Interview

Dronken acteurs tijdens opnames van Oscar-inzending Leviathan

De Russische Oscar-inzending Leviathan bevat enkele van de fraaiste drankscènes uit de filmgeschiedenis. Regisseur Andrej Zvjagintsev legt uit hoe hij dat voor elkaar kreeg.

Beeld Lumiere

Twee campingtafels stonden klaar, op de set van de Russische Oscar-inzending Leviathan. Een gevuld met glaasjes water, en een met wodka. 'Zo konden ze kiezen', zegt Andrej Zvjagintsev (1964, Novosibirsk) over zijn acteurs. 'Ik sloot een deal met ze. Hier staat het echte spul, zodat jullie desgewenst echt kunnen drinken. Op één voorwaarde: drink nooit voorbij het punt waarop je jezelf nog onder controle hebt.'

Een prachtplan, zeker in theorie. 'Er viel wel eens iemand om, natuurlijk', relativeert de Russische cineast (Gouden Leeuw voor The Return, 2003). 'Toch functioneerde het systeem vrij aardig.'

Slechts een van zijn acteurs maakte niet van de gelegenheid gebruik en dronk slechts water tijdens de opnamen. 'Jullie raden nooit wie dat was: de burgemeester.'

Het handjevol toehoorders van Zvjagintsev, gezeten aan een houten tafel te Cannes, reageert eensgezind: écht? Van de vele benevelde hoofd- en bijfiguren in het noodlotsdrama Leviathan maakt niemand een zo volkomen zatte, omineuze en komische indruk als die corrupte burgemeester.

Hij wordt getypecast, klaagde de vertolker, Roman Madjanov, bij de presentatie van Leviathan op het Franse filmfestival, waar de film afgelopen mei bekroond werd met de prijs voor beste scenario. De acteur, pafferig, vierkant, moordenaarsblik: 'Mijn hele leven speel ik al dezelfde types: boeven, agenten, overheidsdienaren.'

Roman Madjanov als burgemeester Vadim Sergejitsj in Leviathan.Beeld Lumiere

Oscar

Madjanovs meesterstuk in de film is de scène waarin zijn burgemeester, ondersteund door twee lijfwachten en tollend van de drank, verhaal komt halen bij het hoofdpersonage uit Leviathan. Die man, een even eenvoudige als beschonken automonteur, weigert zijn familiewoning op te geven voor de geplande bouw van een luxe burgemeestersdatsja. 'Na de achtste take konden de andere acteurs in die scène niet meer doorgaan', zegt Zvjagintsev. 'Die waren te dronken om zelfs maar te staan. Maar Madjanov bleef consistent, dus filmden we hem alleen, terwijl hij de conversatie voerde - hij wist exact waar hij pauzes moest laten vallen voor z'n afwezige tegenspeler. Zó knap.'

Beschonken acteren werkt, maar nuchter acteren is uiteindelijk 'praktischer', concludeert de regisseur.

Toen vorige maand werd bekendgemaakt dat Leviathan officieel is voorgedragen om Rusland te vertegenwoordigen bij de Oscars, werd dat nieuws als een mirakel beschouwd. Voorafgaand aan de vertoning in Cannes had de Russische minister van Cultuur nog laten weten dat het deels door de staat gefinancierde drama weliswaar met talent was gemaakt, maar dat de film als geheel hem niet beviel.

Zvjagintsevs film toont Rusland, of in elk geval de noordelijke regio bij de Barentszzee, als een door en door corrupt oord waar een maffiose staat, gesteund door een opportunistische kerk, elk rechtsbeginsel ontwricht en de drankinname groteske vormen aanneemt. Gevraagd of hij een politieke film wilde maken, antwoordt de regisseur: 'Hoe kom je daarbij?' Glimlach. Dan: 'Ja, dit is een politieke film. Maar een politieke film is nog geen politiek statement. Ik maak kunst, geen pamflet.'

Bij de suggestie dat zijn film toch zeker het alcoholgebruik in Rusland aan de kaak wil stellen, veert Zvjagintsev op. 'Nee, nee, nee! Die drankinname is gewoon iets normaals in Rusland. Er wordt veel gedronken in mijn film, ja. Misschien is dat een beetje overtrokken, maar sommige personages zitten ook vol verdriet, dus zo gek is dat niet. Trouwens: een Fransman drinkt toch ook wijn in de ochtend, middag en avond? Voor een Rus is dat net zo, alleen dan met wodka. Dat maakt iemand nog niet tot probleemdrinker.'

Het walviskarkas in Leviathan.Beeld Lumiere

Meer is meer

Waar acteurs in alcoholische rollen zich gewoonlijk beperken tot het spelen van één soort roes, werkt het echtpaar Richard Burton en Elizabeth Taylor in het magistrale Who's Afraid of Virginia Woolf? (Mike Nichols, 1966) het complete arsenaal af: de bittere, opgewekte, depressieve, kwade, geile en lege dronk. Meer is meer, in het klassieke drankgevecht tussen Burton en Taylor, waarin kwetser en gekwetste voortdurend van positie wisselen. Met Taylor op haar vulgairst, als zuipend loeder, en Burton als haar echtgenoot, de man zonder ruggegraat.

Schoonmaker

De regisseur en scenarist diende twee jaar in het Russische leger en studeerde aan de theateracademie te Moskou. Jarenlang kon hij nauwelijks rondkomen. Hij werkte als schoonmaker voor hij een kans kreeg bij de televisie. Zvjagintsev regisseerde soaps en politieseries, tot hij op zijn 39ste in een klap zijn naam vestigde met zijn speelfilmdebuut The Return.

Met een inmiddels vier speelfilms tellend oeuvre (The Banishment, Elena) geldt hij nu als Ruslands voornaamste contemporaine regisseur. Waren zijn eerste twee films relatief tijdloze drama's, inmiddels heeft hij zijn aandacht verlegd naar de actualiteit. Tot een conflict met de Russische staat heeft dat nog niet geleid, benadrukt Zvjagintsev in elk interview, zoals hij ook benadrukt trots te zijn op zijn nationaliteit en van zijn land te houden.

Alhoewel Poetin Russische filmmakers al eens publiekelijk aansprak op hun 'taak' hun land in een positief daglicht te stellen, lijkt het staatsgesteunde Leviathan in eigen land gewoon in de bioscoop te worden uitgebracht. De release staat vooralsnog gepland voor november. Daarmee zou de film een uitzondering zijn op de afgelopen zomer ingevoerde wet die bepaalt dat in Russische kunstuitingen niet mag worden gevloekt - in Leviathan vloekt alles en iedereen.

Zvjagintsev: 'Als de staat mijn film ondersteunt, constateer ik dat de staat het idee voorstaat dat een kunstenaar moet kunnen zeggen wat hij of zij nodig acht.'

De titel van zijn film verwijst naar het gelijknamige zeemonster in het oudtestamentische boek Job (er komt een walvis voor in de film), maar evenzeer naar het sleutelwerk van filosoof Thomas Hobbes (1588-1679). 'Hobbes gebruikt die leviathan als metafoor voor de alliantie tussen de overheid en de kerk. En ik kan nog wel meer verwijzingen opnoemen, maar ik wil ook iets overlaten aan uw eigen interpretatie.'

Iemand aan tafel vraagt of hij in God gelooft. 'Dat vind ik ongepast, die vraag. Je kunt een Rus niet zomaar naar zijn geloof vragen, dat is iets intiems. De geestelijken in mijn film gebruiken het geloof voor hun eigen doel - alsof die God voor hen alleen is. In zo'n God geloof ik natuurlijk niet.'

In Leviathan gaan beschonken wetsdienaren, tijdens een barbecue in de natuur, vrolijk los met hun vuurwapens op ingelijste portretten van Russische leiders uit de 20ste eeuw: Lenin, Brezjnev, Gorbatsjov. Op de vraag waarom meer recente leiders ontbreken, mompelt een personage iets over een nog 'ontbrekend historisch perspectief'.

De regisseur: 'Russen ervaren een soort angst voor machthebbers, dat is iets genetisch, denk ik. In de tijd van Stalin kon je levenslang de gevangenis in als je grap over de leider maakte. Maar tegenwoordig kunnen we heus wel lachen om onze leiders.'

Aleksej Serebrjakov als Kolja.Beeld Lumiere

Angst voor machthebbers

De titel van zijn film verwijst naar het gelijknamige zeemonster in het oudtestamentische boek Job (er komt een walvis voor in de film), maar evenzeer naar het sleutelwerk van filosoof Thomas Hobbes (1588-1679). 'Hobbes gebruikt die leviathan als metafoor voor de alliantie tussen de overheid en de kerk. En ik kan nog wel meer verwijzingen opnoemen, maar ik wil ook iets overlaten aan uw eigen interpretatie.'

Iemand aan tafel vraagt of hij in God gelooft. 'Dat vind ik ongepast, die vraag. Je kunt een Rus niet zomaar naar zijn geloof vragen, dat is iets intiems. De geestelijken in mijn film gebruiken het geloof voor hun eigen doel - alsof die God voor hen alleen is. In zo'n God geloof ik natuurlijk niet.'

In Leviathan gaan beschonken wetsdienaren, tijdens een barbecue in de natuur, vrolijk los met hun vuurwapens op ingelijste portretten van Russische leiders uit de 20ste eeuw: Lenin, Brezjnev, Gorbatsjov. Op de vraag waarom meer recente leiders ontbreken, mompelt een personage iets over een nog 'ontbrekend historisch perspectief'.

De regisseur: 'Russen ervaren een soort angst voor machthebbers, dat is iets genetisch, denk ik. In de tijd van Stalin kon je levenslang de gevangenis in als je grap over de leider maakte. Maar tegenwoordig kunnen we heus wel lachen om onze leiders.'

Scheldwoorden

'Elk scheldwoord in de dialoog in Leviathan is weloverwogen', zei meesterfilmer Andrej Zvjagintsev (50) afgelopen mei in Cannes, als antwoord op de nieuwe Russische wet die het kunstenaars en journalisten verbiedt profane taal te gebruiken in hun werk. Zijn film werd vorige maand officieel geselecteerd als Russische inzending voor de Oscars, maar of Leviathan 'ongeschonden' zal worden uitgebracht in eigen land, is nog onzeker.

Albert Finney in Under the Vulcano.Beeld SNAP/Hollandse Hoogte

Historische drankrollen

De best verhulde dronk uit de filmgeschiedenis moet die van Peter O'Toole zijn, in Lawrence of Arabia (1962). Voorafgaand aan de opnamen van de beroemde aanvalsscène waarin avonturier Lawrence boven op een kameel door de woestijn dendert, bespraken O'Toole en zijn collega Omar Sharif de niet geringe kans op een kwetsuur. De Egyptische ster liet zichzelf voor de zekerheid aan zijn kameel vastbinden. De Brit O'Toole koos voor een andere strategie.

Bij de release van Lawrence of Arabia prees een recensent van Time Magazine de 'messianistische vastberadenheid' in het gelaat van de acteur. O'Toole maakte zich er decennia later nog vrolijk om: 'Ik was gewoon zat.' Ondanks zijn illustere drankgelagen behoorde de in 2013 overleden acteur als filmalcoholist slechts tot de subtop. Als het er op aankwam eentje te acteren, blonk O'Toole vooral uit in het groteske type.

Wie zich verdiept in de kunst van het acteren van dronkaards, komt al snel uit bij de Britse acteursgarde. Sir Michael Caine legde een aantal basisregels vast, in zijn masterclass acteren voor de BBC: niet overdreven struikelen, lispelen of draaien met je ogen. En, het belangrijkst volgens de 81-jarige acteur: nooit dubbelop te werk gaan. Als je, om welke reden dan ook, dronken op de set verschijnt en geacht wordt een aangeschoten personage te spelen, moet je juist níét dronken acteren.

Bestond er een prijs voor de meest realistische én dramatische verbeelding van een alcoholist, dan zal de Brit Albert Finney (78) vermoedelijk naar voren worden geschoven, voor zijn rol als diplomaat in Under the Vulcano (1984). Het hoofdpersonage in de verfilming van de drankroman van Malcolm Lowry doorloopt alle stadia; lucide spot, zelfverachting, delirium. Zelfs in een struikelpartij suggereert Finney nog de controle van een geroutineerde drinker.

Richard Burton en Elizabeth Taylor in Who's Afraid of Virginia Woolf?

Ziekenhuis

Nicolas Cage bestudeerde het spel van Finney ter voorbereiding op zijn met een Oscar bekroonde rol in het melodrama Leaving Las Vegas (1995), waarin het hoofdpersonage zich, net als de hoofdfiguur in Under the Vulcano, doelbewust dood drinkt. Bij de wereldpremière van Under the Vulcano werd John Huston gevraagd of zijn hoofdrolspeler daadwerkelijk dronken was in de film. 'Absoluut niet', sprak de Amerikaanse regisseur. 'Hij werd pas dronken ná de opnamen, nooit terwijl hij op de set stond.' Cage liet het navragen bij Finney, om zeker te zijn. Die bevestigde: met drank op had hij het nooit gekund. Zo nam Cage zich voor slechts in de aanloop naar zijn rol hevig in te nemen, om zo zijn gedrag onder invloed te observeren en cultiveren, doch nuchter te blijven voor de camera.

Echt drinken op de set of het toneel om tot een betere acteerprestatie te komen, wil nog wel eens uit de hand lopen. In 2010 haalde het Hamburgse Schauspielhaus het wereldnieuws toen een van de steracteurs halverwege een opvoering van een Russisch drama moest worden afgevoerd naar het ziekenhuis, waar de wodka uit zijn maag werd gepompt.

Daniel Radcliffe speelde zijn laatste Harry Potters op alcohol, onthulde de acteur een paar jaar geleden. Keith Richards kwam - vanzelfsprekend - in kennelijke staat uit zijn trailer tevoorschijn voor zijn optreden in Pirates of the Carribean: At World's End.

Weinig acteurs tastten de grens tussen echt en onecht zo af als Martin Sheen in de openingsscène van Apocalypse Now (1979), als psychisch getroebleerde militair op zijn Vietnamese hotelkamer. Sheen vierde die dag zijn 36ste verjaardag, was écht lam en radeloos, sloeg zijn hand kapot op de spiegel. De crew wilde stoppen, regisseur Coppola was bezorgd. De bloedende Sheen gebaarde: doorfilmen.

Dat het eenvoudiger kan, ondervond Denzel Washington bij zijn rol als alcoholverslaafde piloot in Flight. (Oscarnominatie beste hoofdrol, 2013). De Amerikaanse acteur, die geen druppel dronk tijdens de opnameperiode, had zijn collega Ian McKellen (Lord of the Rings) om raad verzocht. 'Voeten bol en iets achterover leunen op je hielen', adviseerde de Britse theaterveteraan.

Ook dan ben je dronken.

Nicolas Cage in Leaving Las Vegas.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden