Review

Docu Supersonic brengt scherp in beeld wat Oasis zo goed maakte

Documentaire - Oasis: supersonic

Aan de Oasis-clichés, zoals de ruzies tussen de broers Noel en Liam Gallagher, wordt relatief weinig aandacht besteed. Oasis: Supersonic toont vooral het begin en de pijlsnelle opmars van het zootje ongeregeld.

Noel (links) en Liam tijdens de videoclip van Wonderwall Beeld Jill Furmanovsky

Ze zouden allebei naar de Londense première van de documentaire Oasis: Supersonic komen, Noel (49) en Liam (44) Gallagher, maar was er eigenlijk iemand die ze ook werkelijk allebei verwacht had? We weten toch beter, onderhand?

Liam kwam, Noel liet verstek gaan, Liam was daar woest over en ja hoor, er konden weer wat verse citaten aan de omvangrijke bloemlezing van Gallagher-scheldkanonnades worden toegevoegd. Iedereen die een microfoon onder Liams neus hield, kon er eentje krijgen: 'Nu is het hem niet prestigieus genoeg', zei de gewezen Oasis-zanger, 'maar wacht maar tot die film een prijs wint. Dan staat hij weer vooraan met z'n fucking shandyvriendjes.'

En zo ging dat nog even door. Reuring gegarandeerd als je een film maakt over Oasis, de grootste Engelse rockband van de jaren negentig. Terecht in dit geval, want Oasis: Supersonic is een droom van een rockdocumentaire die alle aandacht verdient, al was het maar omdat de jonge regisseur Mat Whitecross juist niet te gemakkelijk leunt op de smeuïge scheld- en kibbelpartijen tussen de broers. En ook niet op de gecultiveerde verkoopwedstrijdjes tussen Oasis en britpoprivaal Blur, die in Oasis: Supersonic amper worden genoemd.

Oasis: Super-sonic
Documentaire
Regie: Mat Whitecross
122 min, in 42 zalen
Dvd/blu-ray verschijnt 31/10

De concerten in Knebworth (augustus 1996) gelden als Oasis' hoogtepunt: 250 duizend toeschouwers verdeeld over twee avonden. De band zelf noemt een andere avond als ultiem Oasis-moment: 28 april 1996 in Maine Road, het toenmalige stadion van Manchester City, de favoriete voetbalclub van de gebroeders Gallagher.

In Groot-Brittannië haalden niet minder dan 23 Oasis-singles de toptien van de hitlijsten, waarvan zeventien de topdrie. Acht songs werden nummer één, zes haalden de tweede plaats, waaronder ook Wonderwall. Definitely Maybe (1994) was het snelst verkopende Britse debuut-album ooit. Van de twee succesalbums uit de jaren 1994-1995 werden in totaal 37,5 miljoen exemplaren verkocht.

Liam Gallagher op het podium, Manchester, 1996 Beeld Jill Furmanovsky

De ruzies en de Blur-vete; het zijn Oasis-clichés geworden. We weten het onderhand wel en dus wenst Whitecross er niet te veel nadruk op te leggen, overigens zonder de broedertwisten krampachtig te verzwijgen.

In plaats daarvan zoomt hij in op aspecten van Oasis die eigenlijk veel interessanter zijn. Zoals de jeugd van de broers in een armlastig Iers immigrantengezin in de periferie van Manchester. Noel was de schattige jongste van twee broers, tot plotseling dat nakomertje met Napoleontische neigingen zich aandiende. De kleine Liam kreeg prompt alle aandacht en is daar volgens Noel altijd verslaafd aan gebleven.

Hun alcoholistische vader Thomas schold op iedereen, maar sloeg Liam zelden. Moeder Peggy en Noel kregen de hardste klappen.

'In zekere zin heeft mijn vader mijn talent in me geramd', vertelt Noel, in gesprek met regisseur Whitecross, die alle interviews zelf deed. Je hoort hem niet en ziet hem niet, maar kunt wel vaststellen dat hij een uitstekende interviewer moet zijn. Zo rustig en openhartig als Liam tegen Whitecross praat, hoorden we hem nog maar zelden - en dat terwijl het universiteitsjongetje uit Oxford niet bepaald een soort-genoot is van de straatjongens uit Manchester.

Whitecross is een regisseur die keuzes durft te maken. Een film over de hele loopbaan van Oasis (1991-2009) zag hij niet zitten en dus zoomt hij in op de gloriejaren: de pijlsnelle opmars van 1992-1994 (wat maakten de bandleden verrassend veel filmopnamen in die jaren vóór de mobiele telefoon!) en de torenhoge pieken van Wonderwall (1995) en de twee legendarische concerten in Knebworth, augustus 1996, deze zomer twintig jaar geleden en de apotheose van de film.

Oasis filmposter

Tweeënhalf miljoen Britten belden de ticketlijn; 'slechts' 250 duizend zagen op 10 en 11 augustus hoe de Oasis-gekte zijn piek bereikte, grootse meebrullers als Don't Look Back In Anger de status van volksliederen kregen en de voormalige werkloze schooiers uit Manchester de koningen van Groot-Brittannië werden. 'Is it my imagination/ or have I finally found something worth living for?'

Whitecross' keus voor een afgebakende periode, van opkomst tot piekmoment, pakt voortreffelijk uit. De vertelling houdt vaart en brengt scherp in beeld wat Oasis in die jaren zo vreselijk goed maakte: het Beatle-eske melodieuze vernuft van Noel, de branie, het charisma en de vlijmscherpe sneer van Liam, de rock-'n-roll-impact van de Sex Pistols, de incidenten, de koppen in de tabloids en altijd dat sluimerende escalatie-gevaar.

Noel Gallagher speelt gitaar, 1995 Beeld Jill Furmanovsky

Het eerste optreden buiten Engeland (in Amsterdam, februari 1994) moest uitgesteld omdat de hele band behalve Noel op de veerboot was gearresteerd na een vechtpartij. Tijdens de eerste Amerikaanse tournee liep Noel boos weg, tijdens de tweede Liam. In de Whiskey A Go Go in Los Angeles stond Oasis zo stijf van de crystal meth dat elk bandlid een ander liedje stond te spelen. Maar áls het klopte, dan bracht Oasis als geen andere rockband je testosteron aan de kook. En wát een songs; laten we vooral dat ook niet vergeten.

Oasis was een verademing na de grimmigheid en het chagrijn van de Amerikaanse grunge. 'Is it worth the aggravation/ to find yourself a job when there's nothing worth working for?', sneerde Liam, een op het oog 'grunge-achtige' verzuchting, maar toen de roem eenmaal kwam, gedijde Oasis daar schaamteloos goed bij. Drugs, adoratie, media-aandacht en lekkere wijven, Kurt Cobain ging eraan onderdoor, maar Oasis zei: 'Let's fookin' 'ave it!'

Het eiste allemaal wel zijn tol, dat kon ook haast niet anders. Trouwe vrienden uit de roadcrew haakten af. Bandmakkers als 'Guigsy' en 'Bonehead' uiteindelijk ook. Over de Knebworth-concerten doen de broers, onafhankelijk van elkaar, opmerkelijke uitspraken. 'We hadden daar het podium af moeten lopen en nooit meer terug moeten komen', zegt Liam. 'De groeten, wij wáren Oasis.'

Hoogtepunten

De concerten in Knebworth (augustus 1996) gelden als Oasis' hoogtepunt: 250 duizend toeschouwers verdeeld over twee avonden. De band zelf noemt een andere avond als ultiem Oasis-moment: 28 april 1996 in Maine Road, het toenmalige stadion van Manchester City, de favoriete voetbalclub van de gebroeders Gallagher.

Noel Gallagher in de Abbey Road-studio, Londen, 1995 Beeld Jill Furmanovsky

Noel: 'We hadden toen moeten verdwijnen in een rookwolkje.'

In plaats daarvan zou Oasis nog ruim twaalf jaar bestaan. De albums waren nu eens matig, dan weer redelijk geslaagd, maar ze fonkelden nooit meer als Definitely Maybe (1994) of (What's The Story) Morning Glory? (1995). Als liveband bleef Oasis een opwindend fenomeen, maar toch: de piek was geweest. Mat Whitecross én de broers Gallagher slaan in Oasis: Supersonic een toon aan alsof Oasis er eigenlijk in augustus 1996 mee kapte.

Op bezoek in Amsterdam vertelde Whitecross dat Noel en Liam aanvankelijk wat argwanend waren: welk verhaal wilde hij precies vertellen? En hoe dan? Ze wisten zelf niet eens dat er zo veel prachtige filmbeelden uit de vroege jaren bestonden.

Whitecross wist ze te overtuigen. Vooral Noel hamerde erop dat de film voelbaar moest maken hoe anders de popindustrie nog in elkaar stak in het midden van de jaren negentig, de tijd die hij in de film aanduidt als 'het pre-digitale tijdperk, the pre-talent show era', waarin een zootje ongeregeld uit de working class nog de gelegenheid kreeg om onwaarschijnlijk grootschalig door te breken en een hele generatie, zelfs een heel land nieuw elan te geven.

Hoe anders is het nu, in het tijdperk waarin de popmuziek zo versplinterd is geraakt dat bijna alles gedoemd is niche te blijven. Zo onbevattelijk mega worden als Oasis kan haast niet meer in het versnipperde popaanbod. Het lijkt soms wel alsof alleen posh kids het zich nog kunnen veroorloven om in een bandje te spelen.

Dát moest de boodschap zijn, vond Noel Gallagher, en hij kreeg zijn zin, al was het wellicht moeilijker voor Whitecross geweest om dat níét voelbaar te maken. 'De dingen betekenden toen gewoon meer', zegt Noel - en als fan van toen kun je weinig anders dan weemoedig knikken en je afvragen of je eigenlijk wel wilt dat moeder Peggy Gallagher haar jongens weer tot elkaar brengt.

Greatest hits

In Groot-Brittannië haalden niet minder dan 23 Oasis-singles de toptien van de hitlijsten, waarvan zeventien de topdrie. Acht songs werden nummer één, zes haalden de tweede plaats, waaronder ook Wonderwall. Definitely Maybe (1994) was het snelst verkopende Britse debuut-album ooit. Van de twee succesalbums uit de jaren 1994-1995 werden in totaal 37,5 miljoen exemplaren verkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.