Door overkill aan informatie schiet museum doel voorbij

Door de overkill aan informatie schiet de inhoud van de tentoonstelling 'De jaren tachtig. Begin van het nu?' aan de bezoeker voorbij. Het is niet de eerste keer dat het Van Abbe struikelt over zijn eigen volledigheid.

Uit de installatie 'View The 1980's. Today's Beginnings. Talking back, Counter Culture in the Netherlands'.Beeld Peter Cox

Je 80ste verjaardag vieren en het dan niet over jezelf hebben: het Eindhovense Van Abbemuseum doet het in de volle overtuiging dat het andere zaken aan het hoofd heeft. Na de openingsact half april, waarvoor het museum 80 uur open was, schudde het de confetti uit de kleren en ging het over tot de orde van de dag. En dat is wat het zich sinds het aantreden van directeur Charles Esche ten doel heeft gesteld: de maatschappelijke relevantie van kunst tonen.

In dit geval met een tentoonstelling over de jaren tachtig - een tijdperk dat sowieso aan rehabilitatie toe is. In mode, muziek en ontwerp zijn die jaren helemaal niet meer zo fout als ze een tijd lang waren (ik noem de wortelbroek, de synthesizer), maar het gaat het maatschappelijk geëngageerde museum duidelijk niet om de comeback van Duran Duran. In de tentoonstelling 'De jaren tachtig. Begin van het nu?' komen protestbewegingen uit dat tijdperk aan de orde en de artistieke vertalingen daarvan, zoals onder meer kraken in Nederland en black art in Groot-Brittannië. Het museum kon de presentatie maken dankzij 'l'Internationale', een samenwerkingsverband van musea en universiteiten uit onder meer Madrid, Ljubljana, Antwerpen, Liverpool en Eindhoven.

Veel video

Dus: documentaires, videowerken, gestencilde blaadjes, en véél video. Het medium was net tot wasdom gekomen en in de handen van kunstenaars bleek het heel bruikbaar voor zelfanalyse. 'Beeindruckt durch die Vielfalt der Bilder fragst du mich was die Bilder zu sagen haben', heet het in de video TV-world (1988, Heiner Holtappels).

Door de montage en toepassing van muziek konden kunstenaars er ook de consumptiemaatschappij mee bespotten, of regimes parodiëren - zoals het geval was met de radicale beweging NSK, Neue Slowenische Kunst. Vooral die presentatie is interessant omdat een deel van die beweging doorsijpelde naar Nederland (zoals de clips van Laibach of de schilderijen van de groep IRWIN). In deze opstelling wordt veel duidelijker hoe gewaagd en kritisch ze daar, in die tijd, waren.

Echter: het is te véél. Er zijn nu drie presentaties (grofweg: Nederland, Slovenië, Groot-Brittannië); straks wordt Slovenië vervangen door zalen over Turkse, Spaanse en Catalaanse 'culturele microgeschiedenissen'. Elk deel is zo ongelooflijk gedetailleerd, gedocumenteerd en veelzijdig dat wanhoop de bezoeker overvalt. 'Gelukkig hebben we nog een paar maanden', zei de ene begeleider van het Van Abbe tegen de ander, al bladerend in de documentatiemappen. Maar die tijd heeft lang niet iedereen.

De jaren tachtig. Begin van het nu?
Beeldende kunst
***
Van Abbemuseum, Eindhoven.
T/m 25/9.

Zonde

Het is zonde van de diepere lagen, de video-ontdekkingen, de mooie combinaties - door de overkill aan informatie komt het al snel niet meer binnen. Het is niet de eerste keer dat het Van Abbe struikelt over zijn eigen volledigheid en een mooi ingericht studiecentrum opent in plaats van een tentoonstelling. Als alle onderdelen een voor een waren gepresenteerd, had het museum een prachtige serie gehad, die zo drie jaar had kunnen lopen. Op tachtig jaar is dat helemaal niet te lang.

Van Abbe, een 80-jarige meervoudige persoonlijkheid

Zes directeuren gaven ieder op eigen wijze leiding aan het Van Abbemuseum.

Het Eindhovense Van Abbemuseum, opgericht in 1936 rond de collectie van sigarenfabrikant Henri van Abbe, heeft in tachtig jaar tijd zes sterk verschillende directeuren gehad.

Wouter Visser was de eerste, hij trad in 1936 aan, maar kon zich in oorlogstijd niet verenigen met de bezetter. Directeur Edy de Wilde (van 1946 tot 1963) zette de toon: in geen geval mocht de Van Abbe-collectie uitgroeien tot 'een zwakker kopie van de verzamelingen' van het Rijksmuseum, het Kröller Müller en het Stedelijk Museum in Amsterdam (zei hij in een toespraak uit 1951). Hij kocht voornamelijk werk aan van levende kunstenaars.

Rudi Fuchs (directeur van 1975 tot 1987) is wellicht de bekendste; door zijn rücksichtslose keuze voor nieuwe Duitse schilderkunst, maar ook doordat hij zo lang zichtbaar bleef. Tijdens zijn directeurschap leidde hij ook de tentoonstelling 'Documenta7' in Kassel (1982). De huidige directeur, de internationaal gelauwerde Engelsman Charles Esche (directeur sinds 2004), zegt vooral veel te hebben aan zijn voorganger Jean Leering (van 1964 tot 1973). Misschien wel de meest hippie-achtige directeur, maar wel in keurig pak. Leering deed revolutionaire aankopen (de grote collectie El Lissitzky's, Amerikaanse minimal art, vroeg Zero-werk). Halverwege zijn periode gooide hij het roer om. De maatschappelijke functie van het museum moest centraal gaan staan, de relatie tussen kunst en maatschappij zichtbaar worden gemaakt. Hij organiseerde de eerste solotentoonstelling van Joseph Beuys (die deze ideeën ook propageerde) buiten Duitsland en maakte 'De straat' (1972). Door video, tekstborden, dia's, geluidsopnamen én kunst werd de straat het museum binnengehaald. De omstreden presentatie leidde uiteindelijk tot zijn vertrek, maar is nu een pars pro toto. Wie nu vaker in het Van Abbe komt, ziet de geest van 'De Straat' regelmatig terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden