TV-RECENSIEFrank Heinen

Dragon’s Den is een kolderieke, onweerstaanbare viering van het fenomeen ondernemer

Beeld Frank Heinen

Van alle dingen die ik niet zag aankomen, was een tijdelijke verslaving aan Dragons’ Den (Omroep WNL, elke zondagavond, NPO 1) een van de aangenamere. Zomaar opeens zat ik erin. En ik kon er niet meer uit.

Op het eerste gezicht is Dragons’ Den (dat jaren geleden ook al eens werd uitgezonden) een tamelijk kolderieke viering van het fenomeen ‘ondernemer’. In het kort: mensen met een vernieuwend idee presenteren dat plan voor een jury van vijf ‘dragons’, succesvolle rijkaards die de gelegenheid krijgen te investeren in de startende onderneming. Presentatie is in handen van Sander Schimmelpenninck, wiens bijdrage zich beperkt tot het in- en uitleiden van de kandidaten.

De jury is een ratjetoe van uiteenlopende vormen van ‘geslaagdheid’. Er zit een vrouw in die ‘de eetbare avocadokoningin’ wordt genoemd, een ex-soapster die modemiljonair blijkt te zijn geworden, een man die in tientallen bedrijven belangen heeft en de eigenaar van half horeca-Amsterdam. Onbetwiste ster is Michel Perridon, een stinkend rijke Rotterdammer die oogt, spreekt en zit zoals je wilt dat een stinkend rijke Rotterdammer oogt, spreekt en zit. Nadat de kandidaten aan een kruisverhoor over omzet en businessmodel zijn onderworpen, kunnen de dragons (die term alléén al) dokken of zeggen: ‘Ik doe niet mee.’

Michel Perridon in Dragon's Den.Beeld Omroep WNL

Niet alleen de jury is een collectie fascinerende types. De deelnemers lopen uiteen van stamelende knutselaars tot grootheidswaanzinnige hockeyballen en van frisse figuren tot bonafide halvegaren. Soms geven de makers de ondernemer wat meer reliëf, bijvoorbeeld als er aan een uitvinding een persoonlijk drama vooraf is gegaan, of een hele sloot mislukkingen. 

Zoals bij Martin, die een shampooflessenuitlekbakje presenteerde. Toen hem te verstaan werd gegeven dat je daarvoor ook prima een pennenbakje kon gebruiken, biechtte hij op dat hij jaren eerder al een fietslamp op batterijen had verzonnen. Briljant, maar hij had er om vage redenen nauwelijks aan verdiend. In zijn ogen lag de blik van de man die na jaren oefenen en talloze botbreuken een levensgevaarlijke salto tot een goed einde brengt en dan hoort: ‘Camera stond niet aan. Kun je het nog eens doen?’

Aan de andere kant was er dan weer de man die het ene waanzinnige idee na het andere door pech en onkunde had zien crashen en nu zijn nieuwste vinding presenteerde: posters die tegelijk een verwarming zijn. Daar laat de onweerstaanbaarheid van Dragons’ Den zich voelen: je gunt sommige kandidaten zó dat het nu eens een keertje meezit dat je helemaal vergeet dat ze rommel verzinnen in de hoop miljonair te worden.

Van sommige ideeën dacht ik eerlijk gezegd dat ze allang bestonden – een abonnement op eerlijke koffie, of een zeewierbitterbal – maar er zitten ook uitzinnige vondsten tussen. Een loopbandfiets. Vlekafstotende overhemden. Prestatiebevorderende boxershorts. Zou ik zelf ooit zoiets kunnen verzinnen? Een Marktplaats voor in de was vereenzaamde sokken? Magnetische handdoekenhaakjes voor in de campingdouche? Ergens in dat woud van Drs. Mallebrootje-achtige vondsten bevindt zich mijn gouden ticket. Maar waar?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden