RecensieDans

Drie topchoreografen zetten Beethoven op dans

Trois grandes fugues door Le Ballet de l’Opéra de Lyon. Met choreografieën van Lucinda Childs, Anne Teresa De Keersmaeker en Maguy Marin. 18/9, Internationaal Theater Amsterdam.

*** La Grande Fugue (Childs)

**** Die Grossse Fuge (De Keersmaeker) + Grosse Fugue (Marin)

Grosse Fugue van Maguy MarinBeeld Stofleth

Tantôt libre, tantôt récherchée’, evenzeer vrij als gezocht. Dit motto gaf Beethoven zijn strijkkwartet Die Grosse Fuge mee, een werk dat door zijn complexe structuur niet alom werd gewaardeerd bij de première in 1826. ‘Net Chinees.’ 

Grosse Fugue van Maguy MarinBeeld Stofleth

Le Ballet de l’Opéra de Lyon heeft het lumineuze idee gehad  een programma samen te stellen waarin drie topchoreografen uit de moderne dans aan de slag gaan met deze muziek. Een unieke zet: Trois grandes fugues laat glashelder zien hoe Beethovens toch behoorlijk aanwezige stuwkracht en dramatiek de vrijheid van interpretatie totaal niet in de weg staan. De dansstukken verschillen hemelsbreed. Het schoeisel – van balletschoentjes tot stevige stappers en blote voeten – zegt al veel.

Het meest formeel is La Grande Fugue (2016) van de Amerikaanse Lucinda Childs (1940), het enige stuk dat speciaal voor de Franse onderneming werd gemaakt. De lichtheid die zo kenmerkend is voor de mathematische patronen van de minimalistische Childs laat echter te wensen over. De uitvoering door de zes paren, tegen een prachtig fijnmazig 19de-eeuws hekwerk, is zelfs log. Net als de orkestbewerking, die de levendigheid van live muziek meer mist dan de kwartetversies die de andere choreografen gebruiken. Wel ervaar je mooi hoe Childs, net als Beethoven, complexiteit en orde moeiteloos vermengt; zodra je grip op de compositie denkt te hebben, is de volgende uitdaging alweer daar.

Grosse Fugue van Maguy MarinBeeld Stofleth

Waar Childs haar dansers tijdens de ernstige, dreigende openingsmaten op de plaats laat springen, begint Anne Teresa De Keersmaeker (1960) met een solo. Een solo is persoonlijk en dat past de Vlaamse. Ook zij werd wereldberoemd met haar minimalisme, maar gaf daar een veel expressievere draai aan. In haar stuk uit 1992, met exact dezelfde titel als Beethovens creatie, pakken acht dansers vooral de energie en de emotie van de muziek op.

Ook hier is de choreografie een strak bouwwerk, maar de bewegingstaal is ronduit onstuimig. Of eventjes ingetogen als Beethoven dat ook is. Het rennen, de snoekduiken die eindigen in een rol over de vloer, de sprongen waarbij beide benen worden opgetrokken, de huppels: alles zit vol levenslust, met soms een hint naar vergankelijkheid. Alsof het een race tegen de klok is. De dansers lijken spontaan te reageren op de muziek. Ze gooien zelfs het bijltje erbij neer. Jasje uit, hemd uit. Om zich dan toch te bedenken en de draad weer in volle vaart op te pakken.

Grosse Fugue van Maguy MarinBeeld Stofleth

Ook in de derde choreografie zijn de dansers duidelijk meer thuis dan in de minutieuze telramen van Childs. De Franse Maguy Marin (1951), hier het meest bekend van haar ‘dikkertjesballet’, gaat in haar confrontatie met Beethoven theatraal het meest ver. In Grosse Fugue (2001) blijft het toneel aan het begin donker. Als de danseressen daarna plots zichtbaar worden, is het alsof de muziek hen heeft uitgespuugd. Daar staan ze, vier vrouwen in rode rokjes en shirtjes. Meisjesachtig. Nonchalant, aarzelend, onhandig. Maar ook steeds wanhopiger. Alsof het gewicht van de muziek hun zwaar valt en ze alles eruit moeten persen om overeind te blijven.

Onze blik wordt nu veel meer naar bewegingsdetails, en de dramatiek daarin, gezogen. Een klap op het dijbeen, een wilde sprong, een been dat fel naar achteren schopt, een arm die gestrekt naar opzij zwaait. Opvallend vaak is het hoofd naar beneden gebogen en gaat één been omhoog terwijl het bovenlichaam naar voren buigt, een soort jaknikker dus. De danseressen zijn in zichzelf gekeerd, maar bundelen nu en dan ook hun krachten in unisono frasen. Op het slotakkoord liggen ze alle vier op de grond. Beethoven heeft gewonnen.

Dance dance dance

De internationale dansprogrammering komt in Nederland vooral aan bod in festivals, maar ook daarbuiten is er inspiratie op te doen. In Amsterdam is ITA (voorheen de Amsterdamse Stadsschouwburg) goed bezig, met binnenkort grote namen als L-E-V uit Israël, Wim Vandekeybus uit België en Louise Lecavalier uit Canada. Holland Dance haalt dans van verre naar het Zuiderstrandtheater in Den Haag en Luxor in Rotterdam. Ook oldtimers die we hier nauwelijks zien, zoals . Theater Rotterdam kijkt ook verder. In het najaar kun je naar het Franse Accrorap, het Italiaanse Balletto di Roma of naar Chunky Move uit Australië. In het zuiden moet je het Chassé Theater in Breda in de gaten houden, met straks uit Afrika zowel Germaine Acogny als Gregory Maqoma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden