Reisgids Bedwelmend Lagos

Door Lagos met Seun, de zoon van Fela Kuti − activist en muzikant

Hij is niet zijn vader, zegt Seun Kuti heel terecht, de zoon van de vroeg overleden Nigeriaanse popartiest en mensenrechtenactivist Fela Kuti. Maar toch heeft Seun hetzelfde vak gekozen en dezelfde gedrevenheid als Fela. Hij gidst ons door Lagos, de grootste stad van Afrika.

Seun Kuti, zoon van Fela Kuti, zanger, muzikant, activist. Foto Sanne De Wilde

De artiest zit met ontbloot bovenlijf op een krukje in zijn smoezelige huis in een zijstraat van de rosse buurt van Lagos, hoofdstad van Nigeria en de grootste stad van Afrika. Met snelle bewegingen scheert een kapper zijn hoofd glimmend kaal, terwijl hij onverstoord een paperback uit de jaren zestig leest over de psychoanalytische gevolgen van kolonisatie in Afrika, af en toe opkijkend naar een enorm televisiescherm dat beelden toont van de Engelse voetbalcompetitie; Chelsea tegen Southampton.

I go chop’, zegt Seun Kuti als de kapper weg is. ‘Ik ga eten.’ De 35-jarige saxofonist, protestzanger en linkse activist zit vandaag de wekelijks bijeenkomst van zijn Naija Resistence Movement voor en moet nog een speech verzinnen voor de presentatie van zijn vierde cd later in de week. Want Seun (spreek uit: Sché-oen) beheert met overgave de erfenis van zijn legendarische vader; rebel en afrobeatgrondlegger Fela Kuti. Maar eerst sloft een bebaarde gast op doucheslippers binnen – honkbalpetje op, joint in zijn mondhoek – en zet een groot bord vis en Jollof-rijst neer. ‘Dat is Shigogo, mijn .. euh, butler. Maar zo noem ik hem niet, dat zou bourgeois zijn.’

Lagos

Het is best een wonder dat we Seun gevonden hebben. De Nigeriaanse havenstad Lagos is zo’n metropool waar je alle controle verliest. Je raakt gedesoriënteerd in de permanente verkeersopstopping, je wijkt voor het recht van de sterkste, gedeukte taxibusjes en driewielers snijden je links en rechts af, de wirwar van bruggen en eilanden doet je duizelen, de klamme hitte doet de rest. Stap gewoon in, zeggen de inwoners, vergeet al je afspraken en je merkt wel waar je uitkomt.

‘Laten we lopen naar mijn vaders huis’, zegt Seun die op zijn teenslippers de deur uit slentert. Links en rechts op straat geeft hij jonge mannen een boks. ‘How you dey? Wetin dey happen?’ Seun koopt een appel op de hoek, onder zijn oksel klemt hij een koptelefoontasje waar zijn wiet in zit. We worden nagekeken in de wijk Ikeja, ooit een nette buitenwijk met bedrijven en vrijstaande huizen, nu een ruige stadsbuurt met toplessbars en prostituees tussen de geparkeerde auto’s langs Allen Avenue. Seun: ‘Het is een leuke buurt. Ik leef graag op het randje.’

Drie straten verder woonde Fela. De grote bandleider woonde in een groot witgeschilderd gebouw van drie verdiepingen met zijn 27 echtgenotes. Waaronder Seuns moeder. Kalekuta Republiek noemde hij zijn huis, een vrijplaats voor tegenstanders van de militaire dictatuur en idolate groupies. ‘Hier ontving Fela al zijn gasten’, zegt de curator van het privémuseum. Hij wijst op een kleedje in een ruime slaapkamer waar Fela – kettingrokend, roomijs etend en slechts gekleed in een miniem onderbroekje – over politiek praatte en zijn vrouwen amuseerde. ‘Er was een wekelijks rooster, zodat alle echtgenotes aan hun trekken kwamen.’ Pal voor het huis, onder een piramide van roze marmer, rust de grondlegger van de afrobeat.

Seun Kuti, zoon van Fela Kuti. Foto Sanne De Wilde

Op het dak steekt Seun een jointje op. ‘Ja, best raar, mijn ouderlijk huis is nu een museum.’ Wijzend op het dakterras waar bezoekers bier drinken en voetbal kijken: ‘hier sliep ik vaak en voetbalde ik met mijn broer Femi.’ Seun heeft warme en angstige herinneringen aan zijn jeugd. ‘Ik leefde in twee werelden; de socialistische Kalakuta Republiek en het militaire regime buiten het hek. Het was verwarrend: alles wat mijn vader vertelde, was tegenovergesteld van wat ik op tv of op school hoorde. Eén keer per week viel hier de politie binnen.’

Jeugd

Vader Fela liet zich niet bang maken. Zijn eerste huis werd overvallen door duizend militairen en in brand gestoken. Diens moeder, ook een activiste, werd uit een raam gegooid en overleed aan de gevolgen. Fela belandde in het ziekenhuis met twee gebroken benen. Hij liet zijn moeders doodskist bij de kazernepoort afleveren en schreef het protestlied Coffin for Head of State. Later belandde hij in een cel en mocht niet meedoen aan de presidentsverkiezingen, wat zijn reputatie als panafrikaanse vrijheidsstrijder alleen maar versterkte. Fela overleed op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hiv-besmetting. Seun was toen 14 jaar.

‘FELA LIVES’ staat in grote letters op de rug van Seun getatoeëerd. Op zijn gespierde buik een royaal portret van zijn moeder als jonge vrouw. Op zijn borst de naam van zijn 5-jarige dochtertje. ‘Ik ben niet mijn vader’, zegt Seun na weer een selfie met een geëmotioneerde museumbezoekster. ‘Ik erfde zijn idealen, maar ook de rust en het organisatietalent van mijn oom, een arts.’ Het middel om een groot publiek te bereiken bleef echter onveranderd. Seun balt zijn vuisten en getatoeëerde letters op zijn knokkels vormen het woord: A F R O B E A T.

Klassieke afrobeat, wel te verstaan. Niet te verwarren met de oppervlakkige popvariant afrobeats (de s maakt een groot verschil). Zijn band Egypt 80, overgenomen van zijn vader, levert nog steeds die non-stop funky groove die afrobeat zo sensueel en dansbaar maakt. Seun speelt sax met ontbloot bovenlijf, kronkelt met zijn lenige lichaam en zingt pidgin-Engels met heldere stem. Afrobeat is een polyritmisch brouwsel van traditionele jujumuziek en jazzy highlife; zwarte protestsongs die mikken op lichaam én geest.

Let the black light shine’, zingt Seun op zijn vierde cd Black Times. ‘You promised jobs, and you closed the factory’, verwijt hij de regering. Maar ook de jeugd krijgt ervan langs: ‘Too many of the youths/Lost to television/chasing the American dream.’ Zijn vader zong al in de Yoruba-taal: niets zo mooi als jouw zwarte huid. En: ‘armed robber him need gun/ authority man him need pen.’ Een Kuti concert is altijd dansfeest en protestbijeenkomst ineen, een uitbundige viering van de zwarte identiteit.

'Icoon'

Je zou verwachten dat de Nigerianen dat na vijftig jaar wel zo’n beetje gezien hebben. Maar vraag het langslopende scholieren in Ikeja, artistieke twintigers in een kunstgalerie op het chique Victoria Island of een haastige chauffeur van een driewieler: allemaal zeggen ze: nee man, afrobeat is nog steeds relevant. ‘Fela is een icoon, we zijn trots op hem’, zegt de 28-jarige Nguveren in de tuin van een moderne kunstinstelling. Licht verontwaardigd: ‘zijn muziek is universeel, de boodschap is tijdloos, zeker niet iets van mijn ouders.’

Het imago van Nigeria is onverminderd slecht. Vraag de gemiddelde Nederlander over het dichtstbevolkte land van Afrika, en de moslimextremisten van Boko Haram komen langs, plus gewiekste oplichters die de halve wereld spammen en de lekkende oliepijpen van de firma Shell. Is allemaal waar. Maar Nigeria is ook de grootste economie van Afrika en havenstad Lagos de grootste en snelst groeiende stad van het continent (circa 20 miljoen inwoners). Nergens bloeit de creatieve industrie zo uitbundig, dankzij de filmmakers van Nollywood, en de artiesten, modeontwerpers, kunstenaars en fotografen die hoppen van eiland naar eiland.

Het is al donker, als Seun zijn Mercedes SUV parkeert voor de deur van de African Art Foundation (AAF). In de tropische tuin drinken jonge, modieuze Nigerianen cocktails en luisteren naar slam poetry. ‘When I was young,’ lispelt een jongeman op het podium, ‘I sucked my mamma’s titties’. Binnen hangt het werk van jonge fotografen dat ook te zien is op het jaarlijkse Lagos Photo Festival. Levensgrote portretten van modellen in felgekleurde Yoruba-kostuums of moedeloos makende groepsfoto’s van werkloze mannen in een dorp.

Seun loopt snel door naar het kantoor van zijn jeugdvriend Azu Nwagbogu, een scherp geklede veertiger die internationaal moderne Afrikaanse kunstenaars onder de aandacht weet te brengen. De vrienden trekken een fles cava open en praten in pidgin Engels over ‘working for shit money’ en over kaartjes voor de komende MTV Africa Awards. Mooie jonge vrouwen druppelen binnen en luisteren bewonderend toe met een champagneglas in hun hand. Het is nog net niet Fela’s slaapkamer.

Lagos, Nigeria. Foto Sanne De Wilde

Verderop op Victoria Island speelt de langlopende musical Fela & The Kalakuta Queens, over wat zich afspeelde in Seun’s ouderlijk huis. ‘Niet alles klopt − ze zijn erg hard voor mijn vader − maar het is zeker een goede voorstelling’. Theater Terra Kulture begon ooit als taleninstituut om de 520 inheemse talen van Nigeria voor uitsterven te behoeden. Nu is het ook een kunstgalerie, restaurant, boekwinkel. En typisch Lagos: een private instelling in een woonwijk die je moet weten te vinden.

Zondagmiddag stoft de butler de voetbalschoenen van Seun af. Zijn baas speelt mee met het Black House team – zijn eigen team − op een versleten veld van een basisschool in Ikeja. In zijn gele shirt en gestreepte sokken lijkt de artiest wel een boze bij die van speler naar speler vliegt. De coach met kalme stem: ‘hij is niet slecht, maar het belangrijkste is dat Seun probeert de jeugd in deze buurt een alternatief te bieden. Ze kunnen hier samen sporten, in plaats van rondhangen en drugs gebruiken.’ Wijzend op een razendsnelle spits: ‘wie goed presteert krijgt een financiële bonus’.

Aanbevolen door  Seun Kuti

Bogobiri House, arty boetiekhotel op Ikoyi Island (€ 75, bogobiri.com).

African Art Foundation: moderne kunst, fotografie, tuinconcerten en buitenfilms (africanartists.org).

Terra Kulture: theater, kunst, boekwinkel, restaurant (terrakulture.com).

Orchid Bistro: de eenvoudige buurtbistro van Seun Kuti in Ikeja (theorchidbistro.net).

The New African Shrine: concerten, eten en Fela-expositie. Een kaartje kost € 1,20, gratis op donderdag. (1 Nerdc Road, Ikeja, zie Facebook voor agenda). Jaarlijks hoogtepunt: de Felabration Van 15 tot 21 oktober).

Pop Beach Club: arty strandtent in Ilashe, een halfuur varen vanaf Lagos. Blote voeten luxe in Afrikaanse stijl. Niet leden reserveren ruim van tevoren een houten bungalow, leden vallen gewoon in slaap naast het zwembad (130 euro per kamer, schipper vraagt 40 euro, popbeachclub.com). 

Onder een afdakje kijkt Seuns vaste entourage geamuseerd toe. De luidruchtige Amiola vertelt weer eens hoe hij vijf keer door een cobra is gebeten, de omvangrijke rapper Demilade – aka Juggernut the Amazing – gelooft er weer niks van, de rustige afrobeats-artiest Adeola vertaalt de conversatie in keurig Engels. Ze volgen Seun door hun buurt, hangen op zijn bank, rijden diens auto voor, bezoeken zijn concerten. ‘Tsja, het zijn mijn vrienden’, zegt een zwetende Seun die een flesje water komt halen. Met glinsterende ogen: ‘ze verstoppen zich bij mij voor hun vrouw!’ Seuns vriendin en dochtertje wonen wel tijdelijk in, maar met de nadruk op tijdelijk. ‘Ik ben dat gewoon niet gewend.’

Het zal ook niet meevallen een huis te delen met Seun. Kom je beneden, zitten er bebrilde intellectuelen op de bank over politiek te praten. Of preciezer: te luisteren naar hun gastheer die de vergadering opent door met zijn aansteker op tafel te tikken en dan een monoloog afsteekt over indoctrinatie op Nigeriaanse scholen en nepotisme onder politici. Of je komt beneden en Seun speelt al uren FIFA met zijn vrienden. Hij laat de eelt op zijn duimen zien. ‘Moet je kijken man, helemaal misvormd!’

Het ene moment lijkt Seun een vrolijke tiener die slechts wil hangen met zijn vrienden, het andere moment een verzetsstrijder uit de jaren zeventig die het mondiale kapitalistische systeem wil opblazen. Op een recente albumcover draagt Seun de baret van Thomas Sankara (Marxistisch revolutionair die president van Burkina Faso werd), de bril van Patrice Lumumba (onafhankelijksstrijder en eerste premier van Congo) en rookt een grote sigaar à la Che Guevara. Hij kan niet anders, zegt Seun.

‘Mijn familie heeft zoveel geleden om de levens van zwarte Afrikanen te verbeteren, dan kan ik nu niet opgeven. Zo voel ik dat. Mijn vader en zijn vrienden leefden onder een militair dictatuur, dat was nog veel erger dan nu. En toch waren ze niet bang en werden nooit moe van de strijd.’ De naam Kuti is volgens Seun een tweesnijdend zwaard. ‘Het opent deuren, maar het legt de verwachtingen ook meteen tot hier!’ Seun tikt vier getatoeëerde vingers tegen zijn nek.

Achter het stuur van zijn auto, rijdend over de eindeloze bruggen van Lagos, herhaalt Seun: ‘Ik ben niet mijn vader. Die was altijd op zoek naar confrontatie. Ook fysiek.’ Fella noemde alle politici zombies en corrupte zakenmannen, Seun zoekt samenwerking met bestaande politieke partijen. ‘Ik hoop uiteindelijk dat mijn dochter zal begrijpen wat het betekent om zwart te zijn. Dat zij het negatieve beeld van zwarten niet accepteert en haar identiteit omarmt.’

Femi Kuti, treedt op in The Shrine, elke donderdag en zondag. Foto Sanne De Wilde

Alle zwarte artiesten, vindt Seun, hebben een verantwoordelijkheid te strijden tegen racisme en maatschappelijke uitsluiting. Neem dat laatste liedje van Rihanna met dj Khaled: Wa,wa,wa, I wanna be your baby-baby-baby. ‘Dat gaat toch nergens over?’ Of neem de eerste zwarte superheldenfilm Black Panther. ‘Dat speelt zich af in een fantasieland in Afrika. Waar slaat dat op!?’ De films uit Nollywood, de grootste filmindustrie buiten Bollywood, zijn volgens hem teleurstellend oppervlakkig. ‘Over het feestelijke leven van de rijke bovenlaag in Lagos.’

Niet dat Seun altijd zo serieus was. Onder de pergola van zijn buurtbistro – de keuken is al dicht maar gaat voor hem weer open − vertelt Seun over de financiële erfenis die hij kreeg op zijn 21-ste. ‘Ik studeerde aan de muziekacademie in Liverpool en heb toen een fortuin uitgegeven aan feesten en uitgaan.’ Van zijn vaders geld richtte hij een studio in, gewoon in de woonkamer van zijn studentenhuis. ‘Daar schreef ik mijn eerste liedje en ik wist meteen dat het een single zou worden.’ Inmiddels gaat Seun nog zelden uit. ‘Waarom zou ik mijn geld weggeven aan Franse champagnehuizen.’

Beste afrobeat

Luisterlijst van onze man in Lagos: plaatsvervangend ambassadeur Michel Deelen

Evil People

Het meest dynamische nummer van Femi Kuti’s nieuwe cd One people, One World. Over graaiers en machtswellustelingen die leven ten koste van anderen. Een geweldige live ervaring.

‘97

Een van Femi’s meest persoonlijke nummers over 1997, het jaar waarin hij zowel zijn vader, zijn zus als zijn nicht verloor. In tijden van nood leer je je vrienden kennen: I want to thank you my friends.

ITT

Afkorting van International Telephone and Telegraph company, maar door Fela omgebouwd naar International Thief Thief, verwijzend naar de Nigeriaanse zakenman MKO Abiola die het Amerikaanse bedrijf ITT in Nigeria vertegenwoordigde en door troebele deals rijk was geworden. Abiola ging in de politiek en won de presidentsverkiezingen in 1993. De uitkomst werd geannuleerd en MKO Abiola werd ‘de beste president die Nigeria nooit had’.

Het origineel 

Modernere remix

Clear road for Jaga Jaga

‘Jaga jaga’ betekent chaos (ruim baan voor de chaos dus). Dit nummer is gecomponeerd door Fela Kuti, maar werd nooit door hem opgenomen. Het was het laatste nummer dat in de oude Shrine werd gespeeld op de avond dat deze werd gesloten. Zoons Femi en Seun spelen elk hun eigen versie.

Beasts of No Nation

Fela-klassieker gezongen door Seun en Leeroy. De clip toont veel van de locaties die ook in het lied voorkomen. Fela schreef het lied nadat hij in 1986 uit de gevangenis kwam. Een aanklacht tegen de opstelling van Ronald Reagan en Margaret Thatcher in de strijd tegen apartheid, maar ook tegen het Nigeriaanse regime. Fela werd gevangen gezet door Muhammadu Buhari, thans wederom president van Nigeria.

Seun Kuti’s tourschema: songkick.com

Femi Kuti’s tourschema

Dat klinkt knorrig, maar erg consequent is Seun niet. Hij heeft twee Mercedessen en zijn vriendin (een kok) en zijn 5-jarig dochtertje vermaken zich in Eurodisney bij Parijs. Hij doet een goudkleurig horloge om met de woorden: ‘I don’t like bling, but I do like watches.’ Seun bouwt een nieuw huis in de stad en droomt van een zomerhuis op het strand van Ilashe, waar de jetset per speedboot naartoe gaat om een weekendje bij te komen van Lagos.

Is ook wel nodig. ‘Lagos is bedwelmend’, mijmert eigenaar Chike Nwagbogu – een broer van Azu – die een rustiek hotel vol moderne Afrikaanse kunt runt (Bogobiri House) op Ikoyi Island. ‘Het is een trein waar je op springt zonder te weten waar je naar toe gaat. Soms voelt het goed, soms voelt het slecht.’ Hoe dan ook eindigt de reis altijd, stelt Chike, voor de deur van de New African Shrine, de tempel van de afrobeat. Daar wacht bezoekers een belangrijke boodschap van mondiaal belang. Chike met plechtige stem: ‘One people, one world.

Fela Kuti richtte vijftig jaar geleden de eerste Shrine op. Zijn zoon Femi (56) liet achttien jaar geleden een nieuwe Shrine bouwen, een grote hal in Ikeja waar hij twee keer per week optreedt. Broer Seun speelt daar de laatste zaterdag van de maand. We vallen binnen, halverwege een concert van Femi. Die staat bekend als de meest bedachtzame van de Kuti’s, maar daar merk je niks van. De grijzende artiest, buldert door de microfoon: racism has no place! Als hij zijn wijsvinger bruusk de lucht insteekt, vliegt een waaier zweetdruppels in het rond.

Tot achter in de zaal luisteren bezoekers op plastic terrasstoelen naar een boodschap die ze waarschijnlijk al duizend keer hebben gehoord. Het lijkt wel een gospeldienst, maar dan met bier, Jollof-rijst en gefrituurde bakbananen. In kooien links en rechts schudden meisjes in minieme outfits met hun billen. Op het grote podium dragen de koperblazers en gitaristen strakke outfits met West-Afrikaanse motieven, nog meer dansende queens – hun lichaam beschilderd met krijtachtige Yoruba-tekens – demonstreren wat low, low, low echt betekent.

Foto Sanne De Wilde

Seun omhelst zijn zuster voor het podium, een omvangrijke dame met groen haar en felroze lippen. Een zwetende menigte danst op de preek van Femi – want de funky groove stopt nooit. De sfeer is opgewekt, je krijgt van iedereen een boks, ook van de gehandicapten zonder benen die langsrijden op een rolplankje. In de zwarte menigte valt de enige blanke man op, zwetend in zijn witte overhemd, het blijkt de Nederlandse plaatsvervangend ambassadeur in Nigeria. ‘Ga je na afloop even mee backstage?’ vraag Michel Deelen. Hij blijkt een kenner. ‘Hé, dit nummer over de toekomst van zijn kinderen staat nog niet eens op zijn laatste cd!’

Seun wil weg. ‘Anders moet ik tot midden in de nacht drinken met mijn broer.’ Bovendien staan we driedubbel geparkeerd. Met de ramen open rijden we over Allen Avenue. De neonlichten van toplessbars knipperen, jongemannen drinken op straat. Ik bedenk me dat de boodschap van The Shrine groter is dan Lagos, groter dan Nigeria, ja, zelfs groter dan Afrika. Een auto voor ons remt af en blokkeert de weg, een dikke prostituee stapt in. Seun verzucht: ‘enjoy nigga’. De bedwelmende trein is weer onderweg.

Seun Kuti Foto Sanne De Wilde
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.