Dromen van de bok

In liefde knoeiende

Nico Dros is geen schrijver die steeds hetzelfde kunstje vertoont. Zijn debuut Noorderburen(1991) was een historische roman, zijn tweede roman, Ter hoogte van het Salsa-paviljoen, verweefde een liefdesgeschiedenis met een Texelse subcultuur in Amsterdam in de jaren zeventig.

Zijn nieuwe roman, Dromen van de bok, beschrijft de neergang van de door een aanbidster belaagde Amsterdamse schrijver, Iwan Lautier. Die werkt (toevallig) aan zijn derde roman en houdt het hoofd boven water met zelfgestookte drank en een baantje als docent aan schrijfopleiding 'd'Egelantier'. Tot aan het begin van het nieuwe cursusjaar verloopt zijn leven zonder schokken, maar dat verandert wanneer de cursiste Fanny Stiggel zijn lokaal binnenschommelt.

Met het schrijven van haar roman Juliette ontwaakt bevrijdt Fanny zich uit een (naar haar zeggen) rampzalig en gewelddadig huwelijk. Ze grijpt een nieuwe kans door van Iwan het object van haar aanbidding te maken.

Door middel van afspraakjes, telefoontjes en een stortvloed aan brieven bestookt zij Iwan met haar liefde. Fanny wordt beschreven als een weerzinwekkend wezen, dat gehuld gaat in verwassen kabouterjurken, haar touwachtige wolfsgrauwe haar in antroposofische vlecht draagt en een penetrante lichaamsgeur verspreidt.

Nu is ook Iwan Lautier niet zonder smet of rimpel. Hij is een slordige schrijver van middelbare leeftijd, die meer dan goed voor hem is geniet van zijn zelfgestookte drank (liefkozend aangeduid als jajem), en een treurig pand in een Amsterdamse afbraakbuurt bewoont. Hij had vele vrouwen maar weinig standvastige verhoudingen en duidt zijn eigen toestand aan als 'in liefde knoeiende'.

Zijn meest recente liefje Jitske behandelt hij, naar zijn eigen oordeel, als een hond. Maar Iwans dagen zijn geplaveid met goede voornemens. Hij neemt zich meer dan eens voor Jitske niet meer te ontvangen, zijn huis grondig op te ruimen of zelfs te verhuizen naar een betere buurt en een avond door te brengen met uitsluitend pepermuntthee. Dat hij na zo'n dag vol reinigingsrituelen alsnog dronken met Jitske in bed belandt, is alleen maar een teken van zwakheid des vlezes en van Jitskes hardnekkigheid.

Iwan heeft een eigenaardige aantrekkingskracht op vrouwen. Fanny klampt zich aan hem vast als een teek aan de onderbuik, Jitske is letterlijk niet van hem weg te slaan, en Iwan koestert zijn kleine familie van twee dochters bij twee verschillende vrouwen. Bij alles wat hem ten deel valt, wast hij zijn handen in onschuld. Hij verwijt Fanny haar slachtofferschap te gebruiken om mensen naar haar hand te zetten, maar Iwan doet zelf niet anders. Hij manipuleert door zich in welluidend proza voor te stellen als een slachtoffer met een licht kwaadaardig trekje.

Omdat zijn sadistische neigingen beperkt blijven tot psychologische oorlogsvoering tegen hondjes en - vooruit - een minnares, ben je geneigd dat hem te vergeven.

Dromen van de bok is een kunstig spel met een onbetrouwbare verteller. Alleen al de titel doet vermoeden dat we Iwan Lautier niet hoeven te geloven op zijn - ongetwijfeld mooie - bruine ogen. Bij herhaling weidt Iwan uit over de toestand van zijn ingewanden. Die is, mede door de genoten drank, weinig stabiel, en meer dan één episode in het boek drijft dan ook op een onderstroom van stront.

Net als Fanny haar vermeende geliefde bestookt met in tranen en menstruatiebloed gedrenkte zakdoekjes, betrekt Iwan zijn lezers steeds weer bij ongevraagde intimiteiten die samengaan met het rijkelijk vloeien van drank en lichaamssappen.

Ook in het korte en overtuigende gedeelte in het boek over Iwans met Indonesië verbonden verleden maakt hij duidelijk dat hij geen kwade inborst heeft, maar erfelijk belast is. Na de dood van zijn vader bleek dat die er behalve een onwettige dochter uit de kampong ook nog een volledig gezin in Bogor op nahield. Iwans moeder kwam nooit meer los van Indië en haar kampverleden, en vergiftigde zichzelf. Dat Iwan haar hond

je Sarina door een uitgekookte wraakactie de dood in dreef, was in de gespannen huiselijke verhoudingen onvermijdelijk.

In een dergelijke kleverige sfeer van drank en gekwetste liefde komt de vermeende hartstocht tussen Iwan en Fanny tot ontlading. Nico Dros stuurt zijn personages in stevig, archaïsch aandoend proza met vaste hand naar een confrontatie.

Tot het einde toe wordt de lezer in het ongewisse gelaten over waartoe Iwan en Fanny in staat zijn, maar het is een opluchting als er eindelijk bloed vloeit na de moerassige stilstand die het leven van Iwan kenmerkte.

Het is knap dat Nico Dros met een zo drabbig onderwerp zijn lezers weet te verleiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden