor Starinks grootouders, Georg en Martha Cibis en hun zes kinderen (Elinor, de oudste, Lotte, Inge, Bärbel, Hans en Hanne) begon de ellende van de Tweede Wereldoorlog pas goed toen die voor de meeste andere Europeanen ten einde liep. Het gezin Cibis woonde in het plaatsje Mikultschütz, waar vader Georg les gaf aan de Pestalozzischool aan de Friedrich Chopinstrasse. De goed katholieke familie ging ter kerke in de Laurentiuskerk. Met oog voor details schetst Starink het traditionele, nog sterk agrarische, bestaan van het leraarsgezin in de jaren dertig en veertig. De familie Cibis had een stuk grond met tientallen fruitbomen, een bloementuin, een grote moestuin en een stuk weiland. 'Op het erf liepen kippen en ganzen. De Cibissen hielden geiten, lammetjes en konijnen en hadden altijd een waakhond. Boven in de schuur melkte de kleine Hans zijn duiven. Elk jaar werd er een varken aangeschaft, dat werd vetgemest en vervolgens door de slager in de badkuip geslacht en verwerkt tot worsten en hammen (...) Dezelfde badkuip diende jaarlijks als laatste rustplaats voor de winterse karper, de kroon op het kerstdiner.'

Alleen al aan de naamsveranderingen valt af te lezen hoe heftig de aanraking door de geschiedenis is geweest. De Pestalozzischool heette vanaf 1934 Adolf Hitler Schule. In 1945 werd de school opnieuw omgedoopt en kreeg die de naam van een Poolse hoogleraar wiskunde, Janusz Groskowski. De plaats Milkultschütz werd in 1935 van Poolse smetten ontdaan en heette Klausberg, vanaf 1945 Mikulczyce.

Voor Elinor, vijftien jaar toen Duitsland Polen aanviel, was die oorlog aanvankelijk vooral een naargeestig gerommel op de achtergrond. Ook met de dictatuur van Hitler was ze niet erg bezig. Zij en haar zussen hadden de indruk dat vader Georg geen bewonderaar van Hitler was, al werd daar thuis niet over gesproken. De meisjes waren - verplicht - lid van de Bund Deutscher Mädel, waar je elke woensdag en zaterdag in uniform moest verschijnen. Toen Lotte het daar bracht tot Führerin durfde ze dat thuis niet te vertellen. Elinor had het meeste plezier van haar lidmaatschap van de rooms-katholieke vereniging Quickborn. De jongens en meisjes zongen daar zaterdagavond bij kaarslicht Gregoriaanse liederen. 'Het was romantisch en het was een tegenwicht tegen de narigheid van de oorlog', vertrouwde Elinor veel later haar dochter toe.

In het voorjaar van 1945 naderde het Russische Rode Leger Silezië. Honderdduizenden Duitsers sloegen op de vlucht, naar het westen. Dat was nog maar het begin van de grote exodus uit de nu aan Duitsland ontnomen Ostgebiete. Tussen 1944 en 1948 werden 11 à 14 miljoen Duitsers uit Oost- en Midden Europa verdreven, vermeldt Starink, 7 miljoen uit gebied dat Pools was of werd - Polen is in 1945 een stuk naar het westen opgeschoven ten koste van Duitsland - , 3 miljoen uit Tsjechoslowakije (het Sudetenland), de overigen uit Roemenië, Hongarije en Joegoslavië. De schatting van het aantal mensen dat bij vlucht en verdrijving om het leven kwam, varieert van een half tot anderhalf miljoen. Mensen werden in vee- of goederenwagons gepropt met geen of nauwelij

ks eten, de lijken van degenen die onderweg omkwamen, werden uit de trein gegooid. Starink citeert een Amerikaanse diplomaat die de verdrijving gadesloeg: 'Dit is vergelding op grote schaal,niet jegens partijbonzen, maar jegens vrouwen en kinderen, armen en zieken.'

Ook de familie Cibis ontkwam niet aan die naoorlogse ellende. Elinor had nog het meeste geluk; omdat ze aan tuberculose leed, kon ze in 1944 op kosten van het Duitse ziekenfonds in Davos in Zwitserland gaan kuren. Weliswaar stopten in 1945 de betalingen van het ziekenfonds, maar Elinor vond een gratis woonplek in een klooster en wist zelfs aan een beurs te komen om in Fribourg kunstgeschiedenis te studeren. Daar ontmoette ze in 1947 de Nederlandse student Jan Starink. Ver van huis vernam ze in de herfst van 1945 uit een brief van haar vader dat moeder Martha aan uitputting was bezweken na een vergeefse vlucht voor het Rode Leger. Zus Lotte was, vermagerd en ziek, net weer thuis na enkele maanden dwangarbeid voor de Russen in Auschwitz. In juli 1947 stierf Georg aan tbc. In Mikulczyce moesten de oudste meisjes Lotte en Inge voor de kleintjes zorgen, met weinig middelen van bestaan en geregeld bedreigd met uitzetting. Uiteindelijk besloten ze naar West-Duitsland te vertrekken, omdat het leven als leden van een gehate minderheid in Polen weinig rooskleurige perspectieven bood.

Starink beschrijft, ze klaagt niet aan, geremd door de wetenschap dat Klausberg 'maar zestig kilometer van Auschwitz' ligt. 'Alles verbleekt immers bij de gruwel die daar, bij mijn moeder om de hoek, heeft plaatsgevonden.' Ook de wraakgevoelens van Russen en Polen waren begrijpelijk. Toch kun je het een niet eenvoudig tegen het ander wegstrepen. Starink: 'Mijn moeder en haar broer en zussen behoren tot de Duitse generatie die geen schuld heeft aan de oorlog, maar er wel door is getekend. (...) Ze zijn verdreven uit hun huizen, maar mochten zich daarover niet beklagen, dus hielden ze hun mond (...) Dit is het verhaal van gewone mensen die niet trots mochten zijn op hun verleden, maar wel iets te vertellen hebben.'

Starink vertelt dat verhaal bewonderenswaardig sereen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden