column witteman heeft iets gelezen

Draaimolens, badgasten en natte zoenen - het geestig-ironische boek van Mary Dorna is een onterecht vergeten meesterwerk

Het oprakelen van ‘vergeten’ boeken is hip, net als de teelt van ‘vergeten’ groentes: soms worden ze terecht weer van stal gehaald, maar soms ook begrijp je best waarom men ze ooit de rug toekeerde; neem nu bijvoorbeeld snijbiet, of Hugo Claus. Ik twijfel nog steeds over John Williams’ Stoner (die ik niet zozeer een tragische held vond als wel een lafaard), maar als ik van íémand zeker weet dat ze een comeback verdient is het Mary Dorna.

Geestig-ironisch, met een flinke dosis verdriet, beschrijft ze de zeden en gewoontes van de benepen bourgeoisie, waarin ze zelf honderd jaar geleden opgroeide, als lastig en ­opstandig kind; een soort Joop ter Heul from hell, met een strenge vader, een zachte moeder en een, volgens betrokkenen ‘onmaatschappelijke voorkeur’.

In de leukste van Dorna’s sterk autobiografische verhalen is de ‘ik’ een jonge tiener, die voortdurend ongewenste betrekkingen aanknoopt met mensen buiten haar milieu. De zus van het dienstmeisje, bijvoorbeeld, Nelly, die een ‘meisje van pleizier’ is, met ‘zulke prachtige kleuren rose op de wangen, en zulke rode lippen. (…) In de kamer bevonden zich nog een groot bed, een neger en een papegaai. De neger heette Jim, en toen Nelly over liefde sprak gaf hij haar een zoen in de hals. Voor het eerst van mijn leven begreep ik dat zoenen prettig kan zijn. Ik had een paar dagen tevoren een vreselijke proef doorstaan met een jongen – het was juist de tijd dat er over zoenen en nog veel griezeliger dingen op school gesproken werd – en in mijn nieuwsgierigheid probeerde ik het in het smalle straatje dat voor dergelijke experimenten bij onze school in trek was. ‘Jasses, het is net nat spuug’ was de verpletterende ontdekking voor mezelf en ook voor de beteuterde jongen. Maar de neger had zulke prachtige witte tanden en Nelly zag er zo beeldig perzikachtig uit – ik begon iets van de liefde te begrijpen.’

Niet veel later valt de ‘ik’ voor Carlo op de kermis, de jongen van de draaimolen ‘van wie alles was, de muziek, de serpentines, de onvergetelijke draaimolengeur, alle dieren en de met pluche beklede schommels erbij. (…) Hij stond de ene maand als uitroeper bij de menselijke abnormaliteiten-tent en de andere maand maar doodgewoon als bediende bij een tante, die poffertjes bakte. Carlo was een der Griekse goden – voor de afwisseling op aarde gekomen – bruin, glimlachend, zeker van zichzelf. En later werd hij dan dompteur. Ik twijfelde eerst, of dompteur iets bij de abnormaliteiten of de poffertjes zou zijn – doch tijdens een der volgende lessen op mijn vreselijke school was ik de enige die wist dat dompteur dierentemmer betekende.’

Ook het verhaal ‘Een buitenlandse badgast’ is prachtig, waarin de ‘ik’ met haar ouders op vakantie (‘natuurlijk regende het’) in een hotel Mischa Biedermann ontmoet, een louche zakenman, een chevalier d’industrie, een goedhartige patser die het hele hotel meesleept in zijn grandeur, champagne en lekkernijen uitdeelt; ‘alleen mijn vader en zijn vreselijke zakenvrienden bleven bij hun Selters en Victoriawater – ze zagen eruit als gewone mannen in hun goeie pak, als leraren die een excursie naar een model-melkinrichting met de leerlingen hadden te doen.’

Annie (waarom moet dat M. G. er eigenlijk altijd tussen?) Schmidt en Simon Carmiggelt waren zwaar schatplichtig aan Mary Dorna. En ik ook. Liefst zou ik hier haar complete oeuvre ­citeren om u te overtuigen, maar daar is geen ruimte voor. Haar werk is niet meer in druk, maar op joodsebibliotheek.nl is het gratis te lezen. Begin maar met de bundel Laten we vader eruit gooien en concludeer zelf: een ten onrechte vergeten meesterwerk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.