FilmrecensieSing Me A Song

Documentaire Sing Me A Song betreurt almacht van technologie ★★★☆☆

Sing Me A Song

Fantastisch shot in Sing Me A Song: de camera zit dicht op het gezicht van een jonge monnik in Bhutan die voorovergebogen een gebed prevelt. Dan zoomt hij langzaam uit en blijkt dat de jongen ondertussen op zijn mobiele telefoon kijkt. Dat hij in een kring zit met andere jongens zoals hij. Die ook op de automatische piloot hun woorden murmelen en naar hun telefoon kijken. De bliepjes van hun schietspelletjes overstemmen hun gebed.

Het is een beeld dat meteen duidelijk maakt wat regisseur Thomas Baldès wil met zijn documentaire Sing Me A Song. Het maakt zichtbaar hoe moderne technologie zich razendsnel heeft verspreid over een tot voor kort pure, ongerepte, traditionele samenleving.

Voor zijn film volgt hij de 17-jarige monnik Peyangki. Baldès filmde hem eerder, negen jaar geleden, voor zijn film Happiness. Toen was het nog een jochie dat met zijn rode appelwangetjes radslagen maakte in bergweitjes. Twee dromen had hij: monnik worden en wonen in een huis met elektriciteit. Nu krijgt hij van een oudere monnik op zijn lazer omdat hij meer interesse heeft in kletsen met zijn vriendinnetje via WeChat dan in het leren van de gebeden.

Bhutan, zo vertellen de openingstitels van Sing Me A Song is het laatste land ter wereld dat televisie kreeg. In de collectieve westerse verbeelding staat de natie bekend om iets anders: het is de plek waar het principe Bruto Nationaal Geluk werd uitgevonden. Een aards paradijs waar welzijn boven welvaart werd geplaatst. Baldès toont wat technologie er voor effect heeft. Meisjes kijken naar onthoofdingsvideo’s en bestellen designerkleding. Jongens spelen computerspelletjes na met plastic wapens. Contact maken ze alleen virtueel.

Het extreme contrast staat voor iets groters, kun je dan zeggen. Terwijl zijn documentaire bijna onmerkbaar fictie lijkt te worden, onderstreept Baldès misschien wel hoe we allemaal onze onschuld zijn verloren door digitalisering, verstedelijking en internationalisering. Een scène waarin Peyangki in een discotheek zit, eenzaam en omringd door mensen die alleen met hun telefoon bezig zijn kan voor iedereen een spiegel zijn. En och, wat is ook dat shot weer schitterend.

Maar net zo makkelijk kun je beweren dat Baldès zich schuldig maakt aan exotisme en mooieplaatjesfilmerij. Hij rammelt niet aan de clichés over de rijkdom van een geestelijk leven en de leegte van consumentisme, maar versterkt ze. Dat gaat wringen: zo eenduidig monsterlijk kan de digitalisering toch niet zijn? 

Documentaire

Sing Me A Song

Regie Thomas Baldès

100 min., in 26 zalen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden