Dromen over kunst tussen vleeshaken

Het voormalig abattoir in Casablanca moet met Nederlandse hulp de ‘Westergasfabriek van Marokko’ worden...

Terwijl Evert Verhagen met een taxi door de drukke straten van Casablanca rijdt, ziet hij in gedachten een ander Casablanca voor zich. Hij denkt aan de film, waarin Humphrey Bogart en Ingrid Bergman geschiedenis schreven. ‘Die sfeer, die allure, daarmee zou deze stad iets moeten doen’, zegt Verhagen. Het project waarnaar hij op weg is, zou daarbij een cruciale rol moeten spelen. In de wijk Mohammadi stopt de taxi voor een leegstaand complex, waar boven de hoofdingang het woord ‘abattoirs’ prijkt. Voor dit enorme terrein van vijf hectare, met gebouwen erop van in totaal twee hectare, heeft de gemeente Casablanca hem ingeschakeld. Evert Verhagen had tussen 1990 en 2005 de leiding over de Westergasfabriek in Amsterdam, die in die jaren uitgroeide tot een toonaangevend cultureel centrum. Iets in die geest wil Casablanca nu ook maken van het verlaten abattoir. In 2013 moet het centrum er staan.

Amsterdam heeft een stedenband met Casablanca en zo ging ruim anderhalf jaar geleden burgemeester Cohen daar op bezoek. Zijn Marokkaanse ambtgenoot Sajid vertelde hem over het verlaten, gemeentelijke abattoir; zes jaar geleden vertrokken de ruim duizend werknemers naar een nieuw, geprivatiseerd bedrijf. Sindsdien staan de gebouwen leeg, maar daarvoor waren ze eigenlijk te mooi. Cohen introduceerde Verhagen bij Sajid en inmiddels gaat Verhagen in Marokko door het leven als monsieur Evèrt. Eind dit jaar organiseert hij een conferentie in het abattoir, waarop de betrokken partijen mogen brainstormen. Daarna beslist de gemeente Casablanca over de inrichting. Er is al wel een uitgangspunt geformuleerd: hier moet talent tot ontwikkeling komen. Verhagen: ‘Casablanca is cultureel onderontwikkeld. Er is helemaal niks. Een theaterinfrastructuur ontbreekt en de stad heeft één museum, over de Joodse geschiedenis.’ Van de ruim vijf miljoen inwoners van Casablanca is de helft jonger dan 18 jaar. Verhagen komt nu voor de vijfde keer in het oude abattoir. Zodra hij door de poort loopt, stapt Mustapha Sabir op hem af, dierenarts en directeur van het complex. ‘Is het hier niet mooi schoongemaakt?’, vraagt Sabir lachend. ‘Geweldig’, antwoordt Verhagen. De vloeren zijn geveegd, Maar verder is alles nog in oorspronkelijke staat – alsof de dieren die er kwamen voor de slacht, nog maar net zijn vertrokken. In de immense hallen waar de paarden, ezels, schapen, koeien, kippen, drommedarissen, ja, zelfs varkens tot vlees werden verwerkt hangt nog een labyrint van rails met haken aan het plafond. De bassins waarin hun onderdelen werden gewassen, zijn er nog. ‘Zie je die lichtval?’, wijst Verhagen naar boven, waar verhoogde roosters een gesluierd licht binnenlaten. In de nok fladderen duiven, spinrag wappert in de wind. ‘En vroeger moet hier water in overvloed over de vloer hebben gestroomd, dat kan niet anders met al dat bloed. Die combinatie is zo geweldig: dat prachtige licht met wind en water.’ Met het hergebruik van oude gebouwen verdient hij tegenwoordig zijn geld en dan krijgt hij steevast de vraag: ‘Waar is de architect, hoe gaat het eruit zien en hoeveel geld gaat het kosten?’ Dan luidt zijn tegenvraag: ‘Wat willen jullie?’ Verhagen: ‘In de beginfase ben ik meer een psycholoog.’ Verhagen legt de filosofie achter het project uit, gebaseerd op het gedachtengoed van de Amerikaanse econoom Richard Florida: ‘Als je iets wilt veranderen in de wereld moet in grote steden talent tot ontwikkeling kunnen komen, steden moeten trots zijn op zichzelf. Dan hebben hun inwoners minder behoefte elders hun geluk te zoeken.’ Maar hij benadrukt dat het doel beslist niet is de jeugd van de straat te houden. Cultuur staat voorop: ‘Anders was ik er niet aan begonnen. De beperking zit ’m in wat de bewoners acceptabel vinden. Zoiets als een Gayparade, houseparty of kunst met een seksuele lading kan hier niet. Uiteindelijk willen we wel grenzen verleggen, maar stapje voor stapje. Zelf ga ik ook niet programmeren, dat moet iemand uit Casablanca doen. Rabat en Marrakech zijn cultureel beter ontwikkeld, we gaan kunstenaars uit die steden uitnodigen om te exposeren.’ Amsterdam draagt bij aan de herinrichting van het abattoir, onder andere door Verhagen af te vaardigen.

Begin dit jaar leidde dat tot een bezoek van burgemeester Sajid en zijn medewerkers aan de Westergasfabriek. Ze waren onder de indruk. Maar Verhagen laat zich ook inspireren door cultuurcentra als Parc de la Vilette in Parijs of Tate Modern in Londen: ‘Al die plekken hebben een enorme betekenis voor de stad gehad.’ Wat hem betreft kan in het toekomstige cultuurcentrum van alles worden ondergebracht: mode, conservatorium, ateliers, winkels. Er kunnen openbare ruimtes komen waar de bevolking van Casablanca verpoost, muzikanten mogen er optreden. ‘Kijk, een leuke geluidsstudio’, roept Verhagen bij een immens zwart gat dat volgens Sabir vroeger dienst deed als koeling.

En verder lopen monsieur Evèrt en Sabir. Ze vergapen zich aan de paarse bougainville die afsteekt tegen de okerkleurige buitenmuren. De Franse architect Georges-Ernest Desmarest ontwierp het complex in 1922. Nadat het leeg kwam te staan, is het al meerdere keren gebruikt voor kunst. Er werden videoclips en films opgenomen. Op sommige muren zijn nog schilderingen te zien van kunstacademiestudenten uit Casablanca die in 2003 samenwerkten met de Franse fotograaf Georges Rousse. Verhagen glimt. Dit is precies zoals hij het zich voorstelt: het pand moet een aanzuigende werking hebben, waardoor Casablanca méér wordt dan alleen het economische hart van Marokko. ‘Dit is de mooiste fase’, zegt hij. ‘Je voelt de beesten nog die hier rondliepen en je kunt dromen over hoe het wordt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.