Dublinezen biedt rijke sensatie

Dubliners worden Dublinezen in de baldadige vertaling van de virtuoze Henkes en Bindervoet.

null Beeld null

Dat het woord eigenheimer ('kruidige aardappel') meer betekenissen heeft en ook een rare snoeshaan kan beduiden, hoeft in een land van aardappeleters niet te verrassen. Maar van de uitdrukking 'een mens is geen aardappel' kijk je toch even op. Het zinnetje speelt een rol in de nieuwe vertaling van James Joyces verhalenbundel Dubliners, die dankzij de vertalers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes opeens Dublinezen blijkt te heten.

In een cruciale passage in het derde verhaal van de bundel, 'Arabiën', krijgt de hoofdpersoon, een naamloze schooljongen, permissie 's avonds laat nog de straat op te gaan, waarbij zijn oom de hierboven aangehaalde woorden spreekt.

Bindervoet en Henkes (B&H) zijn avontuurlijke vertalers, die zich weleens een vertaalkundige buitenissigheid permitteren - zie die nieuwe titel, waarvan de noodzaak niet helemaal duidelijk wordt. Maar pietjes precies zijn ze ook. In een extra hoofdstuk achter in het boek, 'Uit de werkplaats van de vertalers', verantwoorden ze hun keuzes. Ze analyseren lastige passages, vergelijken ze met die in Franse en Duitse edities, en raadplegen specialisten als Hugh Kenner en Vincent Dean, de 'Joyce-weter, die alles weet'.

Daarbij gaat het er niet alleen maar geleerd aan toe. We krijgen ook een geestige overeenkomst tussen Dublinezen en de Lucky Luke-strip Tenderfoot voorgeschoteld, naast een in deze context verdwaald Volkskrant-citaat van Aleid Truijens over W.F. Hermans, het recept van de spiced beef die in het slotverhaal wordt opgediend, en nog meer joligheden.

De aardappelmetafoor komt gelukkig ook aan de orde. B&H blijken die te hebben opgediept in een lexicografische uithoek: de uit 1931 stammende synoniemenbijbel Het juiste woord van de Vlaamse jezuïet Lodewijk Brouwers. 'Een mens is geen aardappel' is er als variant op 'na spanning ontspanning' in opgenomen. Een beetje gezochte vertaalvondst dus, zeker omdat Joyce hier zelf het veel bekendere 'All work and no play makes Jack a dull boy' bezigt (natuurlijk verwijzen B&H naar Kubricks film The Shining, waarin het zinnetje zo'n boosaardige lading krijgt). Een eenvoudig Nederlands equivalent is 'De boog kan niet altijd gespannen zijn', en dat gezegde gebruikte Rein Bloem dan ook in zijn Dubliners-vertaling uit 1968.

Kortom, met Bindervoet en Henkes verveel je je niet, maar je komt wel voor vreemde verrassingen te staan. Zoals ze zelf zeggen: 'Als het bevreemdend werkt, des te beter, en als het nieuwsgierig maakt, nog eens te meer des te beterder.' Die baldadige kant kan soms opdringerig zijn, maar is wel precies wat hen geknipt maakt voor James Joyce (zoals hun eerdere vertalingen van Ulysses, Finnegans Wake en A Portrait of the Artist as a Young Man al ruimschoots demonstreerden): de taalvirtuoos die literatuur opvatte als een oneindig spel met betekenissen, associaties en mogelijkheden.

null Beeld null

Niet dat Dublinezen speelse lectuur biedt. De grotendeels al in 1905 voltooide, maar om zijn controversiële inhoud pas in 1914 gepubliceerde bundel is één lange parade van gefnuikte levens, verstikt in maatschappelijke, seksuele en religieuze conventies. In vijftien thematisch verbonden verhalen, met een psychologisch inlevingsvermogen dat moeilijk voorstelbaar is bij een 23-jarige schrijver, roept Joyce een wereld op van misbruik, zelfbedrog en ontgoocheling.

En net als bij zijn leeftijdgenoot Willem Elsschot, wiens sardonische Villa des Roses een jaar voor Dubliners verscheen, weet je ondanks de karige zinnen meteen wie je voor je hebt. Zie die aardige pater Flynn, die de jonge ik in Joyces openingsverhaal zo gewetensvol onder zijn hoede neemt: 'Als hij glimlachte, ontblootte hij altijd zijn grote gele tanden en liet zijn tong rusten op zijn onderlip.'

Joyce had wel grotere ambities dan Elsschot. Hij hoopte dat 'de bijzondere geur van bederf' in Dublinezen zijn landgenoten zou opwekken uit de spirituele verlamming waarin Ierland volgens hem verkeerde. De stijl van 'scrupulous meanness' die hij daartoe aanwendde, dienen we volgens B&H 'ergens in het klatergouden midden van het spectrum tussen narigheid en karigheid' te situeren.

Wurgende beklemming dus, en toch stuit je in Dublinezen op de ene schitterende formulering na de andere. De geremde mr. Duffy, hoofdpersoon van het verhaal 'Een pijnlijk geval', leefde 'op enige distantie van zijn lichaam en bekeek zijn eigen daden met sceptische blikken van opzij'. En zo beschrijft Joyce de illusie van een eerste liefde: 'Mijn lichaam was als een harp en haar woorden en gebaren gleden als vingers langs de snaren.'

Aan de rijke sensatie die de lezing van Dublinezen biedt, voegen de vertalers in hun commentaar nog een extra toe. Ze leggen uit hoe motieven en personages, soms in vermomming, terugkeren in Ulysses, en maken je deelgenoot van hun zoektochten naar de juiste vertaalnuance. 'Coping' kan borstwering betekenen, maar ook balustrade, dekplaat, sluitsteen en nog meer. Joyce gebruikt het woord in de beschrijving van een brug. B&H reconstrueren al wikkend en wegend dat het waarschijnlijk de Newcomen Bridge in Dublin betreft, ontdekken via nota bene Google Street View dat die een granieten leuning heeft en concluderen: 'borstwering is oké'.

Waar nodig weten de vertalers zich ook in te houden. Wat betekent 'derevaun seraun' - de raadselachtige woorden die een delirische vrouw op haar sterfbed roept? B&H inventariseren de vele hypothesen die de ronde doen (de mooiste: 'vaarwel aan de witte eikenbossen'). Zelf houden ze het op 'pseudo-Iers' en aan een nadere verklaring wagen ze zich niet. 'Gelukkig zijn wij geen Joyceanen', zeggen ze erbij. Ja ja.

James Joyce

James Joyce (1881-1941) is de auteur van het twintigste-eeuwse epos Ulysses (1922), de roman waarin de Ierse schrijver motieven uit de voor-christelijke Odyssee verplaatste naar een dag in Dublin anno 1904, vervat in een duizelingwekkend spectrum aan taalregisters en literaire vormen. Ook Finnegans Wake (1939), waarin Joyce de complexiteiten verder opvoerde, speelt in Dublin, zij het nu in het jaar 1132. Motieven uit beide romans dienen zich al in geconcentreerde vorm aan in Joyces prozadebuut Dubliners (1914), de verhalenbundel die verscheen in het jaar waarin de schrijver zijn geboorteland voorgoed verliet. Ook al schreef hij voortaan in Parijs of Triëst, van Ierland zou Joyce nooit meer loskomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden