Achtergrond Documentaire The Apollo

Documentaire The Apollo schetst de geschiedenis van de legendarische popzaal in Harlem

The Apollo Theater in New York in 1985, tijdens het 50-jarig jubileum van platenmaatschappij Motown. Beeld Ebet Roberts / Getty

Het Apollo Theater in New York was hét podium voor veel van de grootste zwarte musici ooit, zoals James Brown en Ray Charles. De docu The Apollo schetst de geschiedenis en de culturele invloed van het theater.

De beroemdste popzaal ter wereld staat in de wijk Harlem in New York: het Apollo Theater. Hier nam James Brown op 24 oktober 1962 met blazers en de koortjes van de Famous Flames zijn klassieke live-album op (Live At the Apollo), terwijl overzees de Beatles nog op hun barré-akkoorden aan het oefenen waren. Apollo is synoniem voor zwarte muziek. Jazz, soul, vaudeville, gospel, hiphop, blues, alles kwam de afgelopen 85 jaar voorbij in de zaal aan 253 West 125th Street met 1.506 rode pluche stoelen. De inrichting is art deco en er zijn meerdere ringen. Qua sfeer heeft het Apollo wel wat weg van de Kleine Komedie of het theater van de Muppets.

Wie zich tegenwoordig laat rondleiden in het theater wordt ontvangen door een keurig heerschap op leeftijd die je door de geschiedenis gidst. Kleine Stevie Wonder: check. Diana Ross & The Supremes: check. Duke Ellington en zijn big band: check. Ray Charles, Billie Holiday, Prince, Aretha Franklin, Little Richard, Lauryn Hill – allemaal Apollo-gangers. 

Boegeroep

Het kritische publiek in het Apollo Theater geeft zich nooit zomaar gewonnen. Het boegeroep is al even legendarisch als de popzaal zelf. Vooral op woensdagavond, want dat is al sinds de jaren dertig Amateur Night. In zekere zin is het de langstlopende talentenjacht van het westelijk halfrond. Op het podium staat op dan een boomstronk die de deelnemers even aanraken voor geluk. Helpen doet het lang niet altijd. Mindere goden worden met een bezem of een klappertjespistool van het podium gejaagd, terwijl het boegeroep aanzwelt tot orkaankracht. Jimi Hendrix won in 1964 deze talentenjacht. Ella Fitzgerald deed in 1934 mee als 17-jarige. Volgens de overlevering viel haar tekst van de muziekstandaard, waarna ze spontaan begon te scatten: ritmische jazzklanken vanuit de kopstem zonder woorden. Ze kreeg een open doekje en daarmee kwam ze goed weg. Smokey Robinson stond op het podium met zijn Miracles: ‘Het hele concert durfde ik het publiek niet aan te kijken. Ik had mijn blik gefixeerd op de achterwand.’ 

Robinson haalt herinneringen op in de documentaire The Apollo, van de Oscarwinnende regisseur Roger Ross Williams, te zien op Idfa. Prachtig archiefbeeld van musicerende artiesten wordt versneden met interviews over de magie van het Apollo. Daaromheen wordt de sociale context van het theater geschetst.

In 1914 werd het theater geopend als een tent voor burlesque, toen nog onder de naam Hurtig and Seamon’s New Theater. Afro-Amerikanen waren er niet welkom, al stond de tent midden in de zwarte wijk Harlem. Pas toen de club in 1933 weer eens failliet ging, dook ondernemer Sidney Cohen op de zaak. Hij begreep dat een theater midden in in Harlem bij uitstek geschikt is als pleisterplaats voor de zwarte buurtbewoners. Het Apollo zoals we dat nu nog kennen, zwaaide op 16 januari 1934 open, om nooit meer dicht te gaan.

Of nou ja: door de beperkte zaalcapaciteit en de oplopende gages scheerde het Apollo wel een paar keer langs de rand van de afgrond. Dat had ook met een trucje van de muziekgekke Harlemse jeugd te maken. Kaartjes voor de topacts waren duur, te duur. Een vriendenclub kocht daarom één ticket, en de gelukkige spoedde zich naar de bovenste rij om de deur naar de brandtrap te ontsluiten en iedereen gratis binnen te laten. Tegenwoordig is het Apollo een non-profitorganisatie met donateurs en sponsoring van de staat New York. De culturele betekenis van het theater valt lastig te overschatten.

Bloeiperiode

Het pand met de archetypische gevelbelettering was getuige van de zogeheten Harlem Renaissance, de kunstzinnige bloeiperiode van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het theater overleefde ook de straatrellen in de wijk, toen in juli 1964 de 15-jarige zwarte jongen James Powell door een blanke agent werd doodgeschoten. Juist rond die tijd waren de Beatles voor hun eerste tournee in Amerika, en ook zij wilden dolgraag langs het fameuze theater. Paul McCartney, in de film: ‘Het werd ons verboden. Het was te gevaarlijk. Pas bij een volgende tournee zijn we in het Apollo geweest.’

Tussen 1987 en 2008 werd in het theater de tv-hit Showtime at the Apollo opgenomen. In 2018 werd de show hernomen door Fox, met de zwarte komiek Steve Harvey als presentator.  De mengeling van oud en nieuw talent loopt daarom nog steeds door. Het programma is ook goed voor de naamsbekendheid; circa 1,3 miljoen muziekfans en toeristen bezoeken jaarlijks het Apollo.

 Bemoedigend, dat het pand er nog steeds staat, zeker in het sloopgrage New York. Elke avond is er wel iets te doen, van muziek tot stand-up, en van theater tot aan talentenjachten – ook in die zin is het Apollo nog springlevend. En nu een film. Gek eigenlijk, dat dat tot 2019 moest duren, we hebben het hier toch over heilige grond.

Een selectie van de live-albums die in het Apollo Theater zijn opgenomen

Patti Labelle & the Bluebelles: Sweethearts of the Apollo (1963)

James Brown: Live at the Apollo (1963).

James Brown: Live at the Apollo Volume II (1968).

James Brown: Revolution of the Mind: Live at the Apollo Volume III (1971).

James Brown: Live at the Apollo 1995.

B.B. King: Live at the Apollo (1991)

Robert Palmer: Live at the Apollo (2001)

Byron Cage: The Proclamation. Live at the Apollo (2007).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden