Duitse topdirigent Kurt Masur (88) overleden

De zaterdag overleden dirigent Kurt Masur (1927-2015) leverde de soundtrack bij de Wende, en temde het New York Philharmonic.

Kurt Masur in 1990. Beeld afp

Waarom ze bij hem waren uitgekomen, vroeg de afgelopen zaterdag op 88-jarige leeftijd overleden dirigent Kurt Masur, die voor veel van de grote orkesten van de wereld, inclusief het Concertgebouworkest, heeft gestaan, aan een van de orkestleden verantwoordelijk voor zijn benoeming bij de New York Philharmonic in 1990. 'Omdat u orkesten niet vreest', was het antwoord geweest.

De autoriteit van Masur ging verder dan het in toom houden van een orkest met een rebelse status.

Hij was 26 jaar lang de muzikale leider van het Oostduitse Gewandhaus-orchester in Leipzig en had een status in het voormalige Oost-Duitsland die het muzikale verre oversteeg. Hij had niet alleen succesvol voor een nieuwe concertzaal gepleit bij de Oostduitse regeringsleiders, maar speelde een cruciale rol in 1989, toen de spanning in de straten van Leipzig hoog opliep. 'Ik was te lang alleen met muziek bezig geweest', zei Masur vorig jaar tegen Der Spiegel. 'Maar ik realiseerde me dat er veranderingen nodig waren.'

Op 9 oktober 1989, een maand voor de Muur viel, was door de hele stad een door Masur voorgelezen verklaring te horen waarin om kalmte werd gevraagd en dialoog werd beloofd. En toen op 3 oktober 1990 de hereniging een feit was, stond Masur tijdens de feestelijkheden voor zijn orkest om de Negende van Beethoven te dirigeren, waardoor Ode an die Freude bij de soundtrack van de Wende zou gaan horen. Hij werd even beschouwd als kandidaat-opvolger van de Oostduitse leider Honecker, toen het aanbod uit New York kwam. Collega-dirigent Simon Rattle zei hem bij die gelegenheid dat hij zonder twijfel voor de moeilijkste baan had gekozen.

Masur werd op 18 juli 1927 geboren in de Duitse stad Brieg, tegenwoordig het Poolse Brzeg, en hij studeerde piano, compositie en dirigeren in Leipzig. Een probleem in zijn rechterhand maakte het voor hem onmogelijk een instrument te bespelen en hij zou ook zijn leven lang zonder baton dirigeren.

Bij zijn benoeming als dirigent van de New York Philharmonic schreef de muziekcriticus van The New York Times: 'De heer Masur heeft zich wel eens in de 20ste eeuw begeven voor een late romanticus als Richard Strauss of een gematigde modernist als Prokofjev. Maar als hij niet een paar verrassingen uit zijn mouw tovert, dan wordt Leipzig-aan-de-Hudson een nog saaiere stad dan Mehtaville.' Zo sterk was de slagschaduw van Leonard Bernstein, de man die het New York Philharmonic van 1958 tot 1969 leidde, dat opvolgers Pierre Boulez en Zubin Mehta door de krant verantwoordelijk werden gehouden voor de artistieke neergang. En in 1990 werd er van Masur, 'the darkest of dark horses' (ofwel de onwaarschijnlijkste kandidaat voor de positie) weinig meer verwacht. Maar hij werd snel omhelsd door het kritische Newyorkse publiek toen hij 'de bombast' van het orkest wist te temmen.

The New York Times nam dit weekend afscheid van hem als van een man die op het podium verscheen met de overtuiging dat 'het maken van muziek een morele daad was die van de wereld kon helen.' Een overtuiging die hij in het New York van na de aanslagen van 9/11 in de praktijk bracht met een uitvoering van Ein Deutsches Requiem van Brahms, waarbij op zijn verzoek geen applaus klonk. En leden van zijn orkest gaven straatconcerten rond Ground Zero.

'Ik ben niet bang om de muziek van de grote meesters keer op keer te herhalen', zei hij bij een bezoek aan Nederland. 'Mits het gebeurt alsof het nieuw is.'

Masur in 2006. Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden