Duidelijke taal van een plaatje

Wie met plaatjes een boodschap goed wil overbrengen, moet weten wanneer ze duidelijk zijn en wanneer niet. Onderzoekers hebben een systeem bedacht om ontwerpers te voorzien van de benodigde plaatjes-grammatica....

AMSTERDAMSE automobilisten zijn gewaarschuwd. Gooien ze bij het parkeren géén munt in de automaat, dan volgt een wielklem. Was getekend: Dienst Parkeerbeheer, op rechthoekige borden.

Op die borden staat een getekende hand die een munt in een schuinstaand streepje gooit, gevolgd door een pijl naar een gleuf waar een papiertje met 'ticket' erop uitkomt. Onder een stippellijn staan een hand met een doorgestreepte munt, een pijl en een cirkel met een geel martelwerktuig erop: een wielklem.

Dat bord van Parkeerbeheer is in de ogen van grafici zowel leuk als slecht. Aardig is dat het laat zien dat de inhoud van getekende boodschappen vaak is te herleiden tot een grammaticale structuur die aan gesproken taal is ontleend. 'De hand gooit een munt in de gleuf; er komt een papiertje uit de machine. De hand gooit geen munt in de gleuf; er zit een klem om het wiel.'

Ook leuk is dat in de getekende boodschap basale logische structuurtjes zijn te traceren: 'Als de hand geen munt in de gleuf gooit, dan heeft het wiel een klem.'

Slecht aan het bord is evenwel dat het een potentiële bron is van misverstanden. In het Engels kan ticket ook 'bekeuring' betekenen: gooit de hand geld in de gleuf, dan komt uit het apparaat een bekeuring. Wie nog nooit een wielklem heeft gezien, snapt de cirkel met het gele ding niet. En trouwens: volgens grafische wetten staan de afzonderlijke elementen van deze boodschap te veel los van elkaar, hun onderlinge relatie is niet onontkoombaar duidelijk.

Het bord van Parkeerbeheer is een voorbeeld uit het onderzoek van drs. Y. Engelhardt. Wat drukken de verschillende elementen in zo'n tekening, een grafiek of een diagram uit, wat kan daarbij misgaan en hoe kan het systeem van weergave worden verbeterd en worden vertaald in een computerprogramma, zijn de onderzoeksvragen van de Amsterdamse promovendus.

Het onderzoek van Engelhardt maakt deel uit van een groter project dat wordt uitgevoerd op het Institute for Logic, Language and Computation van de Universiteit van Amsterdam. Een dwarsverband dus tussen logica, toegepaste taalkunde en informatica. Beoogd eindresultaat is een computerprogramma dat automatisch visualisaties genereert.

Het eerste beginsel van alle communicatie, stelt Engelhardt, is het overbrengen van informatie. Grafische communicatie zowel als gesproken taal gaan over gegevens en hun onderlinge relatie. Engelhardt: 'In gesproken taal worden zaken weergegeven met woorden. Om vervolgens relaties tussen deze dingen weer te geven, worden er nog meer woorden bijgehaald.'

Die woorden staan met elkaar in een grammaticale structuur, waarop wij onbewust direct een taalkundige analyse uitvoeren. We zien verband tussen de elementen: iemand is het onderwerp, dat iets doet met iets anders, doorgaans met een veranderde staat als gevolg.

In feite zit een grafische weergave ongeveer hetzelfde in elkaar. Een mens leest of analyseert die hetzelfde als de woorden waarvoor zij in de plaats komt. Engelhardt: 'In grafieken worden zaken weergegeven door symbolen. Symbolen kunnen van alles zijn, van eenvoudige stipjes tot prachtige pictogrammen. Soms worden er, om relaties aan te geven, meer symbolen bijgehaald, zoals pijltjes.'

Maar grafische visualisaties hebben extra mogelijkheden. Relaties en verhoudingen erin kunnen ook met andere hulpmiddelen dan met meer symbolen worden weergegeven. Met kleuren bijvoorbeeld, met relatieve dikte, door het één hoger te plaatsen dan het andere.

Engelhardt heeft, samen met collega's en onder begeleiding van de Delftse hoogleraar prof. dr. P. Mijksenaar, de grafische mogelijkheden geïnventariseerd. 'Wij scheppen gereedschap waarmee tekenaars de grote hoeveelheid alternatieven systematisch kunnen verkennen, zodat in de praktijk ook opties de revue passeren waarop de tekenaar zelf misschien niet zou zijn gekomen.'

Je kunt, zo stelt de onderzoeker, verschillende typen informatie met een tekening willen overbrengen. Categorieën, bijvoorbeeld alle meisjes in een klas en alle jongens. Geordende informatie, zoals wanneer je al die jongens en meisjes uitsplitst op het hebben van een zwemdiploma A, B, C. Proportionele informatie, bijvoorbeeld door hun precieze leeftijd te vermelden. En topologische gegevens, waarmee je de onderlinge verbanden uitdrukt: kinderen die met elkaar bevriend zijn, worden op de tekening door een lijn met elkaar verbonden. Deze laatste vorm is ook herkenbaar op metro-plattegronden, waarop tussen stations wel of geen verbinding staat aangegeven.

Er staan de tekenaar verschillende grafische hulpmiddelen ter beschikking om al die soorten informatie te onderscheiden. Om bij het voorbeeld van de schoolklas te blijven: de twee categorieën kinderen krijgen elk een eigen kleur. Jongens worden blauw, meisjes roze. De ordening binnen die categorieën zelf is aan te geven met behulp van kleurschakeringen: jongens met alleen zwemdiploma A zijn lichtblauw, die met A en B zijn middelblauw en die met A,B en C zijn donkerblauw. En er kunnen proportionele verschillen worden weergegeven, zoals in lichaamslengte, of in cijfers voor rekenen, door de symbooltjes te laten variëren in lengte.

WAT ER VAAK MIS gaat bij visuele representaties, constateert Engelhardt, is dat codes op de verkeerde manier worden toegepast. Als je de kinderen op een school weergeeft door puntjes verdeeld over een pagina en je geeft elke leeftijd een eigen kleur, geeft het resultaat geen inzicht in hoeveel ouder het ene kind is dan het andere, een ook niet over hoeveel kinderen van elke leeftijd er op de school zitten.

Ook worden vaak verkeerde symbolen gekozen om gegevens weer te geven. Engelhardt toont ter illustratie een kaart van Nederland waarop zoveel centimeter stijging of daling van grondwater lokaal is weergegeven met symbolen als bijvoorbeeld sterretjes, rondjes of driehoekjes. Dat systeem dwingt tot: per symbool de legenda raadplegen om de plaatselijke situatie te kennen. Handiger is in zo'n geval stijging met één kleur uit te drukken en daling met een andere kleur, vervat in een groter of kleiner staafje om de hoeveelheid stijging of daling aan te duiden.

Engelhardt, van huis uit zowel medicus als graficus, is bij dit onderzoek betrokken door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. Het RIVM krijgt een aanhoudende stroom van statistisch materiaal en meetgegevens binnen die moet worden verwerkt tot informatie die voor het beleid van belang is en die voor een groter publiek toegankelijk is.

Er zijn wel computerprogramma's die diagrammen genereren, maar die kunnen bijvoorbeeld geen onderlinge verhoudingen, geen topologische verbanden weergeven. De huidige automatische programma's kunnen geen complexe diagrammen opzetten. Ook kunnen ze niet zelf beslissen over welke soort diagram voor welke gegevens het meest inzichtelijk zijn.

Handig zou een computerprogramma zijn dat statistische gegevens automatisch visualiseert, liefst naar keuze in een curve, in een staafdiagram, of in zo'n ronde taart met driehoekige punten die het relatieve aandeel van de verschillende categorieën aangeven.

En het summum van handig lijkt het het RIVM wanneer degene die met de gegevens en de grafische weergave daarvan moet werken, ook nog met een paar eenvoudige handgrepen kan berekenen wat het eindresultaat wordt als de vooraannames veranderen. De computer moet per opdracht een paar simpele directe tegenvragen aan de gebruiker stellen, die snel sturen naar zinnige aanbevelingen.

ZO'N computerprogramma met zijdezachte gebruikers-interface hebben ze in Amsterdam nog lang niet af. Als dat makkelijk was, had een snelle graficus met een bevriende informaticus er namelijk allang een in elkaar geprutst.

Het nieuwe aan wat de Amsterdammers willen is dat de tekeningen die eruit moeten komen rollen, ten eerste een taalkundige kijk op graphics meenemen. Ten tweede werken de onderzoekers aan de ontwikkeling van een meer omvattende betekenisgeving van het tweedimensionale vlak.

Dat betekent dat ze een computerprogramma zoeken dat direct verband houdt met ideeën die aan de toegepaste taalkunde en de logica zijn ontleend. En het programma moet dus geen keuzes kunnen maken die vloeken met de grafische grondregels. Het RIVM heeft nog zeker twee jaar onderzoek van de universiteit tegoed.

Mieke Zijlmans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.