Dompteur van Circus Nederland

'Als je goed bij je hoofd bent hou je toch niet van René Froger?' Willibord Frequin mag van hem onder de guillotine....

'Er is altijd wel iemand die op je let. Iedereen is verschrikkelijk aardig, maar ik wou dat ik het knopje kon omdraaien. Je kunt niet meer anoniem over straat. Vroeger ging ik elke avond uit, nu stap ik voor drank het café niet meer in. Van alle werkers in de horeca, ben ik een van de weinigen die niet aan de drank zijn blijven hangen.

'Een vriend van mij, een populaire presentator, had een fles wodka op. En ik een fles whisky, in een paar uur. Ik zeg nog: neem lekker een taxi. Nee, meneer pakt de tram. Begint daar een vrouw tegen hem te schelden van: die lul, die zeikerd. Hij roept maar wat bozigs terug. Enfin, de man van die vrouw geeft hem een klap, mijn vriend mept terug. Tram staat stil en hij wordt gedwongen de tram te verlaten. Zal je maar gebeuren: mensen die je voor klootzak uitschelden omdat je uit de gratie bent. Ik zou nooit zo lang doorgaan met m'n carrière.

'Arjan Ederveen zei tegen mij: ik krijg nooit complimentjes. Zo is het hè, na zo'n eerste uitzending hoor je niks meer. Ik ga alleen nog maar interviews doen. Zie ik tegenop. Ik ben aan een cursus interviewen toe. Ik heb Tim Krabbé eens voor de Haagse Post geïnterviewd en er stond eerst niks op het bandje.

'In het begin wist ik niet hoe ik moest schrijven. Voor de HP almaar feestjes en partijen aflopen. In open overhemd. Tonio Hildebrand zei: je wordt niet meer uitgenodigd als je geen das draagt. Sindsdien draag ik keurige dassen, het leven is aanpassen. Zo kwam ik Joop van den Ende tegen die TV 10 wou opzetten en in zijn journaal aandacht zou besteden aan royalty en society. Ik heb toen een quasi-bekende Nederlander geïnterviewd en ik zie ze nog in de montage van hun stoel vallen van het lachen omdat ik heel raar in de camera keek. Ik dacht: Dröge, vaker doen!

'Ik pas precies in de profielschets van De Gewone Nederlander. Ik ben heel gewoon, saaier geworden. Dat pak van mij is maar schijn. De eerste aflevering van onze nieuwe serie Wij Nederlanders heet Doe maar gewoon. Hoe tv-sterren gewoon moeten zijn, hoe politici en sporters gewoon moeten zijn. Niet met je kop boven het maaiveld uitsteken, anders gaat ie er af.

'Als kind was ik het buitenbeentje in de klas. Een raddraaier. Het hardst lachen, altijd de boel op stelten zetten. Vroeger wou ik altijd opvallen. Ik kleedde me heel extrovert, in de jaren zestig. Hoe ouder ik word, hoe meer ik denk: doe maar gewoon. Ik wou ooit circusdirecteur worden. Op zolder had ik een miniatuurcircus, ik was een nakomertje. Met Kerstmis gaf ik een voorstelling voor de familie. In een tent die ik met Meccano had opgebouwd. Ik had leuk wat kaarsjes aangestoken, riep over de trapleuning dat ze moesten komen. Toen iedereen boven was, stond mijn tent in brand. Mijn zwager heeft het hele zaakje de straat opgegooid. Ik heb er nog een trauma aan overgehouden.

'Op school in Enschede zat ik altijd uit het raam te kijken. Ik ben een ontzettende dromer. Ik vind de droomwereld leuker dan de werkelijkheid. Mijn moeder ging dood aan astma toen ik zeven was, mijn zusje van achttien heeft me zo'n beetje opgevoed. Als er nu iemand uit mijn omgeving dood zou gaan, zou ik daar meer kapot van zijn. Als kind weet je niet zo goed wat dood is. Mijn tweede moeder was een van de huishoudsters die bij ons kwamen. Ze kwam uit Limburg en wilde dat ik priester zou worden. Het klassieke verhaal van de stiefmoeder. Ruzies. Ik vluchtte vaak naar de zolder. Naar mijn circus.

'Het is zo'n vervelend, trutterig woord: geluksmoment. Maar ik ben heel erg gelukkig geweest toen ik een paar jaar geleden met Sonja Barend optrad in een circus, voor een of ander goed doel. Als kind had ik de circusmars in mijn hoofd van The Greatest Show On Eearth. Toen ik die piste in stapte, hadden ze die filmmuziek voor mij uitgezocht. Toen de eerste maten weerklonken en ik in frak de piste in stapte met die prachtige paarden en zweep, wist ik waarom ik als kind in het circus wou. Dát moment.

Daarna ben ik vreselijk gebeten door een paard dat ik wat slordig een suikerklontje gaf. En vervolgens door een varken. Toen moest ik naar een ziekenhuis, maar dat mocht de pret niet drukken.'

Er sijpelt geen muzak meer uit de muur. In de café-serre flonkeren zijn manchetknopen. Om ons heen is de voertaal overwegend Engels. Gert Jan Dröge (1943) vermaalt een koekje en toont zijn patent-grimas. Hij wou graag een SS'er spelen in een film van Robbe de Hert. 'De rol van de slechterik is interessanter.' Maar hij was verhinderd. Nu wordt het een rolletje als joodse verzetsstrijder. Er is ook een film in de maak met Dröge als louche makelaar.

'Gert Jan is een uitgesproken talent', zegt zijn vroegre agent G.L. van Lennep. 'Alleen talent dat niet overal bij past. Acteren is niet zijn sterkste kant.' Dröge: 'Vervelend dat ie dat zegt. Ik heb goeie recensies gehad. Ik heb nog nooit een flop gehad in mijn leven. Omdat ik zo bezeten ben, lukt alles ook. Alleen films waar ik in zit floppen wel eens. Maar dat heb ik niet in eigen hand.'

'Ik wou geen tandarts worden, zoals mijn vader. Ik wou naar de grote stad. Alles wat te maken had met de grote wereld, het pluche, de glamour van theater. Op het gym had ik een vriendinnetje, maar verder dan een kusje kwam je niet. Ik was verliefd op Doris Day. In de eindexamenklas van het gym werd een jongen van school gestuurd omdat hij een meisje zwanger had gemaakt. Belachelijk was dat.

Om mij moesten ze altijd lachen. Op de toneelschool in Arnhem had ik een tien voor cabaret. Maar als ik de Gijsbreght speelde, zaten ze om me te lachen.

'In Amsterdam werd ik meteen aangenomen als regie-assistent bij de musical Anatevka en ik was de enige die het script helemaal kende. Elke avond noteren wat er niet klopt aan de voorstelling en dan tegen Enny Mols-de Leeuwe zeggen: je moet geen twee pasjes naar links doen, maar naar rechts. Bij de opera Reconstructie ook zoiets. Ik hoor Hugo Claus nog tegen me fluisteren: ''Zeg, Harry (Mulisch) vindt dat ze naar rechts moeten lopen, dat kan niet. Zeg jij vooral dat ze naar línks moeten lopen.''

'Ik was op m'n 24ste meer hippie dan provo, met m'n lange haar. Ik heb popgroepen naar Paradiso gehaald. Belde die jongens in Engeland op en dan kwamen ze op zaterdagavond voor 500 gulden spelen. Dat ging prima, totdat de managers kwamen, die eisen stelden. Alles werd meteen duurder en vervelender. Het was geen leuke verandering toen de commercie overal grip op kreeg.

'Wat de commerciële omroepen voor rotzooi op het scherm schoppen, maakt me kwaad. Bij Veronica kun je alleen nog programma's maken als je geld meebrengt. En sponsors. Als je de geheimzinnige geldschieters maar weet te vinden. Het is verschrikkelijk, het is belachelijk en het gaat almaar verder. Misselijk makende programma's die inspelen op de laagste instincten. Als de guillotine wordt ingevoerd, mag Willibrord Frequin er metéén onder.

'Op elk feestje waar je komt hangen reclameborden. Vorig jaar was ik met een van de beste cameramensen van Nederland op het Operabal in Wenen, en we vroegen ons af waarom dat wél leuk was: omdat er nergens ontsierende sponsorborden stonden, geen stiekeme achteraf-dingen waar je in Nederland mee doodgegooid wordt en die de sfeer verpesten. Ik heb aanbiedingen genoeg gekregen. Meneer Dröge, we hebben zo'n leuke fabriek en we hebben toch zo'n leuke lingerieshow. Forget it. Wil ik niks mee te maken hebben.

'Als je bij Jan dès Bouvrie op een verjaardagsdiner voor honderd man komt, zie je stoelen met prijskaartjes er aan langs de kant staan. Ik begrijp het wel, maar ik ben het er niet mee eens. Terwijl Jan (hallo daar zijn we weer) een een aardige man is. Dat ik hem als running gag heb opgevoerd, vond hij niet erg. Want in de eerste uitzending op zaterdag liet hij de serre zien die hij aan z'n huis gebouwd had. En op maandag had hij zeven serres verkocht.

'Oké, ik doe zelf wel eens een recht-toe-recht-aan-reclame-spotje. Maar dat is leuk werk, het is goed gemaakt en wordt op je lijf geschreven. Nee, als ze me drie ton bieden om te figureren in een spotje voor incontinentieluiers doe ik daar niet aan mee. Hoewel drie ton een heerlijk bedrag is. Ik zou het alleen overwegen als ik zelf incontinent zou zijn.

'Het is met de commercie begonnen toen verkeerde lieden ontdekten dat je aan popmuziek wat kon verdienen. De komst van de manager in een verkeerd pak en met zonnebril. Je schijnt tegenwoordig niet meer zonder te kunnen.

'Als je deze eeuw overziet dan zijn de jaren zestig, samen met de jaren twintig, dé grote kentering. De jaren zestig zouden goed in mijn nieuwe serie passen. Ik heb er wel eens heimwee naar. Van de ene dag op de andere schakelden wij van Louis Armstrong over op Elvis, The Stones en The Beatles. Zo'n grote verandering is er daarna niet meer gekomen. Andy Warhol heeft dat voor de kunst gedaan. En het theater betekende toen nog wat. Heb jij ooit nog een toneelstuk gezien dat zo'n schok gaf als Who's afraid of Virgina Woolf? Toneel heeft allang zijn functie verloren.

'Ik geloof niet meer in de eigen wil. Mij overkomt alles. Ik heb, op verzoek, Rur verzonnen toen Jan Lenferink daar begon. Jan had achter de bar gestaan van Chez Nelly, het café dat ik samen met Nelly Frijda had. Met Nel werd het na een maand ruzie. Ik wou een nachtclub met veel champagne, maar zij nam eigengemaakte paté of dito appeltaart mee. Ik heb al die jaren niks verdiend. Vaste klanten kregen meteen een gratis drankje en ik dronk dapper mee. Ik mis elk zakelijk inzicht. Geld, daar bemoei ik me nog steeds niet mee.

'Interviews moet je eigenlijk ook niet geven. Alleen maar ijdelheid. Het is niet goed. Trouwens: hoe geheimzinniger je bent, hoe meer mensen van je houden. Bij alles wat je over jezelf vertelt, brokkelt je imago verder af. Dit interview doe ik alleen maar in de hoop dat mensen naar m'n programma gaan kijken. En ja, sinds ik bij Sonja Barend zat, vreselijk gedronken natuurlijk, kreeg ik er ineens anderhalf miljoen kijkers bij.

'Die Ursul de Geer werd laatst door Thomas Lepeltak (Stan Huygens in De Telegraaf) op z'n vingers getikt. Ursul had geroepen: ik ben de Gert Jan Dröge van de gewone man. Mocht je wíllen, schreef Thomas toen. Daar was ik blij mee. Ver-schrik-ke-lijk, die Ursul de Geer.

'Het is trouwens bedenkelijk dat de jeugd overwegend naar de commerciële zenders kijkt. In mijn tijd hield een student niet van een Hollandse zanger. Die hield niet van Corry Konings of Rob de Nijs. Tegenwoordig zijn ze gek op Marco Borsato en René Froger. Als je goed bij je hoofd bent, dan hou je toch niet van René Froger? Ik klink wel als een zure man, maar het bevalt me helemaal niet.

'Cynisch word je wel in dit vak. Die ijdelheid, die onechtheid die je tegenkomt. Die walgelijke hypocrisie. Om mijn programma aan te katzen ga ik samen met Nelly Frijda een liedje zingen bij Henny Huisman op RTL. Ik stond bij hem in het krijt omdat ik hem heb geïnterviewd. Maar het erge is: er is een goed doel aan verbonden. Dan moet ik iets zeggen over de kindertjes in Pakistan of de zielige mensen in Zaïre. Ik sta achter liefdadigheid, maar niet dat liefdadigheid in zo'n commerciële sfeer gebracht wordt. Daar heb ik last van.

'Ik vind bijna iedereen gruwelijk op de televisie. Ik kan me nog steeds ergeren als die domme gansjes van Veronica mij als kijker aanspreken met je en jij. Ze kunnen niet eens uit hun woorden komen. Ik kijk er niet meer naar.

'Op de tv heb je macht. Je kunt manipuleren. Ik was eens op een camping in Saint-Tropez, daar stond de hagelslag een beetje achteraf op een Hollands tafeltje. Dat was niet goed, bleek bij de montage. Wacht maar, zei de editor. Kom ik terug in de montage, staat er een grote pot pindakaas op tafel. Die hadden we niet gefilmd. Had ie een shot uit een ander programma gehaald. Je kunt manipuleren zonder dat iemand het merkt. Televisie is hypnotiserend, net als computers. Doorgaan, ook al heb je geen zin meer.

'Ik krijg soms huwelijksaanzoeken. Briefjes in m'n zak. Op het filmfestival in Cannes vraagt een meisje: ''Bent u getrouwd? Mijn moeder wil zo graag met u trouwen. Deint er een enorm zeilschip op me af met veel te veel goud, veel te blond en veel te bruin. Gelukkig heb ik de ploeg bij me en zeg ik dan: we hebben het helaas véél te druk mevrouw.'' '

Glamourland (met het optreden van de Wassenaarse diplomaten-mevrouw Von Putkammer als hilarisch hoogtepunt) sloeg volgens ex-redactielid Van Lennep in als een bom 'doordat het zowel Privé-lezers als de andere kant van de samenleving trok. De rijke man die beertjes in z'n kerstboom had hangen, stuurde een fruitmand om te bedanken. Rijke mensen vinden het over het algemeen prachtig, terwijl anderen denken dat de man in de zeik genomen is. Die twee kanten hebben er altijd in gezeten. Gert Jan schaatst op spiegelglad ijs.'

Dröge is een beeldhouwer die met een heel groot beeld begint, zegt Van Lennep. 'Hij hakt en vijlt net zo lang tot hij een klein beeldje over heeft. Een schrijver die net zo lang schrapt tot er een dun boekje over is. Dat zijn wel vaak de mooiere boeken. Maar dat maakt hem niet tot de gemakkelijkste persoon om mee te werken.'

Producer Noortje Kandt, die een seizoen met Dröge werkte: 'Hij heeft een grote slijtage in producers. Hij is nog het minst gemakkelijk voor zichzelf.' En ex-redactielid Merel Laseur noemt Dröge 'een allerliefste man. Je kunt je privé geen aardiger en hoffelijker figuur voorstellen. Hij is geestig en erudiet, ik ben erg op hem gesteld geraakt. Maar de werkrelatie is wel een probleem. Hij is heel onzeker, dan wil er nog wel eens een scriptgirl sneuvelen.'

Enkele dagen later zitten we op terras nummer twee. Achter zijn gin-tonic erkent Gert Jan Dröge grif dat hij vervelend kan zijn tegen mensen van z'n team. Stampvoeten, noem maar op. De lach wordt ietwat grimmig.

'Ik kan rücksichtlos zijn tegen medewerkers die hun werk niet goed doen. Vervelende dingen kan ik niet leuk zeggen. Als iemand z'n werk niet goed doet, zeg ik dat ook op een vervelende manier. Ik ben erg onhandig en absoluut niet tactisch. Daar heb ik dan spijt van. Ik moet eens leren wat meer mijn mond te houden. Zou acteerles helpen denk je? Ik heb wel mensen weggestuurd, ja. Vooral mensen in de productie die niet goed aan de telefoon zijn. Ik zeg: het is leuk werk, je moet je met hart en ziel geven.

'Ik ben een perfectionist, ik kan uren over een woordje zitten tobben. Alleen uit leed wordt kunst geboren. Ik zie mijn werk natuurlijk niet als kunst, maar je moet er net zo hard aan werken. Met gevoel en verstand. Aangezien ik geen geluk in de liefde heb, gooi ik alles in het werk.

'Dat heilige moeten mis ik bij veel jonge mensen. Bij IDTV heb ik meegemaakt dat zo'n jong meisje iemand belde om medewerking aan een programma. Is het antwoord nee, dan zegt zo'n kind: nou, jammer. Ik zeg: je moet godverdomme doorpraten! Net zo lang tot ie ja zegt. Het is een kwestie van liefde voor je vak tot het wel lukt. Nooit opgeven. Is de wereld nou zo aan het veranderen? Of ben ik ouderwets?

'Ik ben alleen maar geschiedenis aan het lezen. Ik wil weten hoe alles in elkaar zit. Hoe onze houding tot Duitsland zo gekomen is; daar gaat ook een aflevering van Wij Nederlanders over. Ik ben dom in een heleboel dingen. Als ik de video moet bedienen, lukt dat niet zonder boek. Ik heb de hele winter de video niet kunnen gebruiken omdat ik niet wist hoe ik de zomertijd moest omzetten.

'Ik weet niet of succes mij vrolijker maakt. Gisteravond heb ik wel gelachen. We waren aan het filmen op een country & western-avond. Daar stonden drie zusters van in de zestig geheel als kojboj verkleed, met kojbojhoed, witte broeken, laarzen en eigengemaakte blouses. Familie erbij, met blonde kuiven, plat Utrechts pratend, allemaal Tineke Schoutens. Ze moesten afdansen. Ik zeg: wilt u wat drinken. Enfin die vrouw wil wel een bessen. En nog een. En nog een. Bij het afdansen kon het mens geen pas meer verzetten.

'Ik voel me verwant met Ludwig de Tweede von Wittelsbach, de zonderlinge koning uit de negentiende eeuw die droomkastelen bouwde in München. Hij steunde Wagner. Hij was verliefd op Wagner. Die man leefde ontzettend eenzaam en is geheimzinnig aan z'n einde gekomen. Ik ben niet meer zo'n levensgenieter. Dat lone wolf heb ik heel erg in me. Leuk om mensen om me heen te hebben, maar niet al te lang. Ik ben een saaiige alleenwoner die veel biografieën leest. Mijn wens is mijn leven te eindigen als eigenaar van een hotelletje dat langzaam verandert in een bejaardentehuis.

'Zet je me nou neer op de F-side, dan zou ik daar geen probleem mee hebben. Waarom zou het knokken worden? Ik kan het met woorden wel af. In Paradiso heb ik een lastige vent de zaak uit gekregen toen de portiers dat niet aandurfden. Ik ben nog nooit op m'n bek geslagen, vanwege Glamourland. Ik werd niet veel teruggevraagd, maar ruzie, nee. Ik probeer lief en aardig te blijven. Ik ben jaloers op de hardheid van Ruby Wax, maar ik zou het niet kunnen.

'Op feestjes riep de gastheer soms dat bepaalde mensen niet in beeld wilden. Daar hield ik me strikt aan. Maar juist de mensen die niet in beeld wilden, sprongen dan met een vrolijk hallo het éérst voor de camera! De ijdelheid van mensen is vaak groter dan hun verstand. De nouveau riche loopt graag met een naambordje op de revers. Zoals bij een concours hippique, als ze uitgenodigd zijn door de vip-box van pakweg Nashua. En dan blijven ze daarmee nog urenlang trots rondlopen. ''O sorry, ben ik helemaal vergeten'', hoor je dan. M'n hoela.

'Ik ben een bewonderaar van Clive James. Ik probeer ook een beertje tongue-in-cheek te doen. Afstandelijk, badinerend. Raar eigenlijk dat je dat niet meer ziet op de Nederlandse televisie. Ik heb Clive James ontmoet. Misschien zou ik iets in het Engels doen. Ze vinden het leuk wat ik doe, maar pikken het niet dat je met een Hollands accent praat. Alleen een Frans accent vinden ze daar gefundenes Fressen.

'Rudi Carrell zei: waarom kom je niet naar Duitsland? Ik heb eens ouwe items gemonteerd en ingesproken. Het klinkt goed, maar het is niet verkocht. Maar nu zijn ze opnieuw bezig. Voorlopig ben ik druk bezig voor de AVRO. Ik ben erg gevleid als je zegt dat ik de AVRO zou moeten redden in de strijd om de kijkcijfers, maar ik weet niet of het zo is. Ik pas natuurlijk wel goed in het AVRO-profiel.

'Ik heb ooit een interview gegeven aan het dagblad Tubantia. Daar stond als kop boven: ''Toen ik geboren werd, wou ik al weg uit Enschede''. Tussen mij en die krant is het nooit meer goed gekomen; ik heb nog nooit slechte recensies gehad, behalve in die krant. Vroeger dacht ik over Enschede: wacht maar, als ik later ga trouwen met Brigitte Bardot, dan zullen al die saaie mensen van Enschede me de Sint Jacobskerk zien binnenkomen.

'Dompteur van circus Nederland, mja. Mag je wel zeggen. De zweep erover! Op mijn graf mag best komen te staan: G.J. Dröge, hofnar. Wel in een simpel lettertje, hoor.

'Soms moet ik me wel aan de jetset vertonen. Zit ik laatst met een vriend te eten in Le Garage van Joop Braakhekke, wil mijn vriend telefoneren. Naast ons zit een tiep in een te glad pak met pontificaal zo'n GSM-telefoon op tafel. Mijn vriend vraagt: ''Mag ik uw telefoon even gebruiken?'' Hij pakt de hoorn: blijkt dat er helemaal geen batterijen in zitten! Het ding lag er alleen voor uiterlijk vertoon. Heerlijk is dat. Wát een afgang. Hoe die man kéék.

'Doodjammer dat er dan geen cameraploeg in de buurt is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden