Kunst Biënnale van Venetië

Drie Surinaams-Nederlandse kunstenaars naar de Biënnale van Venetië 2019

Het was een kwestie van tijd; de Nederlandse inzending als een blank bolwerk is voorbij. Drie kunstenaars van Surinaamse afkomst vertegenwoordigen Nederland op de Biënnale van Venetië.

Iris Kensmil, Rhythm of Dutch spoken Words, installatie, 350 x 517 cm, 2015. Beeld Gert Jan van Rooij

De keuze is een duidelijke, maar voelt toch wat kunstmatig aan. Gisteren werd bekend wie Nederland vertegenwoordigt op de 58ste Biënnale van Venetië, volgend jaar. Het zijn drie Nederlandse kunstenaars van Surinaamse afkomst: Stanley Brouwn, Remy Jungerman en Iris Kensmil. Het drietal is voorgedragen door Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag. Tempels voordracht was een van de zeventig voorstellen die voor de 58ste editie van de Biënnale waren ingezonden.

Wat de keuze van de jury, onder leiding van Birgit Donker, directeur van het Mondriaan Fonds, ietwat kunstmatig maakt, is het feit dat niet eerder zo veel aandacht werd besteed aan kunstenaars met een niet-Nederlandse achtergrond. Het lijkt er sterk op dat deze veronachtzaming in één klap moet worden goedgemaakt en ook maar gelijk met drie kunstenaars, uit drie generaties.

Hoewel de jury zegt dat de ‘kunst centraal staat’ in deze voorkeur, lijkt de nadruk toch op het ‘begrip nationale identiteit’ te gaan liggen. Er zijn namelijk op voorhand maar weinig kunstzinnige overeenkomsten tussen het drietal te ontdekken. Stanley Brouwn (1935-2017) werd vooral bekend met zijn minimalistische tekeningen waarin hij gestandaardiseerde maateenheden (millimeters, centimeters, meters) vergeleek met menselijke maten (voet, arm, stap).

Werk van Remy Jungerman.

Remy Jungerman (1959) is van de drie het meest multicultureel: hij combineert Surinaamse dessins met de vormgeving van De Stijl. Iris Kensmil (1970) schildert portretten van (veelal zwarte) vrijheidsstrijders, emigranten en politici, maar ook van de vijftien mannen die bij de Decembermoorden in 1982 omkwamen.

De nadruk op maatschappelijke thema’s sijpelt ook door in de voorstellen die Jungerman en Kensmil voor de komende Biënnale hebben gedaan. Ze zullen werk laten zien dat hun niet-Westerse achtergrond en interesse benadrukt. Zo wil Jungerman de vooroudercultuur ‘van Nederland tot Suriname, Indonesië en elders’ in beeld brengen. Kensmil gaat samenwerken met The Black Archives, waarin de geschiedenis van zwarte Nederlanders is vastgelegd. Ze zal zich in haar onderzoek vooral richten op idealistische, zwarte vrouwen: schrijvers, kunstenaars en activisten.

Buitenbeentje in deze thematische benadering lijkt Brouwn. Brouwn heeft zich nooit uitgelaten over zijn identiteit, laat staan over het belang van een nationale identiteit. Sterker, Brouwn heeft überhaupt nooit iets over zijn persoon willen prijsgeven. Het is maar de vraag of hij bij leven zo gelukkig zou zijn geweest om in deze setting zijn werk te laten zien.

Werk van Stanley Brouwn.

In catalogi beperkte hij zijn biografie tot: Paramaribo, 1935. Portretfoto’s van hem zijn onbekend, met uitzondering van een paar snapshots uit de jaren zestig, toen hij op de Amsterdamse Dam toevallige voorbijgangers de weg vroeg en de route op een papiertje liet uittekenen. Ook afbeeldingen van zijn werk hield hij strak in de hand, wat volgend jaar in Venetië nog wel eens tot onduidelijkheid zou kunnen leiden: in het wild foto’s van zijn tekeningen maken, vond hij uit den boze.

De keuze voor Brouwn, Jungerman en Kensmil komt zeker niet uit de lucht vallen. Voor een goed overzicht van wat er in Nederland aan kunst werd gemaakt en wie de belangrijkste kunstenaars waren, had de keuze voor blanke mannen en vrouwen van Hollandse origine altijd de overhand. Uitzonderingen waren er wel (zoals Marlene Dumas, Meschac Gaba, Alicia Framis en, verrassend, Stanley Brouwn, in 1982), maar zeker niet zo programmatisch als nu. Hoe kunstmatig deze afvaardiging volgend jaar ook mag zijn, het was een kwestie van tijd dat de Nederlandse inzending als een blank bolwerk zijn beste tijd zou hebben gehad.

Daar komt bij dat Nederland ook in de vorige editie, in 2017, koos voor een multiculturele inzending. De presentatie van Wendelien van ­Oldenborgh richtte zich toen op het koloniale verleden dat volgens haar ‘bewust’ was vergeten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.