Doeschka Meijsing is in deze stukken weer heel levend en dichtbij

Ze noemt het magische moment een paar keer, in verschillende stukken. Het moment dat haar leven zou bepalen. De kleine Doeschka leert schrijven. Ze moet een versje opschrijven, over een aap, die Jaap heet en in een bus zit. Ze doopt haar pen in de inkt, trekt lijnen, dik en dun, en dan geschiedt het wonder: 'Al zal het einde der tijden aanbreken, die aap zal in die bus zitten.' Want het staat geschreven. Meijsing zou altijd verliefd blijven op een pen die woorden op papier maakt.

Beeld Hollandse Hoogte

Zes jaar later is er een nieuwe magische ervaring; Doeschka ontdekt de verbeelding. Ze heeft afgesproken met een vakantievriendje, bij een haven. De jongen komt niet opdagen. Thuis in haar schriftje schrijft ze wat ze allemaal samen hadden kunnen doen, in hun bootje. Ze doet de overdonderende ontdekking dat je niet alles zelf hoeft mee te maken, dat je je kunt wapenen tegen het leven dat tegenvalt: 'Ik kon bedenken wat ik wilde!'

Ze werd een hartstochtelijk lezer, zo een die boeken uit het hoofd kent. Ze las The Catcher in the Rye van Salinger, Brideshead Revisited van Evelyn Waugh. Toen de televisieserie verscheen, kon ze 'regel voor regel' met acteur Jeremy Irons mee mompelen. Ook lezen schept een vrijplaats, los van tijd en ruimte, waar je andere levens kunt leven. Het is een illusie, want je moet weer terug, maar je komt er 'bedrogen maar gelouterd' uit.

In haar schitterende dagboeken die vorig jaar zijn verschenen, En liefde in mindere mate, zagen we Doeschka Meijsing als lezend en schrijvend meisje. Een puber, adolescent, jonge vrouw, die melancholiek is en stoere grappen maakt. Een meisje dat hunkert naar liefde en goedkeuring. De stukken in Hoe verliefd is de lezer?, essays over lezen en schrijven (en kijken), die Meijsing schreef tussen 1986 en haar dood in 2012, sluiten daar mooi op aan. Xandra Schutte, die de schrijfster en haar werk goed kende, schreef er een liefdevolle inleiding bij.

Toen ze deze stukken schreef, was Meijsing een gevestigd auteur die lezingen gaf en optrad. Ze was ook jarenlang literair critica, eerst bij Vrij Nederland, later bij Elsevier. Dat deed ze om den brode, want van haar romans kon ze niet leven. (Grappig beschrijft ze hoe op een feestje een econome haar minachtend aankijkt omdat zij dingen produceert waaraan 'de markt geen behoefte heeft'). Maar recenseren paste ook bij haar: zij was een schrijver die zich geestelijk omringde met andere schrijvers, familieleden. Haar recensies en essays zijn altijd persoonlijke, gedreven stukken. Rationeel, emotioneel en met humor.

Essays

Doeschka Meijsing
Hoe verliefd is de lezer?
Samengesteld en ingeleid door Xandra Schutte.
Querido; 312 pagina's; €22,50.

Vestdijk

Ook Simon Vestdijk - populair in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, nu bijna vergeten - hoort bij haar literaire familie, al valt haar bij herlezing op hoe stroef en horkerig zijn stijl is. Toch maakt één zin alles goed, de zin aan het eind van Het glinsterend pantser: 'ja, in de jeugd zijn de dingen het ergste'.

Ook dat citaat staat in diverse stukken, en niet voort niets. De beste stukken in deze bundel gaan over troostrijke ontdekkingen uit haar jeugd. The End of the affair van Graham Greene bijvoorbeeld, dat ze op haar 15de las 'met een grote honger naar meedogenloosheid'. Ook Kuifje is een oude liefde; ze verslond Hergés boeken. Volgens haar is de jonge reporter niet de brave borst die hij lijkt, geen verheven bestrijder van het kwaad: 'Het enige waar Kuifjes geest zich mee bezighoudt is daarheen te gaan waar hij vermoedt dat er iets niet klopt om vervolgens dat tot op de bodem uit te zoeken.' Die rechtlijnigheid bevalt haar.

Meijsing blijft trouw aan oude voorkeuren. De allermooiste actrice is en blijft Sophia Loren: 'Ze had een te grote mond, een te dikke kont, iets te veel boezem om voor fatsoenlijk door te kunnen gaan, en het ergste was dat elke vezel van haar wezen een moraal uitdroeg die niet door de beugel kon.' Marcello Mastroianni is voor altijd de enige man die zij ooit 'ten huwelijk had willen vragen'. De man heeft zo'n alledaags gezicht, hij is zo'n 'kneedbare sympathieke nul' dat hij 'iedereen' is. Daarom moet je van hem houden, vindt Meijsing.

Er komen steeds nieuwe liefdes bij. Jorge Luis Borges is de schrijver voor wiens boek De Aleph zij viel toen ze als 20-jarige 'ongelukkig liep te zijn in mijn eigen huid'; deze schrijver bood haar ontsnapping. Later ontdekte ze Vladimir Nabokov, de in fonkelend Engels schrijvende Rus, de man voor wie het leven was als 'warm brood met verse boter en alpenhoning'. Meijsing en enkele vrienden zouden een geheime fanclub voor hem oprichten: 'Toen Frans Kellendonk, Nicolaas Matsier en ik debuteerden waren we aangestoken door de koorts van Nabokov. Literatuur mocht weer een betoverend spel worden.'

Doeschka Meijsing is in deze stukken weer heel levend en dichtbij. Nu nog de biografie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden