Drama en sprookjes

'Goed gedaan Poesjkin, goed gedaan, jij hoerenzoon!'

Boris Godoenov, opnieuw vertaald door Hans Boland, was Poesjkins ultieme gooi naar de roem.

Ooit waren Nederlanders trots op hun vertaalcultuur, is dat nog steeds zo? Zijn er jonge vertalers die ons door hun vertalingen introduceren in moderne Italiaanse, Franse of voor mijn part Servo-kroatische poëzie? Ze lijken me onzichtbaar.

Hans Boland is de meest extreme variant van de oude soort: een vertaler die het op zich neemt een heel oeuvre van een enkele schrijver volledig in het Nederlands te vertalen. Hij is inmiddels aangekomen bij het zesde deel van wat uiteindelijk een negendelige reeks moet worden met de verzamelde werken van Alexander Poesjkin (1799-1837).

Een uniek project, ik ken geen ander taalgebied dat een volledige vertaling van Poesjkins werk bezit. Dit nieuwe deel bevat al het toneelwerk dat Poesjkin heeft geschreven. Die term, toneelwerk, is nogal dubbelzinnig, want Poesjkins stukken waren in eerste instantie bedoeld om gelezen te worden, en Poesjkin heeft zijn belangrijkste toneelstuk nooit op het toneel gezien. Dat lag niet in de eerste plaats aan de moeilijke uitvoerbaarheid, maar aan zijn controversiële politieke lading.

Poesjkin wordt vaak voorgesteld als een criticus van het tsaristische regime, een liberaal, een vriend van het Westen. Wie dat simpele idee graag complex wil maken, moet zijn tragedie Boris Godoenov lezen. Misschien was Poesjkin een halve liberaal, maar dat betekent zeker niet dat hij een democraat in de moderne zin van het woord was. Boris Godoenov (in 1874 door de componist Moesorgski bewerkt tot de gelijknamige, grootse opera) was Poesjkins meest ambitieuze literaire werkstuk tot dan toe, een poging om zichzelf naast Shakespeare en Schiller te plaatsen. Het verhaal over tsaar Boris is ook een politieke getuigenis. In zijn definitieve versie althans wil het een legitimatie zijn van de Romanov-dynastie, en daarmee eigenlijk van het hele idee van erfopvolging van monarchen.

Maar de buitengewoon moeilijke totstandkoming van het stuk toont ook Poesjkins eigen worsteling met de hoge politiek en zou een cruciaal moment worden in de carrière van de dichter. De geschiedenis van die totstandkoming toont ook de intelligentie en ambitie van de slechteriken van dit verhaal: tsaar Nicholaas en zijn adjudant, de sinistere en briljante politicus Benkendorf.

Poesjkins opkomst in de jaren twintig van de 19de eeuw kwam als een schok voor de Russische elite. Zijn talent werd onmiddellijk erkend, en even onmiddellijk werd hij als een figuur van historisch belang begrepen. Intellectuele leeftijdgenoten accepteerden edelmoedig hun ondergeschiktheid en boden vriendschap en bewondering aan in ruil voor zijn nabijheid. Verschillende politieke gezindten probeerden Poesjkin hun kant op te bewegen, in de hoop dat hij zijn talent zou gebruiken ten dienste van hun zaak.

Poesjkin was een overtuigde aristocraat die zonder schaamte of scepsis profiteerde van de voorrechten die zijn afkomst hem bood. Het politieke conflict van die dagen lag tussen het ultraconservatisme van tsaar Nikolaas, dat gebaseerd was op een radicaal misantropisch mensbeeld, en progressievere, vaak als verlicht aangemerkte, aristocraten die een grondwet wilden waarin de rechten en plichten van de vorst en zijn verhouding tot de aristocratie waren vastgelegd.

Poesjkin voelde sympathie voor de progressieven, en was een losbol, maar was toch ook een voorstander van orde, bestendigheid en hiërarchie. Nikolaas probeerde hem te disciplineren. Eerst door hem te verbannen, later door hem aan zich te binden. Toen de progressieven probeerden een soort staatsgreep te plegen, werden tussen hun papieren voortdurend gedichten van Poesjkin gevonden.

Deze 'schuld door associatie' werd Poesjkin zeer kwalijk genomen - en hij moest tegenover de tsaar persoonlijk zijn excuses aanbieden en zijn trouw kenbaar maken. De tsaar maakte van die gelegenheid gebruik

om Poesjkin dichter aan zijn borst te drukken, en hij stelde voor om zijn persoonlijke censor te worden: een zeldzame, misschien wel unieke, maar zeer dubbelzinnige eer.

Het dwong de dichter om al zijn werk eerst ter goedkeuring voor te leggen aan de tsaar, en in de praktijk aan Benkendorf. Dit gebeurde allemaal juist toen Poesjkin net een eerste versie van Boris Godoenov had afgerond, een eerste versie die behoorlijk veel progressiever was dan de definitieve. De dichter was zeldzaam tevreden over zijn werk, en beschouwde het als het beste wat hij tot dan toe had geschreven. 'Mijn tragedie is af!', schreef hij aan zijn vriend Vjazjemski, 'ik las het hardop voor, alleen, klapte in mijn hand en schreeuwde: goed gedaan Poesjkin, goed gedaan jij hoerenzoon! Mijn heilige dwaas [de troonpretendent] is een grappige figuur geworden, en van Marina [de vrouwelijke hoofdpersoon] krijg je gegarandeerd een harde!'

Poesjkin had weinig fiducie dat de gewone censor zijn vrijzinnige opvatting van de geschiedenis zou doorlaten, maar hij ging er, verbazingwekkend naïef, vanuit dat de tsaar persoonlijk het zou begrijpen en het toneelstuk zou goedkeuren. Dat gebeurde niet, en het zou vele jaren duren voordat Poesjkins stuk kon worden uitgegeven. Benkendorf probeerde Poesjkin te vernederen door het toneelstuk door te spelen aan Poesjkins rivaal, de middelmatige pluimstrijker Boelgarin. Die plagieerde vervolgens delen van Poesjkins drama in een roman, tot de verstikkende woede van de machteloze Poesjkin.

In de zomer van 1830 besloot Poesjkin uiteindelijk zijn toneelstuk te herschrijven, zodanig dat het door de censuur zou komen. Het is moeilijk te beoordelen of die uiteindelijke versie van Boris Godoenov een nest van politieke compromissen is, of een nieuwe positie reflecteert van Poesjkin zelf. Van dat compromisgehalte merk je als moderne lezer overigens niets. Het stuk blijft ongelooflijk fris en toegankelijk. Minder complex en minder diepzinnig dan Shakespeare, maar dramatisch veel dynamischer, met korte, beweeglijke, bonte scènes - grappig, wreed en ontroerend. Lees maar eens de dialoog tussen de troonpretendent Dmitri en zijn liefje Marina, ergens op de helft van het stuk. Curieus eigentijds. Marina blijkt een Lady Macbeth à la Hillary Clinton, en de dialoog een vroegnegentiende eeuwse versie van Who's Afraid of Virginia Woolf.

Voor Boland moet het een lastige klus zijn geweest. Bij zijn vertalingen van Poesjkins gedichten kon hij leunen op zijn enorme technische beheersing van vers- en rijmvormen, en die technische beheersing imponeerde altijd. Boris Godoenov is geschreven in rijmloze verzen, en vraagt bovendien een lossere toon. Maar ook dit gaat Boland buitengewoon goed af. De echt test komt straks, als Boland Poesjkins proza gaat vertalen. We zien ernaar uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden