Dokter is ook maar een mens

In De garderobe van de dokter onderzoeken 21 auteurs hoe dokters geportretteerd worden in romans en films. Die portretten blijken zeer divers; dokters zijn betrokken én afstandelijk, vakkundig én onbekwaam, filosofisch én onnozel – niets menselijks is artsen vreemd....

Met deze bundel heeft Arko Oderwald, medicus en filosoof aan de Vrije Universiteit, samen met collega’s, zijn vijfde boek uitgebracht over literatuur en geneeskunde. Eerdere delen gingen over ziektebeelden, psychiatrie, pijn en dokter worden.

Ziekte en wat daaromheen gebeurt, is een gewild thema in bellettrie en film. De dramatische gebeurtenissen rond ziekte, pijn en dood vragen als het ware erom opgeschreven te worden. Het is niet verwonderlijk dat relatief veel schrijvers artsen zijn/waren. Voorbeelden in de Nederlandse literatuur zijn Van Eeden, Vestdijk, Slauerhoff, Vasalis en Kopland. Maar ook patiënten en betrokkenen voelen de drang hun ervaringen vast te leggen en met anderen te delen. De afgelopen decennia hebben we een stroom van egodocumenten over ziekte langs zien komen.

Oderwald en collega’s hebben zich beperkt tot de ‘echte’ literatuur, ervan uitgaande dat literaire auteurs begenadigde rapporteurs zijn van de menselijke conditie. In De garderobe van de dokter worden onder meer werken van Thomas Bernhard, Céline, Per Olov Enquist, Perkins Gilman, Graham Greene, Molière, Dennis Potter en Tsjechov besproken. De formule is steeds dat de auteur één of meer literaire werken kiest en daarop reflecteert vanuit een hedendaagse bekommernis over het vak.

Zo schrijft Sofie Vandamme over het cliché van de ‘koele’ dokter voor wie afstand een noodzaak is om zich staande te houden. Zij doet dat aan de hand van The Yellow Wallpaper (Perkins Gilman) waarin een arts niet alleen geconfronteerd wordt met de problemen van zijn patiënten, maar ook met de psychische crisis van zijn vrouw.

Deze formule werkt niet altijd even goed. Het is een kunst om zo over kunst te schrijven dat er iets aan toegevoegd wordt. Sommige bijdragen hebben iets geforceerds omdat ze te ijverig proberen een bepaalde gedachte uit het literaire werk te peuteren. Een literaire tekst vertelt zijn eigen verhaal en vaak is uitleg overbodig.

Neem de irritatie van de aan psoriasis lijdende Marlowe tegenover de arrogante arts in Dennis Potters The Singing Detective. Marlowe: ‘Dokter, zeg eens, zal ik weer kunnen bewegen op mijn eigen twee voeten? Kan ik weer een pen of een tiet vasthouden?’ Dokter: ‘Ik heb een heleboel patiënten gezien die er net zo slecht aan toe waren als u, maar geen van hen reageerde met zoveel agressie als u.’ Marlowe: ‘Wat deden ze dan, zongen ze madrigalen?’

Vergelijkbare dialogen vinden we bij Molière, die evenmin een hoge dunk had van artsen. Misschien zijn de mooiste bijdragen wel die van literaire schrijvers zelf, zonder commentaar. Zo zijn er twee verrukkelijke verhalen van Belcampo, de zichzelf relativerende dokter, en prachtige fragmenten van Toon Tellegen, die in zelfspot niet voor Belcampo onderdoet.

Wellicht een suggestie voor het volgende deel, dat over oud worden zal gaan: nog meer schrijvers zelf aan het woord laten.

Sjaak van der Geest

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden