Dubbele punt

Een dichter moet zorgvuldig dromen

Je eigen wereld bezitten is zoiets als dolen door een hoogstpersoonlijk labyrint, waar je kunt denken en dromen zonder te worden gevangen, het is vrijheid smaken, en zolang de uitweg jou niet gevonden heeft (want omgekeerd peins jij er niet over een uitweg te vinden), is het zelfs een ontsnapping.

Met excuses voor deze prozaïsche parafrase, terwijl de taal van de dichteres niet te evenaren precies is, vertelt Wislawa Szymborska (84) ons dit in 'Het labyrint', te vinden in haar bundel Dubbele punt, twee jaar na verschijnen uit het Pools vertaald. In een lint van korte regels, met veel wendingen en komma's, vergelijkbaar met de afslagen en onverhoedse verdwijnpunten die een doolhof kenmerken, keert ze onze dagelijkse notie vastberaden om.

De ontsnapping is niet die uít het labyrint, zij is gelegen in het ongrijpbaar blijven zolang je er binnen blijft. In de wereld van gedachtespinsels, onbesliste keuzes, van een rijkdom aan mogelijkheden, waar dromen geen valse schimmen zijn maar grondstof, en waar het ontnuchterende 'waakleven' met zijn schelle daglicht geen vat op kan krijgen.

Wislawa Szymborska pleegt haar gedichten niet te dateren. Zoiets hebben biografen en beroepsuitleggers liever niet, en dus wordt haar nogal eens gevraagd naar de plek en dag waarop een creatie tot stand kwam. Alsof dat er iets toe doet. Sterker, alsof zo'n ondertekening een richtsnoer zou bieden. Dat ze dat weigert, moet ze de schriftgeleerden met zoveel woorden uitleggen - en dat gaat gepaard met uitvluchten en ontwijkgedrag, waardoor ze nog bijna de verdenking op zich zou laden, zichzelf door mystificaties interessanter te maken.

Op een literaire avond vroeg zekere literatuurvorser haar ooit waar Szymborska aan dacht toen ze haar beroemde 'Gesprek met een steen' schreef (uit de bundel Zout, 1962). Haar antwoord was: 'Aan een steen.' Dit stelde de vragensteller teleur, meldt het duo Anna Bikont en Joanna Szczesna in Prullaria, dromen en vrienden, zoals hun rijkelijk geïllustreerde biografie heet, die vier jaar na verschijnen eveneens is vertaald.

De man die hoopte op een verklaring of diepzinnige analyse, had een gat in de lucht moeten springen. Dat hij daar niet zelf op was gekomen! Het wonderlijke van het genoemde gedicht, en van zovele andere van de Nobelprijswinnares, is dat het veel te denken geeft en tezelfdertijd uiterst concreet blijft. De steen moge voor van alles staan - en het gesprek met een steen kan handelen over, laat ons zeggen, de mens die geen antwoord krijgt als hij wil doordringen in een hermetisch gesloten oppervlak dat zonder woorden toe kan -, maar het is en blijft ook een steen.

Dat toont Szymborska's taal haarfijn, en het tere weefsel van haar verzen zou ze zelf aan flarden rijten door een toelichting, zo een die een greep doet in het wollige en uiteindelijk altijd onmachtige, semi-academische idioom. Het taaltje van de niet-dichters, die met hun vragen (Wat bedoelt u hiermee? Waar dacht u toen aan? Op welke dag schreef u dit?) speelgoedpijltjes schieten over de haag van het labyrint waartoe hun de toegang is ontzegd.

De poëzie is de dichter zelf, méér dan de feiten die zijn leven en werk in kaart heten te brengen, heeft Szymborska herhaaldelijk gesuggereerd. Wil je haar leren kennen, verdiep je in het werk, dat is trouwens altijd het beste. Die aanbeveling is geen geheimzinnigdoenerij, maar een artistiek axioma. In haar gedicht 'Autotomie' (uit Elk geval, 1972) schrijft ze over de zeekomkommer, die zichzelf bij gevaar in tweeën deelt: 'zijn ene zelf staat hij de wereld af om op te eten,/ terwijl hij met zijn andere vlucht. (...) Op de ene rand de dood, op de andere het leven./ Hier is wanhoop, ginds een nieuw begin. (...) Wij kunnen onszelf ook delen, o zeker, wij ook./ Maar alleen in lichamen en afgebroken fluisteringen./ In lichaam en poëzie.' Haar werk is de kern, vragen naar data en verklaringen is vragen om afzwaaiers of beleefde afwijzingen (weinigen die zo welgemeend 'Ik

weet het niet' kunnen zeggen als zij), in de hoop ze glimlachend terug te sturen naar waar ze alles van hun gading zouden kunnen vinden.

Het is een mooi initiatief van De Geus, na Meulenhoff haar nieuwe Nederlandse uitgever, om de eerste Szymborska-biografie uit te brengen naast de meest recente bundel: het lijkt een oneerlijke strijd, ruim driehonderd pagina's met feiten, foto's, collages (de dichteres knipt en plakt dat het een aard heeft) die ze bij wijze van ansicht aan vrienden en bekenden stuurt, plus de schaarse interview-uitspraken - tegenover de zeventien gedichten die de bundel Dubbele punt rijk is. Maar hoe onderhoudend de biografie vaak ook is, na lezing lijkt die onderneming te krimpen en te verkruimelen zodra je de dichtbundel openslaat en de titel van het eerste gedicht als een programma of presentatie tot onze dovemansoren wordt gericht: 'Afwezigheid'.

Het scheelde niet veel, schrijft Szymborska daar verwonderd, of haar moeder was indertijd met een andere meneer getrouwd, 'Zbigniew B. uit Zdúnska Wola', die dan een heel andere dochter hadden gekregen. Zoals het ook niet veel had gescheeld, of haar vader was met ene 'juffrouw Jadwiga R. uit Zakopane' getrouwd, die dan uiteraard een heel andere dochter hadden gekregen. Die dochters hadden dan zus gedaan, of zo - Szymborska benoemt de voorkeuren van de virtuele dochters nauwgezet, met als gevolg dat zij zelf, vanuit haar afwezigheid, toch een zelfportret opbouwt. Door aan te duiden wat ze niet is, als een negatief, doemt haar schaduwgestalte op. In 'Afwezigheid' is de dichteres in elke lettergeep present. Volkomen toevallig is ze eigenlijk ontstaan; anders dan kunstenaarsbiografieën de lezer dikwijls diets maken, namelijk dat hun hoofdpersoon, afkomstig uit dít milieu en met díe ouders, welhaast niet anders kon dan díe levensloop krijgen en dát oeuvre schrijven. Biografen, verslaafd aan elk denkbaar verband (als ze dichters waren, zouden ze uitsluitend rijmen), gunnen het toeval zelden de grote rol die het toekomt.

Szymborska's werk waarschuwt ervoor hoe vruchteloos het is je op haar biografie te storten. Die les had De Geus ons niet duidelijker kunnen inwrijven dan door de gelijktijdige publicatie van biografie en bundel. Wat niet wil zeggen dat die biografie overbodig is. De dwaaltocht waarin Bikont en Szczesna met merkbaar plezier hebben gepersisteerd (eerdere aspirant-biografen, onder wie een hooggeleerde, zijn ergens in de doolhof zoek geraakt), bevat tal van saillante uitspraken en wetenswaardigheden.

Maar de maaksters willen vooral overbrengen wat een enig mens die dichteres uit Kraków is. Toen ze dertig jaar lang redacteur was van een literair tijdschrift, placht Szymborska de inzenders op satirische wijze de les te lezen ('U vraagt mij wat wij van Homerus vinden. Tot nu toe niets dan goeds. Hoezo, is er iets gebeurd?'), ze blijkt verzot op limericks (waarvan er vele worden geciteerd, ze zijn handig geschreven maar met name geschikt voor in wodka gedrenkte onderonsjes), haar poppenhuisje is volgestouwd met doldwaze snuisterijen, en ze heeft ondanks de harde Poolse realiteit van alledag haar speelsheid ongeschonden door de decennia heen geloodst.

Jullie weten meer van mij dan ikzelf, zei Szymborska toen ze de neerslag van het onderzoek las dat het duo had verricht. 'Waarschijnlijk terecht', kloppen Bikont en Szczesna zich op de dubbele borst. Die twee zijn erin getrapt, weet je dan. En niet alleen omdat ze bepaalde informatie niet durven aanvatten (waarom is de dichteres in 1954 gescheiden van de dichter -criticus Aadam Wlodek? Als je dan een biografie maakt, moet je daar toch wel iets over zeggen). De indruk die ze wekken van Szymborska als een reuze ludiek clowntje (onderschrift bij een foto uit Stockholm, december 1996: 'Wislawa Szymborska buigt op de verkeerde momenten tijdens de uitreiking van de Nobelprijs') dat erg van wandelen, vogels en poezen houdt, doet de ernst van haar werk schromelijk tekort.

'Een dichte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden