Doodgeënsceneerd en kapotgestileerd

De overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse fotograaf Gregory Crewdson (New York, 1962) in het Haagse Fotomuseum zit vol tegenstellingen. Het contrast tussen licht en donker op de foto’s bijvoorbeeld. Crewdson houdt van dat contrast, net als de 16de-eeuwse Italiaanse schilder Caravaggio dat ooit deed, met wie de fotograaf vaak wordt vergeleken.

Een andere tegenstelling is die tussen fotografie en film. Althans: voor de meesten. Simpel gezegd is een film een in de tijd bewegende opeenvolging van beelden; een foto een stilstaande momentopname van een gebeurtenis, met een verleden en een toekomst buiten het moment van de foto.

Maar voor Crewdson kan een foto net zo goed een film zijn. En een fotograaf net zo goed een filmregisseur. Hij onderzoekt al jaren hoeveel verschillende verhaallijnen hij kwijt kan op één foto, die hij geen film stills noemt, maar ‘single framed movies’.

Het begon eenvoudig, met een serie uit eind jaren tachtig. Op zijn verlaten interieurs (met af en toe een starende persoon) is het in de kunstkritiek inmiddels ‘opgebruikte’ woord suspense van toepassing. Met filmische middelen (slimme belichting, camera-uitsneden dicht op de huid) tracht hij een magische spanning op te roepen. Er is net iets gebeurd, of er dreigt iets te gebeuren – maar wat wordt niet duidelijk.

Die sfeer, bekend uit films als Close Encounters of the Third Kind (1977), American Beauty (1999) en Donnie Darko (2001), werd Crewdsons handelsmerk. Ook zijn latere werk, de serie Natural Wonder (1992-1997) en de zwart-wit reeks Hover (1996-1997), is doordrenkt van dreigende suspense, die Crewdson zijn publiek onder meer voorschotelt in de vorm van graancirkels en een geheimzinnige vogeltjesdans.

Zijn fascinatie voor het gegeven van de zogenaamd onschuldige, saaie suburbs van Amerika waar onverklaarbare dingen gebeuren, beleeft haar hoogtepunt in de series Twilight (1998-2002), Dream House (2002) en Beneath the Roses (2003-2005). Met een crew van 150 mensen beweegt Crewdson zich (gezeten in een kraan) door de Amerikaanse buitenwijken, laat enorme sets bouwen en huizen in brand steken. Hij krijgt beroemde acteurs als Gwyneth Paltrow en William H. Macy zover dat ze poseren in zijn volledig geënsceneerde decors.

Het resultaat van die grootschalige operaties hangt hier aan de muren: veel grote ingelijste tableaux vivants, gesitueerd in rijke interieurs en brede lanen met houten huizen. Het is ontegenzeggelijk knap gestileerd, gefotografeerd en bewerkt (dat laatste deed Crewdson alleen met de foto’s uit Beneath the Roses).

Maar je wordt er niet warm van. En ook niet koud. De boel is doodgeënsceneerd , kapotgestileerd. De zelfverzonnen iconografie (veel aarde, blote voeten en spiegels) die een bepaalde mystiek zou moeten opwekken, is te kitscherig en gaat na de zoveelste keer vervelen. En dan: een film maken van een foto, waarom zou je? Zoveel verhaallijnen ondermijnen de potentiële kracht van een stilstaand beeld.

In al die overdreven drukte is er uiteindelijk – en dat is de laatste tegenstelling – maar één foto boeiend genoeg: eentje waarop niets gebeurt. Een tafel met een placemat, een bord en wat persoonlijke spullen – mooi genoeg om een tijdlang naar te kijken, open genoeg om je eigen verhaal te verzinnen. Hèhè, dát werkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden