Dolen, zuipen en onopgemerkt sterven

PORTRETTEN van types uit de grote stad. Het is een bijna ouderwets aandoend genre nu we met z'n allen in een aaneenschakeling van stadskernen en nieuwbouwwijken wonen....

De zonderlingen van Helga Ruebsamen wonen in Den Haag, die van Simon Carmiggelt in Amsterdam en bij Pierre Platteau vertoeven we aan de rafelrand van Antwerpen. Zijn verhalen lijken in één opzicht op die van de andere twee: ook zijn eenzame, werkloze personages houden de schijn op in de kroeg. Bij hem zijn het grote, ooit deftige, nu vale en bijna lege etablissementen met een groepje habitués aan de toog. In de negentiende-eeuwse buurten waar de kleine burgerij gluurde achter kraakheldere gordijnen, wonen nu de Marokkanen, de hoeren, de junkies en de steuntrekkers, ongelukkig vereend met failliete middenstanders die hun heil zoeken bij het Vlaams Blok. In de buurtbioscoop, die de wijk ooit 'de dromerige horizon verleende', zit nu een Aldi.

Platteau heeft een scherp oog voor alledaagse miezerigheid en verloedering. Zijn personages 'staan' in enkele alinea's. Zo is er de dienster Amélie, die beseft dat ze haar onvolkomen schoonheid snel te gelde moet maken. Ze ontwikkelt een roversblik voor welgestelde zakenlieden; in een snackbar werken kan altijd nog. 'Haar gulzige lippen kon ze nog wel extra rood stiften, zelfs wanneer zo haar mond groter leek dan hij al was. Maar dan viel haar wijkende kin niet zo op. Het kon allemaal nog net nu, nu ze jong was. Amélie zocht minder een man dan een kans.'

Stereotiep, maar mooi neergezet is het illusieloze kroegduo Fabienne en Dirk in 'Idylle.' De agressieve oud-jeugdleider en zijn huishoudster 'maken evenveel ruzie als een oud koppel, alleen hebben ze nooit van elkaar gehouden'. Zorgvuldig bouwen ze elke dag voor hun publiek in het café hun weergaloze irritatie op, en incasseren ze het applaus. 'Fabienne en Dirk wisselen weer een blik van verstandhouding, want ze delen toch één geheim. Hun minachting voor elkaar.'

De meeste verhalen in deze bundel zijn korte impressies, zonder plot. De personages dolen, zuipen en sterven onopgemerkt. De stenen van de stad absorberen hun illusies en verdriet. Er is niet veel verloren aan de oude nicht Rocky, die er met de recette van een concert vandoor ging, in de bak belandde en aan aids stierf. Of aan 'de brave zoon', de eeuwige vrijgezel die zo goed voor zijn oude moedertje zorgde, maar na haar dood godsdienstwaanzinnig werd en ten prooi viel aan een straatbende. Of aan het Marokkaanse kapstertje Rachida, dat door haar ouders bij haar grote liefde Marc wordt weggesleept. Platteau tilt ze eventjes op uit de massa, opdat hun lijden niet voor niets was, maar deze verhaaltjes hangen wel tegen het larmoyante aan. In hun ellende blijven de verliezers prototypen; inwisselbaar plaveisel van de onderkant van de samenleving.

Het best gelukt is 'Het kapotte huis', een klassiek, gepolijst verhaal waarin groeiende spanning tot ontlading komt in een fatale gebeurtenis. Vermoedelijk een jeugdherinnering, uit de jaren vijftig of zestig. Vier straatjongens, drie musketiers en hun d'Artagnan, schuimen de buurt af, op zoek naar slachtoffers. Albert, een 'korte vlezige jongen' met een bazige Duitse moeder, is een geschikt doelwit. Ze lokken hem mee naar een in de oorlog kapotgeschoten huis, het ideale speelterrein: 'Er lagen uitwerpselen van mensen en dieren, en dronkemannen kozen de wegzakkende benedenverdieping uit om te komen overgeven. Het balde zich allemaal samen tot een geur waar we niet misselijk van werden, maar waar we van dachten dat het ook de geur van angst was geweest, door de bewoners geproefd net voor de bommen vielen, toen de sirenes hadden weerklonken en ze geen tijd meer hadden om naar de schuilkelders te rennen.'

Met de weerloze Albert doen de pestkoppen de oorlog nog eens over. Zijn angstzweet verzinkt in die smurrie, en al spoedig klinken de sirenes van ambulance en politie. Mooi is de stoerheid waarmee de jongens hun schuld overschreeuwen als ze de moeder met een rouwsluier zien lopen. ' 'Heb je dat gezien!', hijgde Michel. 'Ze draagt een sluier!' 'Omdat dat moet in Duitsland!', antwoordde ik kortaf.' ' Geen snikkende boefjes, geen begrafenis met schoolkameraadjes; de afwezigheid van hartverscheurende details maakt dit verhaal gruwelijk.

Uiteindelijk moet dit proza het niet hebben van de heftige gebeurtenissen, of de peilloze sociale treurnis, maar van de stijl. Het bleek al bij zijn debuut, School No 1: Platteau schrijft achteloos mooi, rustig vertellend, zonder ook maar één vondst krachtig neer te zetten. Nergens verleidt hij met sappig, volks Vlaams, of een leuk krukkig allochtonentaaltje. Vernuftige metaforen heeft hij niet nodig. Telkens is er één zin die een personage afdoende typeert. In 'Terrassen' denkt een werkloze: 'Als ik toch zelfmoord ga plegen, waarom maak ik dan een boterham met smeerkaas?' Na zo'n openingszin kan een verhaal bijna niet meer mislukken.

Twee rivalen die vechten om een slonzige vrouw, zien er zo uit: 'Eddy is klein, schriel, hij heeft een markant gezicht met een puntige neus, maar verdwijnt in het niets bij de veel struisere Wim. Die straalt een zweterig minnaarschap uit.' Een werkloze man heeft maar één broek, waarin 'geen enkele illusie van plooi' meer zit. 'Integendeel: zodra ik erin stapte , rolden de pijpen zich nauw tegen mijn benen, waardoor het leek of ik rondddraafde in een rol linoleum.' En over de gemaltraiteerde dikke Albert schrijft hij: 'Altijd in die marineblauwe kleren, altijd die schrikachtige gang als van een ontsnapt hobbelpaard.'

Die vanzelfsprekende stilistische souplesse maakt ook de zwakste verhalen in de bundel zeer verteerbaar. Platteau's personages zijn tot vergetelheid gedoemd, maar zijn intentie om dat te voorkomen, deelde zich gelukkig mee aan zijn verhalen. Als de ik-figuur langs een huis loopt waar hij eens getuige was van een ongemakkelijk gesprek, schrijft hij: 'Hier weerkaatsen nog steeds de stemmen van die zomerdag, met hun tonaliteit van hoop en teleurstelling, verontwaardiging, en met ondanks alles toch het geloof toen van maakbaarheid van dagelijks geluk.' Zo is het ook met deze verhalen: het is de toon die blijft hangen; dat wat aanleiding gaf, is verdwenen in de muil van de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden