Recensie Medialandschap

Drie boeken over de metamorfose van de journalistiek

Toen prinses Diana verongelukte, merkte de gedrukte pers voor het eerst echt hoe traag het medium is. Drie boeken belichten de lastige omwenteling in medialand.  

Beeld Leonie Bos

Op 31 augustus 1997 werd Alan Rusbridger, hoofdredacteur van de Britse Guardian, om vier uur gewekt met het nieuws dat prinses Diana was verongelukt. Tientallen lezers belden met de redactie om te vragen waar de berichtgeving bleef. Dat was een goede vraag, want Rusbridger zelf was helemaal geconcentreerd op de krant van de volgende dag. Zo kreeg verslaggever Charles Nevin de hele dag de tijd om een afgewogen stuk van 4.500 woorden te maken. Aan de overkant van de straat slaagde de kleine redactie van de rudimentaire website erin halverwege de ochtend wat nieuws online te zetten, hoofdzakelijk van persbureaus. De webredacteuren openden ook de mogelijkheid aan de lezers om te reageren. Tegen lunchtijd waren er al honderden commentaren. ‘De lezers leerden ons’, schrijft Rusbridger ruim twintig jaar later, ‘dat groot nieuws niet langer kon wachten tot het ontbijt van de volgende dag.’

Alan Rusbridger: Breaking News

Rusbridger heeft die les zo grondig ter harte genomen dat de Guardian Unlimited nu de best bezochte site voor serieus nieuws ter wereld is. Vorig jaar waren er 150 miljoen unieke bezoekers per maand, terwijl de oplage van de papieren Guardian was gedaald tot 180.000. Twintig jaar lang, van 1995 tot 2015, verkeerde Rusbridger als hoofdredacteur in het oog van wat hij zelf omschrijft als een ‘orkaan van windkracht 12’. Zijn Breaking News is een meesterlijke kroniek van de metamorfose die de journalistiek sinds de jaren negentig heeft doorgemaakt.

Rond 2006 werd het Rusbridger duidelijk dat traditionele bronnen van inkomsten, met name de rubrieksadvertenties, voorgoed zouden opdrogen. Zoekmachines als Google boden adverteerders de mogelijkheid de consument op basis van zijn of haar zoekgedrag persoonlijk te benaderen. Terwijl pogingen van uitgevers om geld te vragen voor nieuws online voortdurend mislukten, gingen duizenden websites er vandoor met de journalistiek van de professionele media door die te verzamelen, te sorteren, te linken, te becommentariëren en te beschimpen. Maar, voorzag Rusbridger, er zullen maar weinig websites zijn die investeren in een wereldwijd netwerk van verslaggevers die zich uitsluitend bezighouden met zaken uitzoeken, verifiëren en daar snel, accuraat en begrijpelijk over berichten.

The Guardian koos voor het creëren van een zo groot mogelijk bereik op internet. Dat leverde weliswaar veel nieuwe lezers op in de Verenigde Staten, maar volstrekt onvoldoende advertentie-inkomsten. De krant beschikte evenwel over aandelen in AutoTrader, een softwaresysteem dat tweedehands autodealers in staat stelt eenvoudig advertenties op te stellen om online hun voorraad aan te prijzen. AutoTrader leverde jaarlijks 40 miljoen pond aan extra inkomsten op.

Andere Britse kranten waren minder gelukkig. Rusbridger beschrijft in geuren en kleuren het verdienmodel van zijn concurrent Rupert Murdoch: namelijk het hacken van de mobiele telefoons van beroemdheden. Dankzij onthullingen van Guardians sterverslaggever Nick Davies moest Murdoch News of the World sluiten en verdwenen topmensen van zijn concern achter de tralies. De redacteuren van The Telegraph kregen van hun eigenaar de opdracht ongunstig nieuws over adverteerder HSBC, de grootste bank van Groot-Brittannië, uit de krant te houden.

Hoe precair de bedrijfseconomische situatie bij de kranten ook was, de crisis van de journalistiek werd pas existentieel in 2007, met de komst van de iPhone, Twitter en Facebook. Elke gebruiker kon voortaan zelf nieuws maken en verspreiden. Journalisten raakten hun monopolie op nieuwsgaring voorgoed kwijt. Sociale media stelden mensen naar wie nooit werd geluisterd in staat zich te manifesteren. Dat zag Rusbridger aanvankelijk als een verrijking, maar de markt voor sensatie, nepnieuws, samenzweringstheorieën en alarmistische junk bleek veel groter dan die voor kwaliteitsjournalistiek. ‘Voor het eerst in de geschiedenis’, waarschuwt Rusbridger, ‘moeten we het vooruitzicht onder ogen zien dat samenlevingen het zonder betrouwbaar nieuws moeten stellen.’

Jill Abramson: Merchants of Truth

Jill Abramson, tussen 2011 en 2014 hoofdredacteur van The New York Times, deelt de zorgen van Rusbridger over de toenemende commerciële druk op redactionele beslissingen, maar is toch minder pessimistisch over de toekomst van de journalistieke waarheidsvinding. Ze constateert in haar informatieve, maar nogal van de hak op de tak springende Merchants of Truth dat The New York Times en The Washington Post sinds het aantreden van Trump als president in topvorm zijn. De digitale abonnees stromen toe. Topman Jeff Bezos van Amazon blijkt een veel betere eigenaar/uitgever van de Post te zijn dan de familie Graham die de krant generaties lang in haar bezit had.

Naast de succesvolle transformatie van deze topkranten tot digitale mediagiganten onderzocht Abramson de journalistieke doorbraak van BuzzFeed en Vice. Oprichter Jonah Peretti van BuzzFeed vond methodes uit zijn posts via Google en Facebook maximaal onder de aandacht te brengen en sneller dan anderen te ontdekken welke trends het meest gedeeld worden. Op basis van die technieken ging BuzzFeed ‘megavi’ (de overtreffende trap van viraal) met trivia als video’s over katten, kooktips en spelletjes. De medewerkers van BuzzFeed testen razendsnel welke koppen je boven de items moet zetten om een maximum aan likes en shares te bewerkstelligen. De adverteerders worden op maat bediend met professionele ‘native ads’: advertenties vermomd als nieuwsverhalen. Vanaf 2011 schakelde Peretti zijn knowhow in om met BuzzFeed News ook serieuze journalistiek te bedrijven, met name door het ontmaskeren van nepnieuws. Die ambitie kwam hem zo duur te staan dat hij recentelijk honderden medewerkers moest ontslaan.

Vice, dat begon als provocerend, malicieus jongensblaadje, ontwikkelde zich op een vergelijkbare manier tot een platform dat journalistieke eer inlegde met videoreportages uit verlaten uithoeken van de wereld. Maar BuzzFeed en Vice voelden zich niet te goed om posts die adverteerders onwelgevallig zouden kunnen zijn te verwijderen. Hun ‘native ads’ vonden ingang bij traditionele media. Hetzelfde gold voor hun methodes om zo goed mogelijk te scoren op Google en Facebook. Elke redactie houdt tegenwoordig bij welke stukken online het best gelezen worden, hoever ze worden uitgelezen en hoe vaak ze worden gedeeld.

Andrew Chadwick: The Hybrid Media System

Deze kruisbestuiving tussen gevestigde media en nieuwkomers roept de vraag op of het nog wel zinvol is om onderscheid te maken tussen oude en nieuwe media. De Britse mediaprofessor Andrew Chadwick beantwoordt die vraag in zijn bekroonde studie The Hybrid Media System ontkennend. De oudere media eisen immers ook online de hoofdrol op als de meest geraadpleegde nieuwssites. Op die sites wordt bovendien royaal gebruikgemaakt van bijdragen die van buiten komen: opinies, tweets, online peilingen en beeld dat met smartphones is gemaakt.

Het hybride mediasysteem biedt aan buitenstaanders ongekende mogelijkheden om nieuws te maken en medestanders te mobiliseren. Chadwick laat in de nieuwe editie van zijn boek zien dat Donald Trump die mogelijkheden perfect heeft uitgebuit om Hillary Clinton te verslaan. Hij had veel minder te besteden dan zij, maar hij was haar publicitair ruimschoots de baas. Tussen 1 januari en verkiezingsdag 6 november 2016 scoorde Trump op Facebook 208 miljoen likes, shares en commentaren, Clinton bleef steken op 72 miljoen. De verhouding op Instagram was 53 miljoen tegen 31 miljoen en op Twitter scoorde Trump 89 miljoen likes en retweets tegen Clinton 41 miljoen.

Hoe meer retweets Trump kreeg, des te meer nieuwsberichten en blogposts dat hem opleverde. Dit bewijst volgens Chadwick dat politici als Trump de sociale media niet zozeer gebruiken om professionele media te ontlopen, maar juist om die te beïnvloeden.

En zo is het gekomen dat journalisten de hele dag koortsachtig in de weer zijn met hun mail, Twitter, Whatsapp en Facebook. Het maken van een papieren krant is op de hedendaagse redacties een bijkomstigheid geworden.

★★★★☆

Alan Rusbridger: Breaking News – The Remaking of Journalism and Why It Matters Now

Canongate; 440 pagina’s; € 24,99.

★★★☆☆

Jill Abramson: Merchants of Truth – The Business of News and The Fight for Facts

Simon & Schuster; 535 pagina’s; € 26,99.

★★★★☆

Andrew Chadwick: The Hybrid Media System. Second edition

Oxford University Press; 347 pagina’s; € 30,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden