Bericht uit Frankrijk

Door Ajax schuilde in Parijs toch even een voetbalstad

Parijse voetbalfans kijken de WK-wedstrijd Frankrijk-Kroatië door het raam van een café (juli 2018). Beeld Getty Images

Op een zaterdagavond in december raakte ik in een kroeg aan de praat met een fanatieke PSG-supporter. Al snel ging het gesprek over een onderwerp dat iedere Nederlandse voetballiefhebber in den vreemde de afgelopen jaren veelvuldig heeft moeten doorstaan: het Nederlands elftal. Of beter gezegd: het ontbreken van dat elftal op twee opeenvolgende eindtoernooien. Toen ik suggereerde dat er misschien wel een nieuwe lente lonkte voor Oranje, en dat argument kracht bijzette met de namen De Jong en De Ligt, werd dat weggehoond. ‘Die spelen bij Ajax? Wanneer hebben die voor het laatst iets gewonnen?’

Ajax streed in die dagen voor overwintering in de Champions League. Met een groep Nederlandse expats vroegen we de eigenaar van een sportcafé bij Pigalle of hij Ajax - Bayern op kon zetten. ‘Ajax?’, riep een van de mannen aan de bar. ‘Dit is de Champions League. De Europa League is morgen pas.’

Parijs is geen voetbalstad. Geen Londen of Istanbul, waar ieder stadsdeel zijn eigen topclub heeft. Geen Madrid, Milaan of Rome, waar ieder gesprek vroeg of laat op voetbal komt. In tegenstelling tot hun Spaanse en Italiaanse collega’s praten Franse taxichauffeurs zelden over voetbal. Parijse taxichauffeurs praten überhaupt niet, afgezien van het rituele geweeklaag over Uber.

De afgelopen maanden veranderde dat. Ajax’ verovering van Europa ging ook in Parijs niet onopgemerkt voorbij. Na de overwinning op Real Madrid werd Tadic in de Franse sportpers vergeleken met Zidane. Taxichauffeurs raakten niet uitgepraat over Ajax, het húídige Ajax nota bene. Frenkie en Donny werden household names, net als Hakim, wiens achternaam in Frankrijk wél correct wordt uitgesproken (Zie-etsj, in plaats van het Nederlandse Zie-eg).

Ook in de kroeg was de wederopstanding van Ajax merkbaar. Voorbij waren de dagen dat een groepje zielige Hollanders bij de barman moest smeken of hij Ajax op wilde zetten. Toen iemand in een Facebookgroep voor Nederlanders in Parijs vroeg of Ajax ergens zou worden uitgezonden, antwoordde iemand: ‘Overal. Het is de kwartfinale van de Champions League.’

Op de eerste kwartfinalewedstrijd kwam zo veel volk af dat de kroegbaas zijn Nederlandse klandizie een aparte zaal ter beschikking stelde. Expats, toeristen, au pairs en studenten met een Brabants accent zongen gebroederlijk ‘Bloed, zweet en tranen’. Columnist Bas Heijne klaagde over de frituurlucht in de zaal. De volgende wedstrijd was hij er weer. Een journalist van de Franse televisiezender Canal+ informeerde bij een Nederlandse kennis waar de Nederlandse gemeenschap de wedstrijden van Ajax bekeek. Ze wilde een reportage maken over Ajaxfans in Parijs.

Zo stonden we woensdagavond tijdens de rust van Ajax-Tottenham met een groep Nederlandse Parijzenaars te praten. Sommigen hadden voor de wedstrijd al een retourticket naar Amsterdam geboekt, om de finale daar te kunnen kijken. Ik speelde met de gedachte dat ook te doen, en stond zelfs al op het punt te boeken, toen de tweede helft begon. Meteen na de wedstrijd dan maar, dacht ik. Ik was bang dat de Thalyskaartjes voor het finaleweekend al uitverkocht zouden zijn.

Over wat er in de daaropvolgende vijftig minuten gebeurde, wil ik eigenlijk niets kwijt. Laten we het erop houden  dat niemand er rouwig om was dat de cameraploeg van Canal+ niet was komen opdagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.