DOELBEWUSTE SIMPLIFICATIES

De onfortuinlijke Amerikaan kan er achteraf om lachen. Met onverholen cynisme, dat wel. Want hoe krankzinnig kan het leven zijn?...

Drie jaar na zijn anti-Bush-pamflet Fahrenheit 9/11 komt de Amerikaanse documentairemaker Moore met Sicko, waarin hij zijn pijlen richt op het Amerikaanse gezondheidssysteem. Sicko gaat níet over de 55 miljoen Amerikanen die onverzekerd rondlopen. De film concentreert zich op de 250 miljoen Amerikanen die wél een verzekering hebben afgesloten. Zij worden, betoogt Moore, door de commercialisering van het verzekeringswezen gereduceerd tot kostenplaatjes.

In Sicko toont Moore zich opnieuw een meester van de retoriek. Hij laat zien hoe een verzekeringsmaatschappij weigert de behandeling van een 22-jarige kankerpatiënte vergoeden omdat zij ‘statistisch’ te jong is om aan kanker te lijden. Een moeder vertelt hoe haar peuter overleed omdat het kind per se naar een goedkoop ziekenhuis moest worden gebracht. Een vrouw verhaalt hoe ze door een ziekenhuis op straat werd gezet nadat bleek dat haar verzekering niet toereikend was om de behandeling te vergoeden.

Dit soort voorbeelden zijn typerend voor de aanpak van Moore: om zijn opvatting kracht bij te zetten, grossiert hij in simplificaties. Alle middelen zijn geoorloofd. Als maar concreet wordt dat de medicijnindustrie en het verzekeringswezen louter zijn gericht op winstmaximalisatie.

Toch is Sicko ook een film waarin Moore een stap probeert te maken. Hij komt zelf minder in beeld en zijn gebruikelijke woede tegen het grootkapitaal heeft Moore ongebogen tot verbazing. Door die ingrepen moet zijn documentaire meer ogen als een oproep om de handen ineen te slaan dan als een venijnig pamflet, zoals Roger & Me en Fahrenheit 9/11 dat waren.

Die aanpak houdt Moore niet vol. Om zijn gelijk te halen, koerst hij tegen het slot van de film naar Cuba, waar de zieken beter af zouden zijn dan in de Verenigde Staten. En ja hoor: voorbeeldige artsen staan in een opgepoetst ziekenhuis klaar om de Amerikaanse patiënten gratis te helpen.

Vanzelfsprekend weet de filmmaker Moore dondersgoed dat in het communistische Cuba altijd officiële afgevaardigden klaar staan om anti-Amerikaanse propaganda te spuien. Toch maakt de zakenman Moore er gebruik van – omdat díe weet dat rellen bijdragen tot een grotere bekendheid van zijn films.

Die rel is er gekomen. De Amerikaanse overheid onderzocht of Moore met zijn missie niet het handelsembargo met Cuba had geschonden. Het onderzoek werd door de filmmaker meteen als een poging tot censuur uitgelegd.

Dergelijk opgefokt rumoer infecteert de inhoud van Moore’s werk. De arbeiderszoon uit Flint heeft een perfecte neus voor de zwakke plekken in de Amerikaanse maatschappij. Maar in zijn ambitie om een wereldwijd publiek aan zich te binden, dwingt hij zichzelf tot capriolen die zijn verhaal geen goed doen. Hij wordt dan de man die geen middel lijkt te schuwen om zijn gelijk te halen. Dat is ook bij een deugdelijke boodschap een onaangename eigenschap.

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden