Dreyfus op z’n Engels

In februari 1903 wordt het dorpje Great Wyrley, in de omgeving van Birmingham, opgeschrikt door een reeks macabere incidenten. Paarden, pony’s, koeien, schapen en andere dieren worden in het veld op even verbijsterende als gruwelijke wijze toegetakeld – doorboord, opengereten, in stukken gehakt – in een orgie van bloed en geweld, die...

Paarden, pony’s, koeien, schapen en andere dieren worden in het veld op even verbijsterende als gruwelijke wijze toegetakeld – doorboord, opengereten, in stukken gehakt – in een orgie van bloed en geweld, die suggereert dat hier een waanzinnige aan het werk is geweest. De gebeurtenissen zullen de geschiedenis ingaan als The Great Wyrley Outrages.

Waanzinnige brieven aan de politie completeren het geheel. Ze bevatten de dreiging dat straks ook kinderen en meisjes ten prooi zullen vallen aan dergelijke slachtingen, en ze beweren dat er sprake is van een bende amokmakers. De leider van het gezelschap zou ene George Edalji zijn, de excentrieke, eenzame, sterk bijziende zoon van de plaatselijke dominee. Deze dominee is een uit Bombay geëmigreerde Pars, getrouwd met een Schotse vrouw. Zoon George werkt als jurist in Birmingham en heeft onder meer een boek over de rechten van treinpassagiers op zijn naam staan. Hij woont nog bij zijn ouders thuis en lijkt het toonbeeld van burgerlijke oppassendheid, of beter: wereldvreemde onschuld.

Politieonderzoek naar George levert nauwelijks spectaculair bewijsmateriaal op. Hij blijkt in het bezit van een scheermes, er zitten haren op zijn kleding, en zijn schoenen zijn wat modderig. Maar de autoriteiten herinneren zich nog maar al te goed dat George een aantal jaren geleden ook al eens verdacht werd van malicieuze praktijken.

Toen ontving zijn vader een reeks dreigbrieven, hij trof dode vogels en andere omineuze zaken voor zijn voordeur aan, er werden niet bestelde goederen afgeleverd, en er waren in de plaatselijke krant advertenties te lezen waarin de dominee onder meer werd gepresenteerd als huwelijksmakelaar en korsettenleverancier.

Weliswaar waren de beschuldigingen aan het adres van George toen net zo absurd als nu, maar volgens de politie en het justitieel apparaat is er voldoende circumstantial evidence om hem te berechten. George wordt veroordeeld tot zeven jaar dwangarbeid. Na drie jaar komt hij vrij; verbitterd en vastbesloten om eerherstel af te dwingen.

Het leven van George Edalji (1876-1953) vormt een van de tweede rode draden in Julian Barnes’ meesterlijke nieuwe roman Arthur & George. Ook de tweede persoon in de titel, Arthur, is een historische figuur – en anders dan de relatief obscure Edalji zelfs een wereldberoemde, maar het duurt even voordat we dat als lezer doorkrijgen. Het is Arthur Conan Doyle, schepper van Sherlock Holmes, het onverslijtbare prototype van de privé-detective.

Barnes beschrijft het levensverhaal van beide hoofdpersonen in afwisselende korte hoofdstukken, op een manier die enigszins doet denken aan Talking It Over (1991) en Love, Etc. (2000), de twee amusante en virtuoze vervolgromans waarin hij drie mensen over hun onderlinge verhoudingen liet vertellen (we rekenen op een derde deel omstreeks 2009). Bekwaam schildert hij de geweldige contrasten tussen de in zichzelf gekeerde, volstrekt eenzame George en de extroverte, sportieve, alom gerespecteerde Arthur.

Hun levenspaden kruisen elkaar als Edalji de beroemde auteur om hulp vraagt hij het zuiveren van zijn naam. In de loop van zijn carrière is Conan Doyle bij herhaling gevraagd in de voetsporen van zijn befaamde schepping te treden en een ‘zaak’ op te lossen, maar alleen in het geval van George Edalji is hij daarop ingegaan.

De gebeurtenissen rond Edalji vertonen overeenkomsten met de Franse Dreyfus-affaire, waarbij het eveneens een beroemde schrijver was, Emile Zola, die het voor een ten onrechte veroordeelde opnam. Een groot verschil is dat de Dreyfus-affaire tot op de dag van vandaag internationaal weerklank vindt, terwijl de zaak-George Edalji zelfs in Groot-Brittannië slechts bij ingewijden een bel doet rinkelen.

Het is George zelf die daaraan in de roman enkele gedachten wijdt: ‘Frankrijk, naar hij begreep, was een land van extremen, van gewelddadige meningen, gewelddadige principes en herinneringen die heel ver teruggingen.

‘Engeland was een rustiger plek, net zo vol principes, maar minder geneigd een hoop herrie te maken rond die principes; waar het gewoonterecht meer vertrouwen genoot dan de letter van de wet, waar mensen doorgingen met het leven van alledag en zich niet bemoeiden met anderen (*) Dit was Engeland en George kon zich het Engelse standpunt voorstellen, want George was zelf Engels.’

Het is een voorbeeld van de milde maar veelzeggende ironie waarin Barnes ook in dit boek weer uitblinkt. Want eerder heeft de lezer kunnen constateren dat George, die zich als man zonder verbeeldingskracht juist altijd heeft vastgeklampt aan de zekerheden van de wet en door zijn opvoeding een absolute loyaliteit jegens koningshuis, vaderland en Empire is bijgebracht, blind lijkt te zijn voor de racistische motieven die onmiskenbaar een rol spelen in beide affaires.

Via het motief van de loyale buitenstaander wijst Barnes de lezer overigens op interessante overeenkomsten tussen zijn beide romanhelden. Zelfs de in Engeland zo geliefde Conan Doyle was slechts een ‘onofficiële Engelsman’, zoals hij tegen George zegt. Hij werd namelijk geboren in Edinburgh.

Hoewel Arthur & George zich qua vorm laat lezen als een Holmesiaans detectiveverhaal, waarin de schepper van de befaamde speurder voor één keer de rol van zijn bedenksel op zich neemt, is het thematisch onder meer een roman over de essentie van Englishness, maar meer nog een bespiegeling over de ongrijpbaarheid van het verleden; over de wijze waarop onze interpretatie ervan vooral in dienst staat van de rechtvaardiging van het heden, en ‘de geschiedenis’ ons dus vooral informeert over het nu.

Julian Barnes viert dit jaar zijn zilveren jubileum als schrijver. Hij doet dat met een hoogtepunt. Het is aan de jury van de Man Booker Prize om voor een gouden randje te zorgen.

Julian Barnes: Arthur & George. Jonathan Cape, Import Nilsson & Lamm; 360 pagina’s; ¿ 19,95. ISBN 0 224 07703 1.

De Nederlandse vertaling verschijnt in februari 2006 bij Atlas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden