Dromen van geluk en een extra kamertje

Autumn Ball..

* * * *

Regie Veiko Õunpuu.Met Rain Tolk, Taavi Eelmaa, Juhan Ulfsak, Tiina Tauraite.In 4 zalen.

Een rij mistroostige flats waar de wind omheen giert, is vast niet wat de architecten ooit met deze buurt voor ogen hadden. Wat zij ongetwijfeld als een mooi park hadden bedacht, is nu een kaal getrapt grasland, met hier en daar vuilnis. De rode fluwelen garderobe en de glitterpakjes van het driekoppige showballet die het plaatselijke restaurant meer allure moesten geven, zijn herinneringen aan een beloofde glorieuze toekomst die nooit kwam. Hier is de vooruitgang decennia geleden al zichtbaar piepend en krakend tot stilstand gekomen.

Daar wonen, in die buitenwijk ergens in Estland, is ‘een oefening in nederigheid’ – tenminste, voor de hippe architect met vierkanten bril in Autumn Ball. Hij is een van de wijkbewoners die regisseur Veiko Õunpuu portretteert in zijn mozaïekvertelling. De meesten echter hebben die luxe van een keuze en verheven opvattingen niet. De flats zijn het terrein van sappelende kunstenaars, laagopgeleide dromers en eenoudergezinnen. Arm, ongelukkig, onaflaatbaar op zoek naar liefde. Maar pogingen tot contact leiden tot misverstanden of geweld. Elke glimpje hoop wordt zo krampachtig vastgegrepen dat het leven er al snel uitvloeit en alcohol het leed weer moet verzachten.

Het is geen vernieuwend idee, integendeel. In Scandinavië en voormalige communistische landen lijken filmmakers een patent te hebben op dit soort tragiek en uitzichtloosheid. Maar Õunpuu’s debuut is zelfverzekerd, losjes gebaseerd op een gelijknamig boek uit 1979 en door hem ergens na de val van het communisme gesitueerd. Ellende wisselt hij knap af met de zwarte humor en absurdisme die aan Roy Andersson en Aki Kaurismäki doen denken, zonder dat de balans een kant opslaat of het verhaal iets van zijn eigenheid verliest.

Autumn Ball mag misschien iets te lang zijn, en niet alle verhaallijnen zijn even sterk. Maar veel wordt gecompenseerd door de acteurs en er staan er juweeltjes van momenten tegenover. Een wat ongeloofwaardige ruzie wordt gevolgd door een weergaloze solo-dansscène en een moment dat welhaast liefdevol lijkt, waardoor het hart tegen beter weten in even een huppeltje maakt.

Extra benauwend wordt het door de duistere klanken van de soundtrack van Ulo Krigul en Estse popmuziek uit de jaren zestig waar ongeloof in een gelukkige toekomst al doorheen galmt. Stemmen en muziek van buren sijpelen onafgebroken de krappe appartementen binnen – als een constante herinnering dat duizenden mensen in identieke flats wonen en dezelfde simpele dromen hebben: geluk en een extra kamer.

Wat nou, Baltisch bewustzijn, laat Õunpuu mopperen tijdens een ‘literaire conferentie’, maar dit voelt toch als een poging juist die volksaard te onderzoeken. Tegelijkertijd ondermijnt hij telkens op deze manier zijn pretenties met zelfspot. Hij citeert misschien gretig uit films van John Cassavetes, maar schept er ook een sardonisch genoegen in juist de mensen die een façade van artistiekerigheid ophouden, af te straffen. Een verheven schrijver – juist met die poster van Love Streams aan de muur – laat hij bij de kassa zweten als hij porno koopt. En zijn personages vinden Fernando Pessoa, de dichter met wiens citaten hij graag schermt, maar belachelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden