Droomflitsen op slimme muziek

In de compositie die Michel van der Aa ontleende aan Boek der Rusteloosheid van Fernando Pessoa, plooit de muziek zich naar beeld en tekst.

Krankzinnigheid die op het nippertje wordt bezworen door haar te laten stollen in beeldschone taal. Zo zou je de strekking en de geschiedenis kunnen omschrijven van de tekstflarden die tevoorschijn kwamen uit de nalatenschap van Fernando Pessoa, een schrijver die in 1935 stierf na een leven dat een oefening was in eenzaamheid en uitgestelde zelfdestructie.

Na de Japanse cineast Kore-Eda, wiens film After Life de inspiratiebron is geweest voor een gelijknamig multimediastuk van Michel van der Aa dat tot vorige week te zien was bij de Nederlandse Opera, bleek de Portugees Pessoa zaterdag in een uitverkocht Concertgebouw de onzichtbare genius achter weer een andere, niet minder meesterlijke knutselpartij van Van der Aa: Das Buch der Unruhe. De componist en filmmaker heeft het ontleend aan het Boek der rusteloosheid waarin notities van Pessoa over de weerzinwekkendheid van het leven postuum zijn neergelegd.

De organisatie van Linz Culturele Hoofdstad van Europa ’09 vroeg Van der Aa mee te doen aan een Pessoaproject waarvoor de Oostenrijkse meesteracteur Klaus Maria Brandauer al was gestrikt. Zo komt het dat in de afgelopen Matinee, negen maanden na de première in Linz, een Livro do desassossego zijn Nederlandse première beleefde in goed Duits. Een versie voor Portugal is nog in de maak.

Op het podium stond een tafeltje waarachter Brandauer, alias ‘boekhouder Soares’, visies op zichzelf en de medemens uiteenzette (‘Ik maak van anderen mijn droom door me over hun meningen te buigen’). Waarna hij grommend, fluisterend, soms ritmisch declamerend verslag deed van nu eens pijnlijke, dan weer idyllische droom- en geheugenflitsen. Het Oostenrijkse ensemble MusikFabrik vergezelde hem met luidsprekers en hoepelvormige projectieschermen waarop Brandauer/Soares zichzelf en andere alter ego’s van Pessoa verfilmd terug kon zien – beginnend met de pumps waarop een beeldschone ‘herderin’ (de fadozangeres Ana Moura) naast haar os door een olijfgaard stapte.

Voor Moura componeerde Van der Aa eigen liederen met fadotrekjes. Ze bleken schatplichtig aan vocaal werk van Van der Aa’s vroegere leermeester Louis Andriessen. De ware kwaliteit van Van der Aa’s werk zit ook veel meer in de manier waarop beeld, elektronische klank, levende muziek en taal op elkaar inwerken. Gedachtenflitsen heeft hij gemonteerd tot een spel dat herinnert aan Krapp’s laatste band van Beckett, waarin een eenzame de balans opmaakt van een nutteloos bestaan.

De muziek dwingt er geen eigen vorm bij af. Ze plooit zich naar beeld en tekst. Nu eens opzettelijk houterig, dan geagiteerd, oorstrelend soms, maar altijd slim gecalculeerd. Het moment dat een zachte trompettoon zijn intrede doet, doet de klankkleur wezenlijk omslaan. Een slagwerker die een van de hoepels begint te bespelen, wordt ingeleid met beelden van drumstokken, dobberend in regenwater. Van der Aa lijkt ermee voort te borduren op het Melodram, een 18de-eeuws theatergenre met gesproken tekst, begeleid door orkestrale stukken en brokken. Alleen, Van der Aa voegt er nog een paar eigentijdse middelen aan toe en houdt het spul strak in eigen hand. Dinsdag op de radio – beelden zelf bedenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.