MEDIA

Donder op, klotejournalist! Hoe toenemende agressie de pers beïnvloedt

Net als veel andere beroepsgroepen krijgen ook journalisten steeds vaker te maken met agressie, wantrouwen en fysiek geweld. Hoe beïnvloedt dat hun werk? En kan een training uitkomst bieden?

Menno van Dongen
null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Wat is er veel veranderd, denk ik als ik als journalist rondloop op het Museumplein, waar activisten protesteren tegen de coronamaatregelen. Het is januari 2021, mensen dragen borden met teksten als ‘NOS = fake news’ en ik voel me ongemakkelijk. Vroeger werd ik met open armen ontvangen als ik verslag kwam doen van een demonstratie, nu wantrouwen velen de pers, die ze zien als de vijand. Of zelfs een doelwit.

Agressie en geweld zijn niet langer vooral een probleem van journalisten die verhalen maken over misdadigers of hooligans. Tal van media hebben er last van, ook als ze verslag doen van dagelijks nieuws, zoals autobranden. Zelfs kerkgangers kunnen zich tegen je keren, bleek in maart. Toen werden journalisten aangevallen in Krimpen aan den IJssel en op Urk. Ze deden verslag van grootschalige kerkdiensten die tijdens de derde coronagolf door honderden gelovigen werden bijgewoond. Een paar weken geleden verwijderde Omroep Brabant, net als eerder de NOS, alle logo’s van satelliet- en bedrijfswagens. Volgens de hoofdredactie waren de auto’s ‘een schietschijf’ geworden.

Het wordt erger, blijkt uit cijfers van Persveilig, een meldpunt en helpdesk voor journalisten. In de eerste elf maanden van dit jaar kwamen daar 262 meldingen van agressie en geweld binnen. Dat is ruim tweemaal zoveel als in heel 2020. In 71 gevallen ging het om fysiek geweld. Twee weken geleden, bijvoorbeeld, kreeg een cameraman een klap tijdens rellen in Rotterdam.

Hoe moet je met agressie omgaan? Die vraag staat centraal op een dinsdagochtend in oktober 2021. Met zes collega’s zit ik in een zaaltje in het Volkskrantgebouw, voor een training. Vlak voor ons staat een man zo hard te schreeuwen dat druppels speeksel uit zijn mond vliegen: ‘Donder op, klotejournalisten! Jullie komen hier alleen maar als er gezeik is. Wegwezen!’

Het is een acteur, maar het voelt alsof hij woedend is. Omdat we hem – zogenaamd – iets komen vragen over de sluiting van zijn café wegens drugshandel. Met een collega probeer ik van alles – ‘Waarom bent u zo boos? We zijn hier om uw kant van het verhaal te laten horen’ – maar we krijgen geen vat op dit personage.

Gelukkig krijgen we hulp van de trainer annex acteur, Fenno Moes. ‘Als iemand zo boos is, wil hij geen uitleg horen over waarom jij daar bent’, zegt hij. ‘Dan moet je meeveren met zijn emotie, zorgen dat hij zich gehoord voelt. Luister, vat samen wat die man zegt: ‘Dus journalisten komen alleen als er gezeik is?’ Met zo’n vraag krijg je hem rustiger en stil, als het meezit. Dan kun je geleidelijk meer rationele argumenten gebruiken.’

Een paar weken later bel ik hem op en zeg ik dat het me tegenviel dat wij, journalisten met gemiddeld dik twintig jaar ervaring, niet zo goed wisten hoe we moesten reageren op rauwe agressie.

‘Dat zie ik vaak gebeuren tijdens trainingen’, zegt Moes, die eigenaar is van De Agressieacademie. ‘Veel mensen voelen zich op zo’n moment persoonlijk aangevallen. Ze verkrampen, hebben de neiging redelijk te blijven en een verklaring te geven. Dat werkt dan niet.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Moes geeft agressietrainingen sinds de jaren negentig. Eerst bij de sociale dienst en de politieopleiding, nu ook in onder meer de zorg en de media (met Persveilig). ‘Er is steeds meer vraag naar’, zegt hij. ‘Overal merken werknemers dat lontjes korter worden. Veel mensen zijn gefrustreerd, omdat ze niet voor elkaar krijgen wat ze willen. Ook door corona. Daar komt bij dat agressie in de praktijk behoorlijk effectief is.’

Agressie tegen journalisten loont, is een van de conclusies van het boek Het Agressieparadijs, van Caroline Koetsenruijter, dat in november is verschenen. ‘Uit onderzoek blijkt dat de helft van de journalisten die te maken hebben met geweld ervoor kiezen bepaalde verhalen niet meer te maken’, zegt ze.

Opvallend is dat fotografen, videojournalisten en cameramensen het vaakst slachtoffer worden. ‘Zij vormen een bedreiging als iemand zich veilig waant in een groep, bijvoorbeeld tijdens rellen. Omdat je er dankzij beeldmateriaal uitgelicht kunt worden. Daar komt bij dat journalisten de vinger op de zere plek leggen en veel Nederlanders niet graag worden gecorrigeerd.’

Volgens Koetsenruijter komt agressie tegen tegen mensen die hun werk doen hier bijna tweemaal zoveel voor als in de rest van Europa. ‘We gaan er achteloos mee om. Te vaak hoor ik: het hoort bij het werk. Dat is zo’n verkeerd signaal. Dan denken werknemers drie keer na voordat ze een melding maken van geweld.’

Ze geeft soms agressietrainingen, maar heeft er een dubbel gevoel bij. ‘Jij denkt nu misschien dat je weet wat je moet doen als iemand agressief wordt, door je training. Maar vaardigheid in het omgaan met conflicten doe je vooral op in je jeugd. De een kiest intuïtief de confrontatie, de ander verstart of past zich aan, ten koste van zichzelf. Het is niet eenvoudig die reflex op latere leeftijd bij te schaven.’

Koetsenruijter: ‘Wat ik te vaak zie, is dat werkgevers hun mensen op training sturen en denken: nu is het geregeld. Als je dat doet, leg je het probleem bij je personeel neer. Terwijl er veel meer moet gebeuren.’

Als ik navraag doe, blijkt dat Persveilig ook de hoofdredactie van de Volkskrant een training heeft gegeven. Daarin werd aandacht besteed aan drie fases: preventie, reageren op agressie of geweld tegen werknemers en hulp en begeleiding tijdens de herstelfase (zie kader).

Dat levert concreet iets op, blijkt als ik maandag 22 november in Zwolle ben om verslag te doen van een coronademonstratie en dreigende rellen. Het is de avond na een turbulent weekend, waarin het uit de hand is gelopen in onder meer Rotterdam.

Terwijl ik van de parkeergarage naar de door politieagenten afgesloten binnenstad loop, lees ik een e-mail waaruit blijkt dat de hoofdredactie nieuwe richtlijnen heeft opgesteld voor demonstraties. Zoals: parkeer je auto niet te dichtbij, leg ter plekke contact met de politie, draag niet zichtbaar een perskaart, schat in of het verstandig is je notitieboekje te pakken en zorg dat je in grote groepen niet in het midden loopt maar aan de zijkanten, zodat je snel weg kunt komen.

Die avond ben ik extra alert op de instructies en wat er mis zou kunnen gaan. Uiteindelijk gebeurt er vrij weinig, afgezien van dertien arrestaties, maar het voelt onwennig. Terwijl ik naar huis rijd, vraag ik me af of ik mijn werk nog wel optimaal kan doen als ik steeds moet nadenken over of het veilig is me tussen demonstranten en potentiële relschoppers te begeven.

‘Het is zoeken naar een balans’, is de reactie van Peter ter Velde van Persveilig. ‘Zelf ben ik al heel lang niet anders gewend’, zegt hij, ‘omdat ik verslaggever was in oorlogsgebieden voor de NOS. Ik moest toch al nadenken over het beperken van de risico’s en tegelijkertijd mijn werk zo goed mogelijk doen. Dat het voor journalisten nu ook zo is in Nederland, onder andere bij demonstraties, is nieuw. Dat is triest, maar over een paar jaar zijn we eraan gewend.’

Timothy (31), fotograaf

Wat is het ergste dat je is overkomen?

‘In april is mijn auto in een sloot geduwd door een shovel. Toevallig zat m’n vriendin naast me, ik had haar net opgehaald toen de melding binnenkwam dat er een autobrand was in het buitengebied van Lunteren.

‘Toen ik daar was aangekomen en uitstapte, kwamen er vier mannen op me aflopen, die me bedreigden. Ze wilden niet dat ik foto’s maakte, maar zeiden niet waarom. Omdat het gevaarlijk voelde, stapte ik weer in mijn auto en belde ik 112, om te zeggen dat ik werd belemmerd in mijn werk.

‘Al snel kwam een shovel op ons afrijden en werd onze auto, waar wij dus nog in zaten, een paar meter naar achteren geduwd. Toen reed de shovel achteruit, en begonnen die mannen met stokken op onze auto te slaan. Daarna rende iemand weer naar de shovel, stapte in en gaf gas. Ik dacht: hopelijk is dit bluf.

‘Terwijl dit gebeurde, had ik contact met de meldkamer van de politie. Op de beelden van mijn dashcam, die ik later heb verspreid, hoor je de paniek in mijn stem, terwijl ik roep dat ze snel moeten komen. We stonden doodsangsten uit.

‘Voordat we het wisten werd de auto opgetild en op de kop in de sloot gegooid. Gelukkig stond er geen water in, en hadden we alleen wat blauwe plekken en snijwonden, van het glas van de gebroken ruiten. De brandweer heeft ons uiteindelijk losgeknipt.’

Heb je stappen ondernomen?

‘Ik heb aangifte gedaan van poging tot moord en een schadeclaim ingediend. Ik heb smartengeld gekregen van de shovel-chauffeur en een materiële schadevergoeding, onder andere voor de auto. Om hoeveel geld het gaat, mag ik niet zeggen, omdat onze advocaten dat zo hebben afgesproken. De shovelrijder heeft drie maanden in voorarrest gezeten, hij staat 24 januari voor de rechter.’

Hoe vaak heb je te maken met agressie?

‘Bij de helft van de meldingen waar ik op afga. Als ik een foto wil maken van een brand of een auto-ongeluk, zijn er vaak omstanders die dat niet willen. Meestal probeer ik gewoon door te gaan. Soms loopt het uit de hand, dan hoop ik dat de politie actie onderneemt. Sinds die avond in Lunteren reageren agenten in mijn regio feller als mensen me lastigvallen.’

Wat houd je hieraan over?

‘Mijn vriendin durfde maandenlang niet met de auto stil te staan bij een stoplicht. Zelf heb ik er een paar weken slecht van geslapen en een tijdje vaker over mijn schouder gekeken als mensen boos waren.’

Denk je wel eens aan stoppen?

‘Eigenlijk verdien ik mijn geld in de grond-, water- en wegenbouw. Foto’s maken doe ik erbij, ’s avonds en in het weekend. Ik heb erover gedacht te stoppen, maar dat doe ik niet. Het is leuk, al krijg ik vaak slechts 15 euro per foto. Ik ben nu wel voorzichtiger. Sommige plekken, zoals het buitengebied van Lunteren, mijd ik in het donker. En ik noem nooit mijn achternaam in interviews, om problemen bij mijn huis te voorkomen.’

Roland Heitink (25), fotograaf en videoverslaggever

Roland Heitink Beeld Ivo van der Bent
Roland HeitinkBeeld Ivo van der Bent

Wat is het ergste dat je is overkomen?

‘Ik ben veel gewend, maar tot een jaar geleden bleef het bij dreigen en schreeuwen. Het ging mis in Rheden, waar ik een autobrand wilde filmen. Daar kreeg ik een stomp in mijn maag van een buurtbewoner die niet wilde dat ik opnamen maakte. Vlak daarna is mijn filmcamera op de grond gevallen, toen iemand die probeerde af te pakken. Die werd uiteindelijk teruggegeven dankzij een brandweerman die ertussen sprong.’

Heb je stappen ondernomen?

‘Ja. Ik heb aangifte gedaan van mishandeling en vernieling van mijn filmcamera. Ik had een bodycamera aan, maar daarmee filmde ik niet de man die mijn camera afpakte. Dus voor de schadeclaim was te weinig bewijs.

‘Voor die klap kreeg ik wel een schadevergoeding, van – schrik niet – 100 euro. Ik had veel meer geëist. En hij kreeg een taakstrafje. Ik weet dat geweld tegen journalisten officieel extra zwaar wordt bestraft, maar de praktijk is anders. Voor mij maakte het nog maar eens duidelijk dat aangifte doen veel tijd kost en weinig oplevert. Daarom doe ik het zelden.’

Hoe vaak heb je te maken met agressie?

‘Steeds vaker. Twee, drie keer per maand krijg ik doodsverwensingen naar mijn hoofd geslingerd. In oktober nog, bij de rellen na de wedstrijd NEC-Vitesse. ‘Weg met die camera, ik zoek je thuis op!’ Op zo’n moment zet ik een stapje terug. Ik zorg op dat soort dagen ook altijd dat ik een tweede persoon bij me heb, die me in de rug dekt. En ik draag een bodycam, zodat ik bewijs heb als iemand me iets aandoet. Iedereen lijkt op elkaar, met zo’n capuchon over zijn hoofd.

‘Toen het zo uit de hand liep bij het NEC-stadion, waar supporters een journalist van Omroep Gelderland bedreigden, stond ik achter de linie van de ME. En ik had al nagedacht wat ik zou doen als de politie zich ineens terug zou trekken. Waar kan ik dan heen? Dat is me namelijk ook wel eens overkomen.

‘Voor dit soort evenementen moet je je goed voorbereiden. Bij het stadion van De Graafschap heb ik wel eens van tevoren aangebeld bij mensen die er vlakbij wonen, om te vragen: ‘Als het straks nodig is voor onze veiligheid, wilt u ons dan binnenlaten?’ Uiteindelijk hebben we echt in een een huis moeten schuilen.

‘Om problemen te voorkomen, staat het adres van mijn kantoor, bij mijn huis, niet online. En ik heb het beveiligd met camera’s, een alarmsysteem en bewegingssensoren.’

Denk je wel eens aan stoppen?

‘Nee, ik verdien mijn geld met verslag doen van, zoals dat heet, hard nieuws. Vaak voor persbureau ANP. En als we toegeven aan agressie, in wat voor democratie leven we dan nog?

‘Ik was de laatste journalist bij de NEC-rellen, met een fotograaf van De Gelderlander. Mijn opnamen zijn overal uitgezonden en hebben veel discussie losgemaakt. Nieuws is meer dan letters, met beelden erbij maakt het veel meer indruk.’

Jeroen Mutsaers (26), freelance bureauredacteur en videoverslaggever

Wat is het ergste dat je is overkomen?

Jeroen Mutsaers  Beeld Ivo van der Bent
Jeroen MutsaersBeeld Ivo van der Bent

‘De gebeurtenissen op 24 januari, toen ik voor het Brabants Dagblad verslag deed van de avondklokrellen in Tilburg. Eerder die dag was ik in Eindhoven geweest, waar het uit de hand was gelopen: rellen, vernielingen, plunderingen. Ik was net thuis toen ik op Snapchat zag dat er ook plannen waren om te rellen in de wijk ’t Zand, waar ik vlakbij woon. Ik dacht: ik ga even kijken.

‘Toen ik aankwam, waren een stuk of dertig jongeren. Ze droegen capuchons en een sjaal voor hun mond, gooiden met stenen en legden vuurwerk onder auto’s. Er was politie, maar die vertrok na een half uur. Ineens. Ik vroeg waarom, maar kreeg geen antwoord.

‘Samen met een 112-fotograaf besloot ik te blijven. We volgden de jongeren op een – dachten wij – veilige afstand van honderd meter, tijdens hun slooptocht door de stad. Via de telefoon deed ik verslag voor de site.

‘Plotseling draaide de groep zich om en vlogen de stenen ons om de oren. We renden weg, maar tien tot vijftien jongeren kwamen achter ons aan. We vluchtten een brandgang in en ontdekten tot onze grote schrik dat die doodliep op een groot hek, waar we niet overheen konden klimmen.

‘We draaiden ons om en zagen die jongeren op ons afkomen, met planken, stenen en stalen pijpen. Mijn collega had zijn sleutel tussen zijn vuist gedaan. Ik was minder scherp van geest, en doodsbang. Toen ze twee meter van ons vandaan waren, zwaaide de tuindeur van een bewoner open, die ons snel binnenliet en de deur op slot deed. Gelukkig had hij iets gehoord, het had veel slechter kunnen aflopen.’

Heb je stappen ondernomen?

‘Ik heb aangifte gedaan, maar dat leverde niets op, omdat die jongeren moeilijk herkenbaar waren.’

Hoe vaak heb je te maken met agressie?

‘De laatste jaren word ik bij veel demonstraties uitgescholden. Mensen roepen dat ik fake news of propaganda verspreid. Over corona, Zwarte Piet, Pegida, van alles. Het is triest, maar het gaat het ene oor in en het andere uit.

‘Tegenwoordig neem ik een beveiliger mee naar heftige demonstraties of dit soort rellen. Na de gebeurtenissen in Eindhoven en Tilburg is dat vaste prik geworden bij de Brabantse kranten waarvoor ik werk. Nou ja, als de verslaggever het zelf wil. Ik ben voorzichtiger geworden, minder naïef.

‘Een week na de rellen kon ik bij Brabants Dagblad naar een agressietraining. Toen voelde ik er vrij weinig voor zo snel weer te worden geconfronteerd met iemand die tegen me stond te schreeuwen, al was het een acteur. Nu zou ik wel meedoen.’

Wat houd je hieraan over?

‘Ik heb twee nachten slecht geslapen en ben weer overgegaan tot de orde van de dag. Shit happens. Ik was toevallig op de verkeerde plek. Ik ben ervan overtuigd dat die aanval niet tegen mij persoonlijk gericht was. Dat scheelt.’

Heb je overwogen te stoppen?

‘Nee. Als je zwicht voor geweld, is het einde zoek.’

Agressie en de Volkskrant

Tot enkele jaren geleden richtte de hoofdredactie van de Volkskrant zich vooral op de begeleiding en training van verslaggevers in buitenlandse crisis- en oorlogsgebieden. Sindsdien ligt meer nadruk op bedreigingen en intimidatie online, waar meerdere medewerkers mee te maken hebben gehad. In protocollen staat hoe daarmee wordt omgegaan; zo probeert de krant zoveel mogelijk aangifte te doen bij de politie. Maatregelen tegen agressie op straat dateren van dit jaar, mede omdat een van onze fotografen daarmee werd geconfronteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden