Interviewkunstenaar DRIES VERHOEVEN

Door corona werd het kunstwerk U bevindt zich hier wel heel relevant

De opstelling voor ‘U bevindt zich hier’ van Dries Verhoeven in Utrecht, vanaf 8 juli te bezoeken. Beeld Matthijs Immink

De herneming van Verhoevens werk uit 2007 stond al gepland, en gaat nu alsnog door. De Volkskrant spreekt de kunstenaar ook over zijn eigen lockdown. ‘Eerst  dacht ik nog: kom maar op!’

In Doubt, zo heet het prachtige fotoboek dat in maart van zijn werk is verschenen. ‘Een ode aan de twijfel’, zoals beeldend kunstenaar en theatermaker Dries Verhoeven (44) het zelf omschrijft. Zoekend, aarzelend, met een blindenstok over onbekend terrein, dat is de omgeving waarin hij zich als kunstenaar, en als mens, senang voelt. Of althans: dat dacht hij vóór corona. ‘Op vakantie ging ik liften door India of Siberië. Op die manier het onverwachte opzoeken vind ik prettig.’

Als iemand hem dus deze mondiale virusuitbraak had voorspeld, had hij misschien wel beweerd dat hij erbij zou floreren – onzekere tijden, heerlijk! De gevolgen van corona voor de communicatie en het intermenselijke contact sluiten bovendien bijzonder goed aan op zijn oeuvre. Begrippen als afstand en nabijheid, zowel fysiek als mentaal, spelen daarin vaak een rol: hij stelde mensen tentoon midden op een plein, voor iedereen zichtbaar, maar onbereikbaar achter glas (Ceci n’est pas..., 2013), hij haalde voor ons onzichtbare medewerkers van kledingfabrieken via een (schijnbaar) livevideoverbinding heel dichtbij (Guilty Landscapes, 2016). Hij verving daklozen op de straathoek door luidsprekers waaruit hun stemmen te horen waren (Songs for Thomas Piketty, 2016) en maakte een theatraal spookhuis bevolkt door menstypen die we in een donker steegje wellicht intuïtief zouden ontwijken (Phobiarama, 2017).

Ook de spanning tussen het fysieke en digitale domein heeft Verhoeven in zijn werk veelvuldig onderzocht, met bijvoorbeeld een haperende internetverbinding met Sri Lanka in Life streaming (2010) en in de installatie Wanna Play? (2014) waarin Verhoeven mannen benaderde via homodatingapp Grindr en hen uitnodigde in een voor iedereen zichtbaar glazen huis. Vorig jaar maakte hij de futuristische theaterinstallatie Happiness, waarin een humanoid de hoofdrol had. Maar om nou te zeggen dat hij goed reageerde op de nieuwe, surrealistische werkelijkheid van corona en de bijbehorende digitale sprong voorwaarts: nee.

Verhoeven lacht. ‘Twee weken voor de lockdown keek ik de film Melancholia, van Lars von Trier, waarin een reusachtige planeet langzaam de aarde nadert en alles zal vernietigen. En toen dacht ik: ik ben dat hoofdpersonage, gespeeld door Kirsten Dunst: normaal een wat getroebleerde figuur die uitstekend blijkt te functioneren in het licht van de apocalyps.’

Maar?

‘Maar dat bleek ik helemaal niet te zijn! Ik was die andere, de zus, een nerveuze controlfreak die juist helemaal doordraait als ze haar vaste zekerheden verliest.’

Waar bleek dat uit?

‘Eerst dacht ik nog: kom maar op! Want het was allemaal zo mooi in lijn met mijn liefde voor het ongewisse. Maar ik bleek helemaal niet goed te functioneren. Ik had een continue onrust in mijn lijf, van dat zoomen werd ik nerveus en ik denk achteraf dat ik zelfs een soort paniekaanval heb gehad. Opeens  kwam ik nauwelijks nog uit mijn woorden, ik kon me niet meer bewegen en zei tegen mijn geliefde: je moet een ambulance bellen. Ik dacht dat ik een tia had. Maar de huisarts zei dat het waarschijnlijk een vorm van hyperventilatie was.’

Hoe denkt u dat dat kwam?

‘Een combinatie van het gebrek aan controle en het tekort aan fysieke activiteiten. Het fysieke kan een antwoord zijn op zaken die ons hoofd niet krijgt opgelost. Via lichamelijke uitingen – sporten, dansen, seks en bij mij ook werk – verwerken we vaak onze emoties. En nu was die fysieke ontlading niet mogelijk. Daardoor ontstond bij mij een soort kortsluiting.’

Zo gauw het kon, verving Verhoeven de zoommeetings door live-ontmoetingen. Voor dit interview, half juni, stelde hij als locatie begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam voor, maar omdat het onafgebroken regent, spreken we af bij de verslaggever thuis.

‘We hebben in deze crisis razendsnel allerlei nieuwe digitale opties omarmd en ik heb ze als heel armoedig ervaren. Om goed met jou te kunnen praten heb ik jouw fysieke nabijheid nodig, je lichaamstaal en je non-verbale expressie. Nee, dat zoomen haalde niet het beste in mij naar boven, vrees ik.’

Dries Verhoeven in zijn performancekunstwerk ‘U bevindt zich hier’Beeld Matthijs Immink

In uw werk spelen de voordelen van internet juist vaak een prominente rol: we kunnen contact hebben met mensen over de hele wereld, en hebben eindeloze datingopties via allerhande apps.

‘Zeker, maar we zijn nu ook razendsnel op de beperkingen gestuit. Eigenlijk was er vóór corona al een vorm van social distancing aan de gang: we kunnen steeds meer doen zonder de fysieke aanwezigheid van anderen. We hoeven niet meer naar de bioscoop voor de film, gaan niet meer naar Albert Heijn voor de boodschappen, en flirten en daten doen we al massaal via apps. Op het eerste gezicht lijkt internet een valide alternatief voor veel aspecten van het leven. Maar het is een schamel substituut. Ook in de kunst.’

Het dieptepunt was wel de digitale wandeling die hij maakte door het Moma in New York, zegt hij. ‘Dat was als een boswandeling via Google Street View. Ik miste de tactiele aanwezigheid van een werk, het materiaal, het formaat. En de fysieke aanwezigheid van anderen, natuurlijk.

‘De achteloosheid waarmee je van zaal naar zaal scrolt vond ik verschrikkelijk. In een museumzaal kan de kunstenaar de bezoeker in de val lokken, hij kan aan je broekspijp blijven trekken als een jengelend kind. Het zegt iets als de kijker tien minuten stilstaat bij een werk of doorloopt. De keuzen tijdens een wandeling door een museum zetten je op scherp. 

Daarom maak ik zelf ook graag werk in een ‘loop’; waarbij de bezoeker bewust moet besluiten om te blijven of door te lopen.’

Wilde u daarom op Zorgvlied afspreken, om te wandelen?

‘Dat, en omdat ik merkte hoezeer ik het vuil en de chaos van de publieke ruimte begon te missen. Want het internet is ook een heel steriele omgeving. Tenzij je het opzoekt, tref je er geen onverwachte, onwelgevallige meningen aan, want in mijn eigen socialmediabubbel heb ik meestal contact met gelijkgestemde mensen. Ik kom er geen daklozen tegen en de graffiti van het internet moet nog uitgevonden worden.

‘Het internet is een ‘gated community’ die wordt schoongepoetst uit commerciële overwegingen. Internetgebruikers zijn consumenten en zo worden we ook benaderd. We worden er vooral bevestigd in ons denken en in onze smaak, en komen er nauwelijks in contact met het ongewisse of het ontregelende. En bijvoorbeeld ook niet, of nauwelijks, met ziekte en dood.’

Vandaar uw voorstel om het interview te doen op een begraafplaats?

‘Het klinkt een beetje gek, maar de afgelopen maanden heb ik de dood heel erg gemist.’

Maar we werden toch dagelijks geconfronteerd met eindeloze hoeveelheden sterfgevallen?

‘Met de getallen, ja. Maar ik heb deze ramp heel anders beleefd dan bijvoorbeeld de aanslagen op 11 september. De aangrijpende nieuwsbeelden toen confronteerden ons ook met onze collectieve sterfelijkheid, en ik denk dat die ervaring louterend kan werken. Nu zag ik nauwelijks hartverscheurende beelden van wegkwijnende patiënten.

‘Ja, er was dat ene aangrijpende filmpje van de Italiaanse verpleegster. Maar ik zag toch vooral vrolijk loungende mensen in het Erasmuspark. Ik had ook het gevoel dat het nieuws voortdurend van een positieve disclaimer werd voorzien, zo van: ‘Er zijn wel veel doden, maar dat komt door hoe we tellen.’ Alles om er maar voor te zorgen dat we niet in paniek zouden raken. Terwijl collectieve huivering, net als collectieve woede of verdriet, misschien ook wel de functie heeft van catharsis.’

Nu hij er weer met wat afstand naar kan kijken, kan Verhoeven beter beschouwen op de crisis en ook, voorzichtig, op de maatschappelijke implicaties. Op een bepaalde manier doen de gevolgen hem denken aan de aidsepidemie, zegt hij. Omdat ook toen fysiek contact als levensgevaarlijk werd bestempeld, maar ook door ‘de sterke opleving van puritanisme’. ‘Dat zag je toen, en dat zie je nu weer.’

Wat bedoelt u daar precies mee?

‘Dat het narratief over wat wel en geen ‘veilige’ contacten zijn een morele dimensie heeft gekregen. Het gezin als hoeksteen van de samenleving is helemaal terug. Want onze partners en kinderen mochten we aanraken, maar je minnaar of minnares? Nee, dat was toch anders. Terwijl er talloze huwelijken zijn die goed functioneren bij de gratie van een affaire.

‘Het besmettingsrisico bij samengestelde gezinnen van acht personen hebben we collectief als acceptabel bestempeld. Maar een single met een actief seksleven? Polyamorie? Partnerruil? Het bezoeken van een sekswerker? Liever niet. In Rotterdam werd een homo-ontmoetingsplek ontruimd. Misschien dat we aan de coronacrisis dus ook weer een puriteinse kijk op relaties en seksualiteit overhouden.’

We mochten van het RIVM wel een seksbuddy.

Lacht: ‘Dat kwam wel vrij laat, en werd heel gauw ook weer afgezwakt.

‘En ja, godzijdank wonen we in Nederland, waar de noodzaak van seksueel contact voor singles door de overheid wordt erkend. Maar of daar zo veel maatschappelijk draagvlak voor was – ik weet het niet.

‘Ik heb toch ook geregeld het gevoel gehad dat ‘het virus’ of ‘de veiligheid’ werd aangegrepen om storende zaken of onwelgevallige ideeën in diskrediet te brengen. Niet opzettelijk, en ongetwijfeld vanuit de beste bedoelingen, maar toch.’

Doel je nu ook op de politieke ophef over het Black Lives Matter-protest op de Dam, waar het onverwacht zo druk werd dat geen anderhalve meter afstand meer kon worden gehouden?

‘Bijvoorbeeld, ja. In Hongarije zijn sinds de virusuitbraak allerlei maatregelen doorgedrukt die de bewegingsvrijheid van de burger ernstig beperken. Nu leven wij in een democratie, maar we moeten ons steeds blijven afvragen: gaat gezondheid echt boven ons demonstratierecht, onze keuzevrijheid, onze privacy?’

‘Tijdens de lockdown kreeg Verhoeven op datingapp Grindr een waarschuwing, ‘een soort Amber alert’, zegt hij. ‘Zo van: we merken dat je overweegt af te spreken, maar het is nu even beter van niet. Dat is natuurlijk een enorme inbreuk op mijn privacy. Ironisch ook, hoe die app daarmee zijn eigen bestaansrecht ontkent. Daar zag je goed de spanning tussen fysieke behoeften en het appel op beheersing.’ 

Net zoals een promiscue levensstijl uit veiligheidsoverwegingen als onwenselijk wordt bestempeld, ziet Verhoeven onder invloed van het virus de argwaan jegens de ander toenemen. ‘Aziatische vrienden van mij vertelden dat ze vijandiger werden bejegend op straat. En ik betrapte mezelf erop dat ik in de Albert Heijn met een grotere boog om de dakloze bij de ingang heen liep, dan om de winkelende moeder binnen.’

Dat laatste is toch niet zo gek? In het begin van de uitbraak en onze ‘intelligente lockdown’ kwamen daklozen zo ongeveer als enigen noodgedwongen wél buiten.

‘Misschien klopt die afweging ook wel op een rationeel niveau, maar we moeten altijd alert zijn op zulke reflexen. Wat doet het met een maatschappij als we bepaalde mensen als ‘persona non grata’ bestempelen?

‘We hebben onszelf nu bepaalde fysieke gewoonten aangeleerd om elkaar te ontwijken. We hebben de impuls afgeleerd om de ander aan te raken, we bewegen op straat in onhandige cirkels om elkaar heen. Hoe gemakkelijk leren we dat straks weer af? Want we kunnen wel rationeel besluiten dat het niet meer nodig is, maar het lichaam heeft ook zijn eigen, irrationele impulsen.’

Dat is de reden waarom Verhoeven ‘ervaringstheater’ maakt (zelf heeft hij een hekel aan dat woord), waarin hij vaak ook een appel doet op de zintuigen van de toeschouwer. In Phobiarama maakte hij toeschouwers bewust van hun fysieke reactie op (vermeend) gevaar, door ze in spookhuissetting, vastgesnoerd in een karretje, te confronteren met onverwachte vormen van dreiging – alarmerende nieuwsberichten, mannen in berenpak, clowns – als commentaar op de handel in angst van populistische politici.

‘Kijk, over zoiets als etnisch profileren kan ik rationeel heel makkelijk zeggen: daar ben ik tegen. Maar sommige fysieke angstprikkels zijn heel primair: je lichaam reageert op een manier die je rationeel niet voor mogelijk had gehouden. We zijn niet trots op dat soort impulsen, het is ongemakkelijk gebied, dat interesseert me.’ 

Door het lichaam van de toeschouwers bij de theaterervaring te betrekken, ‘het te ontregelen of in beweging te zetten’, wil Verhoeven hen de houvast van de ratio ontnemen, en inzichten op een andere manier binnen laten komen. 

Dat deed hij ook in 2007, in de theaterinstallatie U bevindt zich hier, waarin hij de veertig bezoekers liet plaatsnemen in kleine kamers, die van elkaar waren gescheiden door een dunne wand. Destijds ging dat werk over de anonimiteit in de grote stad, waar je op 80 centimeter van je buurvrouw kunt slapen, zonder dat je elkaar kent. Als aan het eind het spiegelplafond omhoog beweegt, ziet de toeschouwer plotseling zichzelf én alle andere bezoekers, klein en eenzaam op hun bed. Samen, op afstand. 

De herneming stond gepland in mei. Door de corona-uitbraak was lang onduidelijk of het werk kon doorgaan. Maar vrij snel werd wel helder dat het in deze tijd een verbluffende nieuwe betekenis had gekregen (en coronabestendig kon worden uitgevoerd). Vanaf woensdag 8 juli speelt de productie nu in Utrecht in de Werkspoorkathedraal.

U bevindt zich hier ging destijds over mensen die dicht bij elkaar leven maar toch op afstand blijven. Wanneer besefte u hoe relevant dit oude werk opeens was geworden? 

‘Anderen zagen de analogie eigenlijk eerder. Iemand stuurde me een foto van een noodhospitaal voor coronapatiënten dat er precies zo uitzag. Een ander wees me op de foto van de installatie van bovenaf, met al die mensen in hokjes, en hoezeer dat deed denken aan die zoomvensters, waarin we allemaal in één beeld gevangen zitten in ons eigen kader.’

Wie met een coronabril kijkt naar U bevindt zich hier ziet wonderlijke parallellen. Verhoeven: ‘In retrospectief zat ons hele social distancing-gedrag er al in verwerkt.’

De steriele manier waarop performers en bezoekers in het werk met elkaar in contact komen, spiegelt nu de wijze waarop veel van ons de laatste maanden met de buren communiceerden. Elkaar wel zien, maar niet kunnen naderen of aanraken, dat doet denken aan de bezoekjes voor het raam van een verzorgingstehuis, en natuurlijk het videobellen.

Het werk zal dan ook nauwelijks aan de nieuwe realiteit hoeven worden aangepast, denkt Verhoeven. ‘Behalve dat de spelers wellicht een mondkapje zullen moeten dragen, waardoor de crisis meteen heel zichtbaar wordt.’

In 2007 ging dit werk over een zelfverkozen afstand tot elkaar, en nu, sinds corona, wordt die afstand ons opgelegd. 

‘Dat is voor mij een nieuwe gedachte die nu zeker mee resoneert: stel dat corona straks zo goed als bedwongen is en afstand houden niet meer hoeft, nemen we dan toch niet liever het zekere voor het onzekere? Zullen we de ander blijven beschouwen als potentieel gevaar, en ons verschansen achter muren en mondkapjes? Hoelang kunnen we dat volhouden?

‘Dit werk stelt vragen over onze behoefte aan een collectief, de behoefte om in één ruimte in de fysieke nabijheid van anderen te verkeren. Door afstand te creëren hoop ik het gemis van vlees en bloed voelbaar te maken. Dat komt in deze nieuwe editie waarschijnlijk nog harder binnen.’

U bevindt zich hier speelt van 8 t/m 18/7 in de Werkspoorkathedraal in Utrecht, en van 6 t/m 16/8 in de Brabanthallen in Den Bosch, in samenwerking met Spring Performing Arts Festival en Theaterfestival Boulevard. 

Dries Verhoeven: In Doubt. Kerber; 160 pagina’s; € 48.

Dries Verhoeven

Scenograaf en beeldend kunstenaar Dries Verhoeven (Oosterhout, 1976) maakt installaties en performances op locatie en in de openbare ruimte. In Ceci n’est pas... (2013) – een mensententoonstelling in een glazen vitrine – wilde hij voorbijgangers confronteren met maatschappelijke taboes. In zijn voorstelling De uitvaart (2014) droeg Verhoeven tijdens een kerkdienst verdwenen maatschappelijke overtuigingen ten grave, zoals ‘het draagvlak voor de kunst’. In Homo Desperatus (2014), zijn eerste museale presentatie, stelde Verhoeven zeventigduizend mieren tentoon in schaalmodellen van mondiale rampplekken en catastrofes.

Sic transit gloria mundi

In 2018 maakte Verhoeven voor het Spring Festival in Utrecht de reusachtige installatie Sic transit gloria mundi (‘zo passeert de wereldse grootheid’): een buitenproportionele bouwplaats voor een (fictief) monument van ‘de witte man’ die roemloos van zijn voetstuk is gevallen. Die bouwplaats bestreek de volledige oppervlakte van horecaplein De Neude, tot ongenoegen van lokale ondernemers, die vreesden dat het kunstwerk hun bieromzet zou doen dalen. Reaguurders op GeenStijl sloegen dan weer gulzig aan op de gevallen witte (Fortuyn-achtig kale) man: ‘Daar gaat een steen doorheen!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden