Duistere kamers van de biografie

Non-fictie Vijf biografieën van formaat maken kans op de eerste Erik Hazelhoff Prijs. Wat drijft de biograaf?..

Wie een biografie schrijft, voelt velen over de schouder meekijken. Zijn er nog nabestaanden in leven, dan staan die op de voorste rij van bezorgde cipiers. Komt hun dierbare goed uit de verf, getrouw aan het origineel? Worden er geen familiegeheimen opgerakeld? Krijgen zijzelf een waardige rol? Dringen zich geen oude intriganten op? Dat gewicht kan zwaar drukken, vooral als nabestaanden belangrijke bronnen vormen of onontbeerlijke bronnen in hun bezit hebben. Het is de kunst om het ‘ware’ verhaal uit het koor van stemmen te destilleren en daarbij niet om heikele kwesties heen te sluipen. De biograaf moet ook de duistere, onwelriekende kamertjes bezoeken en trapt onvermijdelijk op zielen.

Als het boek af is, verbreedt zich de kring van beste stuurlui. Want het ‘onderwerp’ is geen persoonlijk bezit van de biograaf. Ooit was het een mens van vlees en bloed, een uitzonderlijk of invloedrijk persoon – ervan uitgaande dat hij of zij overleden is – die zijn sporen in de hoofden en harten van anderen heeft achtergelaten. Er is een heel legertje schaduwbiografen dat eigen theorieën, dromen en verwachtingen op de hoofdpersoon heeft geprojecteerd.

Al die deskundige meelezers verschillen maar in één opzicht van de biograaf: zij hebben dat boek toevallig niet geschreven – wat niet wil zeggen dat ze het niet beter hadden gekund.

En dan is er nog het ‘onderwerp’ zelf dat meekijkt vanaf zijn wolk. Soms hoofdschuddend over zoveel onbenul, dan weer sardonisch lachend om de verwarring die hij heeft gesticht of om de wanhoop van die nachtelijke tikker, omringd door stapels documentatie. Jij moest toch zonodig mijn levensverhaal schrijven? Waarom eigenlijk? Dat is een vraag die je als lezer ook graag beantwoord wil zien: hoe verhoudt zich de biograaf tot het onderwerp. Is de hoofdpersoon object van adoratie of fascinatie, wil de biograaf afrekenen met eerdere beeldvorming? Wat voor portret wil de biograaf schrijven: een zo objectief mogelijk verhaal, een zoektocht naar de drijfveren van de hoofdpersoon, het portret van een tijdperk waarin de hoofdpersoon een spil vormde?

Er zijn vijf biografieën genomineerd voor de Erik Hazelhoff Prijs, een nieuwe prijs voor de beste Nederlandstalige biografie. Het zijn alle vijf biografieën van formaat, goed geschreven en gebaseerd op grondig onderzoek.

Jolande Withuis, die een prachtige biografie schreef over verzetsman Pim Boellaard, Weest manlijk, zijt sterk – waarvoor ze terecht de Grote Geschiedenisprijs 2009 kreeg – zegt het duidelijk: Pim Boellaard was ‘een held’. De man deed verzetswerk, moest onderduiken en werd verraden. In mei 1942 werd hij gearresteerd, afgevoerd naar het kamp Natzweiler en daarna naar Dachau. Hij overleefde niet alleen die helse jaren, hij sleepte ook vele medegevangen erdoorheen. Door te zorgen dat ze hun waardigheid behielden en hun identiteit. Hij ontpopte zich in de kampen tot een onbaatzuchtige en onverschrokken leider. Withuis noemt hem ‘een held wiens integriteit buiten kijf stond’. Toch is haar boek geen hagiografie. Withuis, een feministische sociologe, bepaald niet afkomstig uit kringen van God, Vaderland en Oranje waarin haar held vertoefde, heeft genoeg kritische afstand om zijn minpunten te zien: ijdelheid, machismo, een hang naar de ‘juiste kringen’ en blindheid voor het zelfzuchtige karakter van zijn vriend prins Bernhard.

Lijnrecht daar tegenover staat Hans Schoots’ Bert Haanstra- Filmer van Nederland. Schoots waarschuwt dat zijn boek niet ‘het verhaal van een leven’ is. Het gaat hem vooral om het werk van de populaire cineast, geplaatst in de tijd van ontstaan. Het is eerder een monografie van een ‘echte jaren-vijftig-humanist’, maar Haanstra’s drijfveren en overtuigingen schetst hij oppervlakkig.

Sergej Diaghilev – een leven voor de kunst van de slavist Sjeng Scheijen is van een andere orde, alleen al omdat de hoofdpersoon een Rus is. Omdat Diaghilev in 1929 overleed kon Scheijen geen mensen spreken die hem persoonlijk hadden gekend. Wel vond hij in archieven unieke, nooit eerder gepubliceerde brieven. Resultaat is een portret van een mateloze man, die als bevlogen organisator aan het begin van de vorige eeuw een vernieuwingsbeweging in gang zette. Hij werd vooral bekend als leider van de Ballets Russes, waarvoor hij talenten als Nijinsky, Stravinsky, Picasso en Matisse aan zich bond. Scheijen schreef een mooie biografie, over een bezeten liefhebber van kunst en jonge knapen, een leven vol conflicten, dat tragisch eindigde. Jammer dat Scheijen niets vertelt over zijn motieven om te schrijven over Diaghilev, en waarom een nieuwe biografie nodig was naast de bestaande.

Anet Bleich bracht zeven jaar door met oud-premier en PvdA-leider Joop den Uyl, met op haar schouders diens kritische familie en gans het volk, dat uiteenvalt in Den Uyl-bewonderaars en -haters. Bewonderenswaardig om toch onverstoorbaar, op aangename verteltoon, dat leven te ontvouwen. In de inleiding schrijft dat ze moest ‘uitkijken om niet door voor- en tegenstanders te worden ingelijfd’. Die klip heeft zij omzeild: de voelbare sympathie voor den Uyl slaat nergens om in adoratie. Het mooiste aan haar biografie vind ik het persoonlijke portret van de gereformeerde, dweepzuchtige jongen die gedichten las, en al jong wist dat hij minister wilde worden. Zij tekent een ernstige tobber, contant in gevecht met zijn geweten. Terwijl buiten de jaren zestig woedden, kreeg Den Uyl thuis te maken met zeven rebelse adolescenten en een vrouw die vond dat hij haar ontplooiing had verhinderd. We zien een man die zich, thuis en in de partij, in onmogelijke bochten wrong.

Marja Vuijsje, auteur van Joke Smit – Biografie van een feministe stelt de afstand tot haar onderwerp al meteen vast: toen zij aan haar boek begon, was zij ‘geen grote fan’. Vuijsje hoorde eind jaren zeventig bij de meer activistische feministen; Smits ‘mars door de instituties’ leek een omweg. Haar opzienbare artikel uit 1967 Het onbehagen bij de vrouw, waarin zij in één streek alle items aanroert die er in het feminisme toe doen, vormt de invalshoek. Maar ook Vuijsje schreef geen politiek-sociologische verhandeling. Zij vertelt het ontroerende levensverhaal van een ijverig meisje uit een hervormd geheelonthoudersgezin, dat keihard werkte en studeerde, om voor vol te worden aangezien. Dat lukte, ze werd het ‘boegbeeld’ van de beweging. In haar korte leven betaalde Smit een hoge prijs: ongelukkige relaties en een rusteloos moederschap.

Het zijn de levensverhalen van Joke Smit, Joop den Uyl en Pim Boellaard die mij het best bijbleven. Én een biografie die de shortlist van de Erik Hazelhoffprijs niet haalde: Vondel van Piet Calis, waarin het gelukt is om iemand die vier eeuwen geleden leefde, terug te halen als een bijna aanraakbare figuur.

De precaire balans tussen betrokkenheid én distantie, tijdsbeeld en persoonlijk levensverhaal, zo moeilijk te bereiken met al die meelezers op de schouder, dat maakt deze biografieën jaloersmakend geslaagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden