Drijvend op melancholie en lust

De snapshot-achtige foto’s van vrouwen die Paul Kooiker maakt lijken op het eerste gezicht niet op de zorgvuldig gestileerde dierenportretten van Charlotte Dumas....

Je zal als vrouw maar worden gevraagd te poseren voor de lens van Paul Kooiker. ‘Wil je je even uitkleden? Eh..., hou je ondergoed maar aan. Als je nu dáár gaat staan, bij de radiator. Mooi. Kont naar achteren. Nog iets meer. Nee, liever niet in de camera kijken.’

Klik.

‘Prima. Nu nog een op die formica tafel. Je mag de laptop wel opzij schuiven.’

Geloof het of niet, maar talloze dames hebben het gedaan. In hun nakie. In een ruime blauwe onderbroek. In een nauwsluitende bh. Op hoge hakken. Voorover gebogen bij het venster. Liggend op de grond. Hollend door het hoge gras. Als een rolmops op de bank.

Kooiker (1964), van wie komend weekend een bescheiden tentoonstelling wordt geopend in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, moet honderden vrouwen zo ver hebben gekregen. En er duizenden foto’s van hebben gemaakt. Een hobby die resulteerde in verschillende reeksen van opnames waarin vrouwen, al dan niet geheel ontkleed, de hoofdrol spelen. In een doorzichtig bloemenjurkje, een te kort rokje, een T-shirt dat ze net uittrekt, voor de boekenkast, in een leesstoel, bladerend in een tijdschrift. In wulpse poses en bevallige houdingen, op foto’s die het midden houden tussen softporno en huiselijke amateurkiekjes, maar met als alles overheersend kenmerk, dat haar gezicht altijd net buiten beeld valt of is weggedraaid.

Blijkbaar is het Kooikers bedoeling de dames onherkenbaar in beeld te brengen en hun naam anoniem te houden. Het zal ook zijn bedoeling zijn geweest de blik te richten op wat mannen, uit oogpunt van seksualiteit, doorgaans het meest aantrekkelijk vinden: benen, billen, buik en borsten.

De fascinatie van Kooiker voor deze rondingen doet denken aan de geheimzinnige foto die bij de dood van de Franse schrijver Paul Léautaud, in 1956, in zijn binnenzak werd gevonden. De afbeelding laat een blote jonge vrouw met kleine borsten zien, en een woud aan schaamhaar, die haar gezicht achter een zwart gordijn verborgen houdt. Wie de dame was die Léautaud zo dicht tegen zijn borst droeg, is nooit opgehelderd. Maar het voedde wel het beeld van de schrijver, als een man met een voorliefde voor wat erotisch, sensibel, openhartig en een tikkeltje pervers is. Een erotomaan en liefhebber die, zoals bekend, op jonge leeftijd van zijn moeder gescheiden werd, daar nooit overheen is gegroeid, en later een liefdevolle, seksueel geladen relatie met haar onderhield – naar verluidt omdat hij als tiener zijn moeder voor het eerst ontmoette op haar hotelkamer, half ontbloot in bed.

Wat de psyche van Kooiker betreft, kan hem een vergelijkbare obsessie voor vrouwen niet worden ontzegd – althans in fotografische zin. Zijn toestel is nooit ver weg. Als het damesbezoek eenmaal binnen is gaat hij aan de slag. Plaats van delict is het atelier van de fotograaf. Een kelderachtige, afgesloten ruimte zonder ramen. Daar onderwerpt hij de vrouwen aan zijn strikte regels en aanwijzingen. Alsof het een dressuur betreft.

Die Spaanse Rijschool-achtige neigingen herken je ook op de tentoonstelling van Charlotte Dumas, die gisteren werd geopend in het Amsterdamse fotografiecentrum Foam.

Dumas (1977) is de laatste jaren uitgegroeid tot de dierenfotograaf par excellence. Zeven jaar geleden leerden de bezoekers van de Rijksakademie haar kennen door de politiehonden die ze stokstijf zittend fotografeerde voor een zwaar generfde, houten schutting.

Sindsdien heeft ze talloze species uit de faunawereld voor de camera gehaald. De Nederlandse maakte fotoseries van renpaarden, witte tijgers, schichtige wolven, zwerfhonden in Palermo en de paarden van de carabinieri a cavallo, de bereden politie in Rome. Dumas presenteert haar dieren als klassieke portretten van hoogwaardigheidbekleders, uitgebalanceerd gekaderd en voornaam in hun voorkomen.

Voor alle duidelijkheid: een groter verschil dan dat tussen Kooiker en Dumas is op het eerste gezicht niet denkbaar.

Hun onderwerpskeuze is onvergelijkbaar. Waar Kooiker zijn naakten zonder gezicht in beeld brengt, in suggestieve houdingen en overbelicht alsof het de eerste de beste snapshot betreft, daar lijkt Dumas haar ‘modellen’ eindeloos te kneden in hun houding om tot een ultiem portret te komen.

En anders dan Kooiker gaat Dumas grondig te werk. Maandenlang kan ze zich voorbereiden. Op zoek naar wolven in parken en reservaten over de hele wereld, naar de dierentuinen waarin zich witte tijgers bevinden. Naar de paardenraces op de drafbaan van Vincennes, bij Parijs. Het resulteert in niet meer dan tien, elf foto’s per jaar.

Natuurlijk blijft het fotografie: met de vinger aan de knop zoekt Dumas naar het juiste moment. Waardoor het oog in de vierkante kop van een pitbull precies op tijd recht de lens in kijkt.

Maar de tijdloosheid van haar portretten heeft een duidelijk schilderkunstige uitstraling. Begrijpelijk dat Dumas, die zoveel energie steekt in uitlichting en enscenering, haar werk graag in het verlengde ziet van de geschilderde oorlogsscènes (met paarden) van Uccello, het idyllische genrewerk van Giovanni Fattori en de leeuwen en tijgers van Delacroix.

Maar evengoed appelleert haar werk aan de tienerkameresthetiek van hele generaties ‘paardenmeisjes’. Puberende scholieren die hun muren behangen met rozetten, met posters en tijdschriftfoto’s van paardenhoofden; en daar in katzwijm uren naar kunnen turen, meer verliefd op dieren dan op de jongens uit de klas.

Iets dergelijks geldt voor de fotografie van Kooiker. Er is een duidelijke overeenkomst tussen zijn ontblote dames en de traditie van oude, populaire seksgravures en, meer recent, de tv-reclames op RTL en SBS na middernacht.

Referenties aan bestaande clichégevoelens, dat is het gebied waarin de oeuvres van beide fotografen elkaar overlappen. Het feit dat de fotografie van Dumas en Kooiker in een museum zijn te zien, en niet in de schappen van de Albert Heijn of op een ranzige website, ontneemt ze niet de eerste indruk: dat ze drijven op melancholie en lust. Primaire, psychologische en biologische prikkels die je moeilijk kunt ontkennen.

Je hoeft niet veel van de genres softpornoafbeeldingen en dierenfotografie af te weten om toch te beseffen wat het mogelijke effect ervan is. Zo lustopwekkend als bepaalde naaktfotografie kan zijn, zo veel gezwijmel kan de aanblik van honden, paarden en dommelende tijgers oproepen. Zelfs een wolf in het wild bezit een zekere mate van aaibaarheid.

Misschien zit ’m juist daarin de echte kracht van deze foto’s, hoe artistiek verantwoord ze ook zijn: onder het hoge kunstgehalte ligt een fikse dosis herkenbaar sentiment en snelle opwinding. Het zijn wezenlijke bestanddelen van hun succes en waarde. Niet te veronachtzamen ingrediënten, die doorgaans in de kunstbeschouwing liever buiten beeld worden gehouden. Want dankt Rembrandts Joodse Bruidje zijn succes niet meer aan de tederheid van een oudere man voor zijn jongere vrouw, zoals je die in damesbladen aantreft, dan aan de revolutionaire schilderwijze van de Hollandse meester? Wat zou er van de Haagsche School zijn overgebleven zónder de verwijzingen naar romantische armoede? Ontlenen de latere liefdesschilderijen van Picasso hun succes niet grotendeels aan de uitgebeelde, onverzadigbare paringsdrift, die ook de maker ervan bezat?

Het imago van Charlotte Dumas als paardenmeisje en Paul Kooiker als erotomaan – wie kan daar iets op tegen hebben?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden