BeschouwingLachen om dictators

Dollen met dictators: in ‘Jojo Rabbit’ is Adolf Hitler een komisch personage

In de film Jojo Rabbit heeft een eenzaam jongetje Adolf Hitler als fantasievriend. Met een dictator als komisch personage waagt de Nieuw-Zeelandse regisseur Taika Waititi zich op glad ijs, maar niet als eerste. 

Taika Waititi in Jojo Rabbit.

Laat ze maar kletsen hoor, Jojo. Er was een tijd dat de mensen ook hele nare dingen over mij zeiden. ‘O! Die gast is een gestoorde gek!’ Of: ‘Moet je die psychopaat zien. Hij gaat ons allemaal de dood injagen.’

Het is geen alledaags fantasievriendje dat de kleine Johannes Betzler in de milde satire Jojo Rabbit heeft: Adolf Hitler. Het jongetje is zo geïndoctrineerd dat hij de Führer imaginair om raad vraagt. Bij ontstentenis van een vader thuis (die in Italië zou vechten, maar hij kon ook weleens in het verzet zitten) en na het verlies van zijn zusje Inge – overleden aan influenza – woont Johannes samen met zijn moeder Rosie in een Duitse stad die door de Russen onder de voet dreigt te worden gelopen.

Heel stoer heeft hij zich aangemeld bij het Deutsches Jungvolk, de afdeling voor 10- tot 14-jarigen van de Hitlerjugend. Maar Johannes is niet zo’n held: voor hem is het eerder een soort padvinderij. Omdat hij nog geen konijntje durft om te leggen, wordt hij gepest: Jojo Rabbit, bepaald geen koosnaampje. Op dat soort momenten spreekt zijn surrogaat-vader hem bemoedigend toe: ‘Laat ze maar kletsen hoor, Jojo.’ Zo kan hij er weer even tegen. Totdat hij thuis op zolder de onderduikster Elsa ontdekt, een Joods tienermeisje. Zij zet Jojo’s hele wereld op zijn kop.

Mooi perspectief, wel: de oorlog door kinderogen. We kennen het onder andere van Hope and Glory (John Boorman, 1987) en Oorlogswinter (Martin Koolhoven, 2008). Misschien nog wel opmerkelijker aan Jojo Rabbit is dat de Nieuw-Zeelandse filmmaker Taika Waititi zich durft uit te drukken in ironie, en dat in een tijd waarin het bijna een verloren kunstvorm lijkt. Weliswaar slaat de oorspronkelijke roman Caging Skies (2008) van de Amerikaans-Nieuw-Zeelandse auteur Christine Leunens eenzelfde toon aan, in een speelfilm is ironie toch weer iets anders.

Binnen de wereld van de komedie bestaat daar een wet voor:

komedie = tragedie + tijd.

Zijn er genoeg jaren verstreken, dan mag je ook over de grootste rampen uit de menselijke geschiedenis grappen maken, al is het maar om die te kunnen bevatten. De vraag is nu of Hitler en consorten daar al onder vallen, gegeven het onzegbare van de Holocaust. Hoewel Jojo Rabbit het goed deed op de internationale festivals en ook fraaie kritieken oogstte, waren er toch ook recensenten die moeite hadden met die ironie. Taika Waititi speelt zelf Hitler: hier en daar werd gemompeld dat-ie er een soort onschuldige Mister Bean van maakte. Maar ja, zo ziet dat jongetje hem (aanvankelijk).

The Great Dictator (1940)Beeld Charlie Chaplin - The Great Dictator

Lachen om de Führer. Als het gaat om het op de hak nemen van Hitler kom je al snel uit bij Chaplins The Great Dictator (1940). Precies tachtig (!) jaar later is bij herzien nog steeds volstrekt helder wat hij met zijn film wilde uitdrukken. Feitelijk is het een behoorlijk grimmige satire. Vooral als Adenoid Hynkel, de naar Hitler getekende dictator van Tomania, weer eens in cholerisch nep-Duits gebrabbel uitbarst, en oproept tot algehele Jodenvervolging. De naamloze Joodse barbier in het getto – ook een rol van Chaplin – weet dan wel hoe laat het is.

The Great Dictator is Chaplins eerste geluidsfilm. Voordien was hij altijd bang dat zijn stemgeluid de cinematografische illusie zou verstoren. In die zin kwam dat onnavolgbare idiolect van de Führer hem niet slecht uit. Chaplin bestudeerde de openbare optredens van Hitler in Leni Riefenstahls Triumph des Willens (1935) uitputtend, en kennelijk kon hij ook heel goed tussen de regels door lezen. Niet zonder risico, want toen hij in 1939 begon met draaien, gold Hitler in Amerika nog als ‘bevriend’ staatshoofd. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bewees Chaplins gelijk, zelden was een komedie binnen de filmgeschiedenis zo actueel.

Sam Rockwell, Scarlett Johansson en Roman Griffin Davis in Jojo Rabbit.

Terwijl de prelude van Richard Wagners Lohengrin opklinkt, zien we Adenoid Hynkel dat dansje maken met die opblaasbare globe en dagdromen van werelddominantie. In de bijfiguren herkennen we de lompe Hermann Göring (Herring heet hij hier), de vileine Joseph Goebbels (Garbitsch), en een snoevende Benito Mussolini (dictator Benzino Napaloni van Bacteria). Allemaal to the point, alsof Chaplin zijn satire pas jaren ná de oorlog heeft verfilmd. Toch stelde hij in 1964 in zijn My Autobiography: ‘Had ik destijds geweten van de verschrikkingen in de Duitse vernietigingskampen, dan had ik The Great Dictator nooit kunnen maken, zou ik niet in staat zijn geweest om lol te trappen met de moordzuchtige krankzinnigheid van de nazi’s.’

Een visionair werkstuk blijft het, kom daar maar eens overheen. De Britse sitcom Heil Honey I’m Home! – over het dagelijks leven van Hitler en Eva Braun in 1938 te Berlijn – lukte het in 1990 alvast niet. Na de eerste aflevering werd de show vanwege ‘wansmaak’ schielijk van de buis gehaald, sindsdien liggen de overige tien afleveringen te verpieteren in het archief.

Niet alleen Hitler is onderwerp van spot. In het wel geslaagde The Death of Stalin (2017) zien we de machtsstrijd in het Kremlin ontvlammen na de dood van de zelfverklaarde ‘vadertje’ Stalin. Messcherp absurdisme van regisseur Armando Iannucci, dat waarschijnlijk meer met de werkelijkheid vandoen heeft dan we kunnen geloven. Poetin boos, film in Rusland verboden.

Voorts heb je Team America: World Police (2004), de poppenfilm voor volwassenen. Daarin gaat Team America achter de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-il aan, maar het grappigste aspect van het verhaaltje is dat het team in hun strijd tegen terrorisme onbedoeld overal een ravage aanricht. Het is satire op het beleid van president George W. Bush, geleverd door de makers van de animatiereeks South Park.

Ook Woody Allens Bananas (1971) kende zo zijn momenten. Met zijn Castro-eske aanplakbaard speelt hij een Latijns-Amerikaanse dictator tegen wil en dank in het fictieve staatje San Marcos.

Het voorlopige dieptepunt in de reeks dollen met dictators is eveneens bekend: The Interview (2014). Door het duo James Franco en Seth Rogen wordt gemikt op de gulle lach, de lach die hoort bij zogeheten gross comedies à la The Hangover (plat; platter; platst). Helaas wil The Interview – over een bezoek aan Noord-Korea en een interview met Kim Jong-un – maar niet leuk worden. De enige reden waarom we ons de film zullen blijven herinneren is dat de échte Kim Jong-un op voorhand al niet geamuseerd bleek. Hij verordonneerde een gigantische cyberaanval die het hele computersysteem van studio Sony platlegde, een noviteit.

Poetin in de gordijnen, Kim Jong-un die terugslaat, dan vraag je je toch af: wat zou Hitler eigenlijk van The Great Dictator hebben gevonden? Dat hij een filmfan met zijn eigen huisbioscoop was staat vast: hij rekende Mickey Mouse-cartoons en de slapsticks van Laurel & Hardy tot zijn Amerikaanse favorieten, naast uiteraard de bergfilms van zijn oogappeltje Leni Riefenstahl. Hier en daar wordt wel beweerd dat de Führer The Great Dictator daadwerkelijk gezien heeft, liefst twee keer, in zijn eentje. De kopie zou binnengevlogen zijn via Lissabon, maar auteur Bill Niven van de gedegen studie Hitler and Film: The Führer’s Hidden Passion (2018) waagt het hele verhaal te betwijfelen. ‘Abusievelijk claimden de nazi’s dat Chaplin Joods was, en daarom deden ze al zijn films in de ban.’

Taika Waititi en Roman Griffin Davis in Jojo Rabbit.

Er is dus geen hard bewijs, maar een prikkelende gedachte blijft het: stel dat… Met die gedachte begeven we ons als vanzelf binnen het universum van Quentin Tarantino. Daarin wemelt het van de alternatieve geschiedenissen, in dit specifieke geval: Inglourious Basterds (2009). Filmfan Hitler zal in de zomer van 1944 te Parijs de première van de Duitse propagandafilm Stolz der Nation bijwonen, vergezeld door de complete nazi-top. Het Joods-Amerikaanse wraakcommando de Basterds, onder leiding van luitenant Aldo Raine (Brad Pitt) wil deze buitenkans niet voorbij laten gaan: aanslag! Lekker revisionistisch en hoogst onderhoudend, maar toch ook een tikkeltje ridicuul – alleen overtroffen door Iron Sky (2012) van het Finse warhoofd Timo Vuorensola. Daarin verschuilen de nazi’s van het Vierde Rijk zich op de achterkant van de maan voordat ze weer naar aarde komen: totale camp.

In algemene zin mag je wel stellen: landen die nooit bezet zijn geweest door de nazi’s springen wat losser met de materie om. Spielberg liet Indiana Jones in The Last Crusade (1989) met droge ogen zeggen: ‘Nazi’s… ik haat die gasten’ – hij arrangeerde ook een komische ontmoeting tussen Hitler en Indy in Berlijn. En dat van de latere maker van Schindler’s List (1993). Het team van Monty Python pakte in 1970 (seizoen 1; aflevering 12) uit met een sketch over Hitler en Himmler die als mister Hilter en mister Bimmler op verkiezingstournee gaan in Engeland. Ook knotsgek is The Producers (1967) van Mel Brooks. Twee Broadway-producenten willen de grootste flop ooit uitbrengen om er vervolgens met het geld van de crowdfunding vandoor te kunnen gaan. Een musical die hooguit een dag zal draaien, een lofzang op de verkeerd begrepen Adolf Hitler, inclusief het lied: Springtime for Hitler and Germany / Winter for Poland and France… pompompom. Burlesk verhaal, wel goed voor een Oscar (‘beste oorspronkelijke scenario’), en ondanks enig rumoer in de pers geldt de film als een klassiek voorbeeld van wat humor allemaal vermag.

Lang was het wachten op een Duitse bijdrage aan het genre. Lag nogal gevoelig, dat spreekt voor zich. In 2015 verscheen dan de mockumentary Er ist wieder da – waarin de teruggekeerde Hitler in 2014 op herhaling gaat en een nieuwe ‘politieke campagne’ begint. Bij onze Oosterburen werd de film een groot succes, blijkbaar waren ze daar nu mentaal aan toe. Maar omdat hun trauma Hitler te hebben voortgebracht toch niet helemaal het onze is, voelde deze media-satire van regisseur David Wnendt wat verkrampt aan, inclusief moralistisch einde.

Alhoewel? De mannen van Jiskefet niet te na gesproken, noch Thom Hoffman die in Zwartboek (2006) een even geestige als korte imitatie van Hitler weggeeft, is het opvallend dat er vooralsnog geen Nederlandse komedie over WO II is gemaakt. Oorlogsfilms voldoende, ja, maar eentje om te lachen? Komedie = tragedie + tijd. Ook bezet Nederland is er blijkbaar niet klaar voor. Precies de reden dat de regisseur van Jojo Rabbit uit een verre uithoek als Nieuw-Zeeland moet komen.

King of Kiwi

Wie is Taika Waititi? In Nieuw-Zeeland is de 44-jarige regisseur, acteur en stand-upcomedian een grote naam. Gegeven zijn achtergrond – half Maori, half Russisch-Joods – omschrijft hij zichzelf wel als de ‘Polynesische Jood’. In de regio kennen ze de koning van de Kiwi-humor van de theaters en tv-shows, en in 2017 werd hij verkozen tot Nieuw-Zeelander van het Jaar. Zijn filmloopbaan begon in 2002, en in 2005 werd zijn korte productie Two Cars, One Night pardoes bekroond met een Oscar. Zijn avondvullende indiefilms Boy (2010) en Hunt for the Wilderpeople (2016) staan bovenaan de lijst van best bezochte Nieuw-Zeelandse films ooit. Hollywood trok aan hem, en daar maakte hij in 2017 het Marvel superhelden-avontuur Thor: Ragnarok (opbrengst wereldwijd: 854 miljoen dollar). Jojo Rabbit is zijn tweede samenwerking met Disney.    

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden