Doodgewone mensen in extreme omstandigheden

Het verhaal van de oorlog is na 65 jaar vooral het verhaal van morele dilemma's van gewone mensen geworden. Een gesprek met vier biografen....

Ze hebben hun belangstelling voor geschiedenis – die van de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder – met elkaar gemeen. En onlangs zijn van hun hand boeken verschenen over individuen, ‘gewone mensen’, onder de bijzondere tijdsomstandigheden van de Duitse bezetting. Mensen met wie zij nog hebben kunnen spreken.

Journalist Ad van Liempt (1949), programmamaker in ruste, beschreef het leven – tijdens en na de oorlog – van Selma Engel-Wijnberg, een van de overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor. De 87-jarige Engel, die sinds 1957 in de Verenigde Staten woont, ondervond in de zomer van 1945 weinig mededogen van de Nederlanders. En al helemaal niet van de Zwolse ambtenaar die meende dat zij moest worden uitgewezen omdat zij in het huwelijk was getreden met Chaim Engel, een Pool met wie zij Sobibor in 1943 was ontvlucht.

Vorige maand heeft Nederland, in dezen vertegenwoordigd door demissionair minister Ab Klink, zich met Selma Engel verzoend. Tijdens een herdenkingsceremonie in het vroegere kamp Westerbork benoemde hij haar tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Het gebaar kwam, wat Engel betreft, te laat maar werd nochtans gewaardeerd. ‘A dream came true’, waren de woorden waarmee ze afscheid nam van Ad van Liempt.

Esther Göbel (1965), onderzoekster bij de Hollandsche Schouwburg, tekende in Een hemel zonder vogels de wederwaardigheden op van Janny Moffie-Bolle, een andere holocaust-overlevende. Ook zij ondervond na haar terugkeer uit Bergen Belsen, waar zij de laatste fase van de oorlog had moeten doorbrengen, kilte en totale onverschilligheid in het land van herkomst. De hereniging met Max, haar (eerste) echtgenoot die ze in Auschwitz-Birkenau het laatst had gezien, vond plaats in een sterfkamertje in Eindhoven waar hem de benodigde medische hulp werd onthouden. Door de inzet van Janny bleef Max in leven. Maar de opsomming van alle familieleden en aangetrouwde familieleden die nooit zijn teruggekeerd beslaat tien dicht bedrukte bladzijden.

Landverrader
Schrijver/journalist Auke Kok (1956) vulde zijn in 1995 verschenen boek over de landverrader Anton van der Waals aan met een boek over diens weduwe Corrie den Held. Het is het relaas van een jonge en rijkelijk naïeve vrouw die zich pas losmaakte van de wensdroom dat haar man actief was in het verzet toen hij opvallend vaak in gezelschap van Duitsers werd gesignaleerd en zich zorgen ging maken over de mogelijkheid van een geallieerde eindzege. ‘Maar ze bleef van hem houden’, zegt Kok. ‘Ook toen ze al veel wist.’ Voor haar is de snode landverrader die na de oorlog met vereende krachten op de mestvaalt van de geschiedenis werd gedumpt nog steeds de man die goed voor haar zorgde en die haar ‘de mooiste dagen van haar leven heeft bezorgd’.

De sociologe Jolande Withuis (1949), senior onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), won de Grote Geschiedenis Prijs en de Erik Hazelhoff Biografieprijs met Weest manlijk, zijt sterk, de biografie van verzetsheld Pim Boellaard (1903-2001). Boellaard, het product van de haute bourgeoisie waartoe zijn familie behoorde, was aldus Withuis ‘niet voor het heldendom opgeleid’. Bij het begin van de Duitse bezetting koos hij echter zonder aarzelen ‘de goede kant’. In gevangenschap hield hij zich staande en behoedde hij zijn lotgenoten voor defaitisme en moedeloosheid. ‘Zonder Boellaard had ik hier niet gezeten’, zeiden velen van hen na de oorlog. Reden voor Withuis om de man te portretteren die zichzelf onder invloed van de uitzonderlijke tijdsomstandigheden ontsteeg.

Zou dit boek 20, 30 jaar geleden ook met zoveel instemming zijn onthaald?

Withuis: ‘Dat is alleen al om die reden onwaarschijnlijk dat hij een rechtse verzetsheld was. En in de jaren zeventig en tachtig was het verzet bijna per definitie links. En heldendom in het algemeen was een beetje suspect.’

Het boek is dus een typisch product van de nieuwe oorlogshistoriografie?

Withuis: ‘Het is het product van de democratisering en de ontideologisering van de geschiedschrijving. Er heerst nu een levendige interesse in individuele getuigenissen. We willen persoonlijke verhalen van echte mensen.’

Van Liempt: ‘In die zin is de geschiedschrijving er de laatste jaren alleen maar leuker, veelkleuriger en gelaagder op geworden. Dat zie je ook aan de enorme opbloei in lokale en regionale geschiedschrijving. Geen plaats in Nederland die niet een eigen oorlogsgeschiedenis heeft laten optekenen. Daar zitten heel bijzondere boeken tussen. Zoals dat van een gepensioneerde apotheker in Meppel die in 500 bladzijden het huiveringwekkende verhaal vertelt van de 250 joden in zijn woonplaats die in één nacht zijn weggehaald.’

Kok: ‘Je ziet dat nu vanuit het kleine het grote verhaal wordt verteld. In zo’n lokaal verhaal kan ook veel meer worden verteld over persoonlijke beweegredenen en dilemma’s en over het alledaagse verloop van de Duitse bezetting. Die schakering zie je ook terug in de geschiedschrijving over de meidagen van 1940. Tot voor kort werd de vijfdaagse oorlog gereduceerd tot gesukkel van soldaten op fietsen. Nu worden ook de heldenverhalen verteld, zoals door Hans Vos over de moedige piloten van mei 1940.’

Waar komt die belangstelling voor de lokale en persoonlijke dimensie van de oorlog ineens vandaan?

Van Liempt: ‘Een van de redenen is dat de oorlogshistoriografie niet meer door Loe de Jong wordt gemonopoliseerd. Hij was een boom in de schaduw waarvan niets meer wilde groeien. Hij hield zich met alle aspecten van de oorlog bezig. Toen hij gestopt was, wilde iedereen alles onderzoeken.’

Kok: ‘De Jong zag zich ook als wegbereider van bijna alle vakgenoten die zich met de oorlog wilden bezighouden. Hij heeft weleens gezegd: over elke bladzijde in mijn boeken is een boek te schrijven. En daar zijn we nu mee bezig.’

Moesten jullie ‘hoofdpersonen’ ervan overtuigd worden dat hun leven een boek rechtvaardigt?

Göbel: ‘De familie van Janny Moffie-Bolle was daar wel van overtuigd, maar zij niet zozeer – uit bescheidenheid. In het begin was ze ook heel terughoudend naar mij toe. Het liefst had ze haar levensverhaal afgehandeld in één telefoontje. Terugkeren naar die tijd is tenslotte verbonden met verwarring en veel verdriet. Maar uiteindelijk liet zij haar terughoudendheid volledig varen. Tijdens de gesprekken die volgden, werd het beeld dat ik van haar leven kreeg steeds rijker en gedetailleerder.’

Kok: ‘Sinds mijn boek over Van der Waals zat Corrie den Held altijd in mijn hoofd. Ik kende natuurlijk de stukken van de bijzondere rechtspleging, maar daar staat niet in wat mensen voor elkaar voelden of wat er achter de geboekstaafde gebeurtenissen zat. Toen ik haar in 2009 voor het eerst bezocht, nog geheel vrijblijvend, legde ze uit wat haar beweegredenen waren: ze wilde voor haar kinderen een getuigenis afleggen. En gelukkig wist ze nog heel veel. En ze stelde mij in staat om de keerzijde van Van der Waals te laten zien. Want zelfs hij, de infame landverrader, had goede kanten. Zelfs hij was charmant en zorgzaam. Ik beleefde er een zeker genoegen aan om vast te stellen dat hij voor Corrie ook dingen deed waarbij hij zelf geen belang had.’

Withuis: ‘Ik kwam bij Boellaard voor een ander boek, over de naoorlogse lotgevallen van overlevenden. Wat hem voor me innam, was dat hij eerst geen medewerking wilde verlenen. Hij zei: misschien is mijn geheugen niet goed genoeg meer. In de regel kom je mensen tegen die helemaal niet twijfelen aan het functioneren van hun geheugen. Hij stemde toe nadat ik had beloofd dat ik me grondig zou voorbereiden zodat ik hem geen vragen over data en dergelijke hoefde te stellen. Toen genoot hij ervan. Bij mijn vertrek na het eerste gesprek vroeg hij: wanneer komt u weer? Hij was een autoritair man, dus zo’n verzoek stond gelijk aan een bevel. Hij deed ook een soort overhoring: ‘Waarvoor had ik vooral angst?’ ‘Voor doorslaan, meneer Boellaard.’ Dat wekte vertrouwen.

‘Mijn bewondering voor Boellaard stond me bij onze contacten niet in de weg. Want die bewondering was zo terécht. Maar ik was bij het schrijven van de biografie beslist opgelucht dat ik ook minder verheffende kanten van hem zag. Zijn statusgevoeligheid bijvoorbeeld. Het zijn allemaal dingen waardoor je je gaat afvragen: hoe kan zo iemand onder uitzonderlijke omstandigheden zo’n bijzondere rol spelen? Boeiend was dat onze achtergronden zo verschillen. Toen hij tijdens ons eerste gesprek te spreken kwam over zijn verzetsvriendin Marie Anne Tellegen sprak hij afkeurend: ‘Ze was van de vróuwenbeweging’.’

Verongelijkt
Van Liempt: ‘Toen ik na mijn bezoek aan Selma Engel terugkeerde in Nederland was ik ervan overtuigd dat van de interviews geen boek te maken was. Ze wílde wel, mede uit verongelijktheid over het feit dat Nederland haar vergeten was en dat Sobibor hier vooral met Jules Schelvis wordt geassocieerd. Maar ze heeft een matig geheugen en ze is geen begenadigd spreker. Maar gelukkig heb ik haar verhaal kunnen aanvullen met archiefmateriaal. In dat opzicht zijn we een fantastisch land, want hier is echt alles vastgelegd. Ook alle details van de arrestatie van een meisje van 22 jaar. Door welke politieman, hoe, wanneer, waarom, dat ze de volgende dag terug zijn gegaan om kleren op te halen. Het staat allemaal in het archief. Een paar keer kreeg ik kippenvel van de historische sensatie.’

Anders dan Selma Engel is Janny Moffie-Bolle in Nederland blijven wonen.

Göbel: ‘Dat hing ook met haar standvastigheid samen. In het naoorlogse Nederland heeft zij geregeld uitingen van antisemitisme moeten ondergaan. Zo is haar weleens toegevoegd dat de nazi’s vergeten waren haar te vergassen. En haar kinderen maakten op school soms ook zoiets mee. Als ze met zo’n verhaal thuiskwamen, zei ze: ‘Plaats jezelf hoog, onder de Kroon van de Westertoren. En dat daar ergens in de diepte iemand ‘jood! jood!’ staat te schreeuwen, dat hoor je niet eens. Laat ze maar schreeuwen daar beneden. Daar moet je boven staan’. Dat was ook haar overlevingstactiek in het kamp: laat die Duitsers maar schreeuwen.’

Welk aspect van de oorlog fascineert jullie met name?

Kok: ‘Dat de mensen die toen leefden in een veel scherper licht staan dan de mensen nu. Ze werden voortdurend voor morele dilemma’s geplaatst die wij niet kennen. Maar de oorlog was voor sommigen ook een heel losbandige tijd. Het kwam voor dat verzetsactiviteiten dienden als vrijbrief voor buitenechtelijk gescharrel. Zo van: schat, ik moet weg, maar ik mag niet zeggen waar naartoe. Je vraagt je de hele tijd af: wat zou ík onder die omstandigheden hebben gedaan? Die vraag zal je nooit kunnen beantwoorden, maar toch blijf je hem stellen.’

Withuis: ‘Mij fascineert de vraag hoe het komt dat sommigen de grootste ellende volhielden en anderen niet. Hoe je, zoals Boellaard, niet helemaal gek werd tijdens een langdurige eenzame opsluiting. Dat je levensmoed kunt putten uit het feit dat je een merel hebt horen fluiten’

Mensch blijven
Göbel: ‘Dat slachtoffers hebben getracht mens te blijven en hun identiteit te behouden. Dat zit ook in het verhaal van Janny. Zij weigerde haar identiteit te laten ontnemen. Zij wilde onder alle omstandigheden ‘Mensch’ blijven.’

Van Liempt: ‘Het verrijkt je leven om je in anderen te verplaatsen. Die levens die zo extreem waren Maar je kunt daar niet de illusie aan ontlenen dat jij het goed zou hebben gedaan. Integendeel, je word steeds sceptischer over jezelf.

‘In de oorlog ging het ook om veel wezenlijker dingen dan tegenwoordig. Vandaar dat journalisten zich zo graag met de oorlog bezighouden. Nu moeten ze estafettestakingen verslaan, het lafste actiemiddel dat je kunt verzinnen: eerst vier uur in het ene dorp staken, dan vier uur in het andere dorp. Vergelijk dat eens met de februaristaking, waarbij het om leven of dood ging.’

Tot slot de vraag die al vanaf het eerste lustrum van de bevrijding wordt gesteld: zullen we ooit over deze episode uitgeschreven raken?

Van Liempt: ‘Dat de Tweede Wereldoorlog ooit zal wegzakken naar het niveau van de Tachtigjarige Oorlog, dat geloof ik wel. Maar de Jodenmoord zal alleen maar groter worden in de herinnering. Die zal ons blijven belasten en bezighouden. Dat is de molensteen middenin de geschiedenis. Daar zullen we ons altijd mee blijven bezighouden, daarvan ben ik overtuigd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden