Drie verminkte karakters op zoek naar levenslust

Het filmfestival is zich van zijn masker aan het ontdoen. Veel filmaankopers zijn al naar huis, waardoor op de boulevard weer ruimte ontstaat voor het dagelijkse leven....

Van onze verslaggever Ronald Ockhuysen

Terwijl de buitenkant van het festival afbladdert, raast de competitie voort. Een dag na de première van Lars von Triers Dancer in the Dark was het de beurt aan Eureka van de Japanse regisseur Aoyama Shinji, een ruim drieëneenhalf uur durende zwart-wit film waarover werd gezegd dat hij wel eens de verrassing van het festival kon zijn.

Shinji's werk - waaronder Helpless en Two Punks - herbergt doorgaans sociale probleemgevallen. Ditmaal komt hij met iets anders, met 'een film die kan worden gezien als een gebed voor het leven'.

Eureka, ook door Shinji geschreven, gemonteerd en van muziek voorzien, begint met een doodgewone bus vol met doodgewone mensen. Dat verandert als een gijzelnemer opduikt. Slechts drie mensen, de chauffeur en twee kinderen, overleven de gewelddadige actie.

Shinji toont hoe dit getraumatiseerde drietal het leven weer probeert op te pakken. Hij doet dat met elegant voorbijkabbelende scènes, waarin weinig wordt gesproken. De kinderen praten zelfs helemaal niet meer. De film verandert in een roadmovie als de kinderen (broer en zus) en de buschauffeur, door het lot opnieuw met elkaar verbonden, op reis gaan met een kampeerbus. Drie verminkte karakters, zoekend naar levenslust.

Ondanks de geduldige, op suggestie steunende regie biedt Eureka niet de troost waarop Shinji had gegokt. Daarvoor blijft het dramatische concept toch teveel door de beelden heen steken. Eureka is weliswaar rijk aan schoonheid en gedachten, maar de inhoud raakt alleen het hoofd en nooit het hart.

Amos Gitai's autobiografische Kippur, over de gevolgen van de Yom Kippur-oorlog tussen Syrië en Israël op het leven van enkele jonge soldaten, is eveneens een film met een op de voorgrond tredend concept. Maar bij dit onderwerp, de waanzin van oorlog, is dat wel welkom.

De Israëlische regisseur, wiens Kadosh vorig jaar ook al in de competitie te zien was, brengt het slagveld terug tot de activiteiten van een groep verplegers. Zij ploeteren door de modder met zwaar gewonde soldaten, terwijl de permanent klappende wieken van de reddingshelikopter een agressief geluidsdecor vormen.

Die nauwe blik maakt Kippur tot een oorlogsfilm waarin winnaars en verliezers er niet toe doen. Te midden van granaatinslagen rest niks anders dan wanhoop, bloed en ongeloof.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden