Interview

Documentairemaker Sergej Kreso: 'Hoe kan het dat iemand terugverlangt naar het azc?'

Interview met documentairemaker Sergej Kreso

Er zijn kinderen die terugverlangen naar de tijd dat ze langdurig in een asielzoekerscentrum zaten. Dat verbaasde Sergej Kreso, zelf voormalig asielzoeker. Hij maakte er een documentaire over.

Sergej Kreso voor het voormalig klooster Sweikhuizen in Schinnen, dat dient als asielzoekerscentrum. hier heeft hij zelf ook gewoond. Beeld Linda Borst

Op Hyves kwam documentairemaker Sergej Kreso (52) ze tegen: de Asielzoeka's. Een groep van achthonderd jonge mensen uit alle hoeken van Nederland, allemaal opgegroeid in asielzoekerscentra. De reden dat ze zich bij de groep voegden: heimwee. Niet naar het thuisland, maar naar het asielzoekerscentrum.

Uit Asielzoeka's: de vrienden Alberto en Arya op het voormalig Azc-terrein Markelo. Beeld .

Het verbaasde Kreso, geboren in Sarajevo en zelf ex-asielzoeker: 'Hoe kan het dat iemand terugverlangt naar het azc?'

Kreso's documentaire, die vanavond wordt uitgezonden op NPO2, portretteert de vrienden Arya (19, uit Afghanistan) en Alberto (26, uit Armenië) en de zusjes Armina en Marela (23 en 25, uit voormalig Joegoslavië). De documentaire laat zien hoe ze na hun jeugd in asielzoekerscentra een toekomst in Nederland proberen op te bouwen. Kreso filmde ze gedurende een jaar.

Zelf woonde hij als dertiger in 1993 gedurende een jaar in vier asielzoekerscentra, samen met zijn vrouw en hun 2-jarige dochter, gevlucht uit zijn geboorteland vanwege de oorlog in voormalig Joegoslavië. Heimwee naar die tijd heeft hij niet: 'Ik was bij elkaar nog geen jaar asielzoeker, maar ik dacht: als ik nog langer in een azc moet blijven wonen, weet ik niet wat er van me gaat worden. Ik had geen invloed op mijn eigen leven. Met mijn gezin woonde ik in een kamertje, zonder enig idee hoe lang het zou gaan duren of wat er met ons zou gebeuren. Zouden we in Nederland mogen blijven of na een paar jaar worden teruggestuurd? Die onzekerheid, dat is misschien wel het minst prettige van het vluchteling-zijn.'

Kreso en zijn gezin kregen uiteindelijk een verblijfsvergunning. In het Limburgse Echt werd hun een woning toegewezen. Hij vestigde zijn naam als documentairemaker.

Toen hij op Hyves de Asielzoeka's ontdekte, zocht hij met een paar van hen contact om erachter te komen waarom ze het asielzoekerscentrum misten. Een van de Asielzoeka's had na veertien jaar in het asielzoekerscentrum een huis in Volendam toegewezen gekregen. Kreso: 'Als iemand hem vroeg waar hij vandaan kwam, zei hij dat hij uit het azc kwam. Niet uit Kabul of Afghanistan. Het asielzoekerscentrum was zijn wereld. Toen wist ik: hier heb ik een film te pakken.'

Vraem luuj

Waarom zou je als buitenlander in Nederland Limburgs leren spreken? Die vraag beantwoordt Kreso in zijn documentaire Vraem luuj (vreemdelingen) uit 2012. Kreso volgde vier buitenlanders die in Limburg zijn komen wonen: een geadopteerde Haïtiaanse jongen, een tamboer-majoor, een Turkse wijkagent en een Sloveense mijnwerkersdochter. Al zijn ze niet Limburgs, ze klinken wel alsof ze uit die provincie komen: om beter te integreren in de Limburgse samenleving hebben ze geleerd om het dialect te spreken. De documentaire was te zien op het Nederlands Film Festival 2012.

Vanuit het raam met elkaar praten

In de documentaire zegt hoofdpersoon Marela uit voormalig Joegoslavië: 'Het leven in het azc was super, je was nooit alleen. Ik heb er veel vrienden aan overgehouden. Ze begrijpen je vaak beter omdat je hetzelfde hebt meegemaakt. De leuke en minder leuke tijden.'

Vervolgens zien we oude beelden, van haar zus Armina als klein meisje. Gillend van plezier scheurt ze de verpakking van een groot cadeau. Om haar heen staan lachende kinderen. Armina kijkt op dezelfde manier naar haar jeugd als haar zus: 'Je was er met families uit andere landen, je had altijd veel kinderen om je heen om mee te spelen. Het was echt mijn thuis.'

Ook de vrienden Arya uit Afghanistan en Alberto uit Armenië zaten samen in een asielzoekerscentrum. Als ze in de film hun oude, inmiddels afgebroken, woonplek opzoeken, lopen ze langs een grasveld. Alberto: 'Hoe vaak heb ik hier niet van jou gewonnen met voetballen?' Even later staan ze op wat de fundering van Alberto's oude woning was. Vanaf dat punt wijst Alberto een paar meter verder. 'Mijn beste vriend Nero woonde daar. We konden vanuit het raam met elkaar praten.'

Uit Asielzoeka's: wooncaravan in Azc-Markelo. Beeld .

Obstakels

Het lijkt alsof de Asielzoeka's het fijn hadden in het azc. 'Het probleem ontstaat', zegt Kreso, 'als zij op zichzelf moeten gaan wonen. Armina schreef op een gegeven moment in haar dagboek dat ze een verblijfsvergunning en een huis had gekregen. Het was feest. Maar een paar dagen na de verhuizing vond ze het vreselijk saai. Het leven dat ze gewend was, bestond niet meer. Ze kon in het azc bij iedereen aankloppen. Nu moest ze afspraken maken om op bezoek te komen. Ze stapte in een onbekend sociaal patroon.'

De ex-asielzoekers ervaren meer obstakels. Armina wil dolgraag een gerenommeerde dansopleiding volgen, maar daar worden alleen meisjes toegelaten die zich daarop vanaf hun 6de jaar hebben voorbereid - ze maakt dus geen kans. Arya studeert, maar moet een jaar overdoen wegens slechte cijfers. Alberto wil een rapcarrière van de grond krijgen, maar werkt in een fabriek. Marela verkeert in een spagaat tussen Nederland, waar ze haar opleiding doet en vrienden heeft, en haar geboorteland, waar ze elk vrij moment probeert te zijn.

Uit Asielzoeka's: de zusjes Armina en Marela op bezoek in hun asielzoekerscentrum Sweikhuizen. Beeld .

Met het vinden van hun identiteit zijn meer jonge mensen bezig, beaamt Kreso. Maar voor wie in een azc is opgegroeid, is het nog moeilijker om te aarden. 'Mijn film is geen politiek pamflet, maar heeft wel een boodschap: wat verwacht je van jongeren die tien jaar in een asielzoekerscentrum doorbrachten? Een azc is geen plek om op te groeien. Deze jongeren zaten zo lang in de procedure dat ze langdurig gedesoriënteerd bleven.'

Alberto vertelt in de film hoe hij zijn toekomst buiten het azc ziet: 'In Nederland heb je veel mogelijkheden je dromen werkelijkheid te laten worden. Je hoort asielzoekers weleens zeggen: 'Waarom zou ik de taal leren? Waarom zou ik naar school gaan? Misschien word ik morgen wel teruggestuurd'. Die gedachte moet helemaal weg.'

Asielzoeka's, 4/2, 23.00 uur, NPO 2 (IKON).

Wonen, leren en werken

Volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wonen in een doorsnee-asielzoekerscentrum 400 bewoners, van 40 verschillende nationaliteiten. Een kwart van de bewoners is jonger dan 18 jaar.

Op 26 januari 2015 waren er in totaal 6.883 minderjarige asielzoekers in Nederlandse asielzoekerscentra.

Kinderen in asielzoekerscentra zijn leerplichtig tot 18 jaar.

Het COA probeert de kinderen bij aankomst in Nederland zo snel mogelijk, in elk geval binnen twee maanden, onderwijs te laten volgen. Jan Willem Anholts van het COA: 'Bij een aantal asielzoekerscentra is er een school op locatie. Is dat niet het geval, dan gaan asielzoekers naar een school in de buurt met een internationale schakelklas, met extra aandacht voor de Nederlandse taal.'

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), of de rechter in geval van beroep, beslist over de asielaanvraag.

De asielzoeker verblijft op het centrum totdat hij een woning krijgt toegewezen. Volgens Anholts kan tijdens de wachttijd begonnen worden met werken of het volgen van een opleiding.

Volgens Annemiek Bots van VluchtelingenWerk Nederland is het streven dat een bewoner binnen drie maanden na het krijgen van de verblijfsvergunning een woning krijgt toegewezen. 'Dat duurt vaak wel langer, aangezien de woningmarkt nu op slot zit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.