Doctor Faustus

Het genie kent geen liefde

Doctor Faustus is Thomas Manns meest pretentieuze roman. Het pretentieuze zit hem in de constructie en in de bedoelingen die Mann met Doktor Faustus heeft. Hij wilde een Nietzsche-roman schrijven, het voorspel en het eindspel van de Tweede Wereldoorlog (en daarmee het lot van Duitsland) becommentariëren; maar het boek moest ook een verhulde autobiografie worden.

Adrian Leverkühn, de held van Doktor Faustus, ís Thomas Mann, de meedogenloze kunstenaar, meedogenloos voor zijn omgeving maar ook voor zichzelf, de kunstenaar die zijn leven radicaal in dienst stelt van zijn kunstenaarschap. En daarmee is Doktor Faustus de meest pregnante verbeelding van het eeuwige thema in Manns werk: de strijd tussen de kunstenaar en de burger, tussen het geniale en het normale, tussen het monster en de mens, tussen de ijskoude sfeer van de kunst en de warmte van de menselijke liefde.

Mann baseert zijn verhaal losjes op het zestiende-eeuwse volksverhaal van doctor Faustus: een geleerde verkoopt zijn ziel aan de duivel in ruil voor een afgemeten periode van genialiteit. In het boek van Mann gaat het niet om een geleerde maar een kunstenaar, een componist om precies te zijn, genaamd Adrian Leverkühn. Diens creativiteit raakt op zeker moment in het slop. Hij wordt bezocht door de duivel, die hem een voorstel doet: Leverkühn zal 24 jaar lang geniale composities kunnen schrijven maar dan zal hij sterven. En er is nog iets. Gedurende die 24 jaar zal hij niet meer tot menselijke liefde in staat en tot kilte verdoemd zijn.

Leverkühn, meedogenloos en gedoemd kunstenaar als hij is, gaat akkoord, en dat is niet eens zozeer een offer als wel de acceptatie van wat hij als kunstenaar eigenlijk al is en moet zijn: kil en afgescheiden van alle warme menselijke betrekkingen. Hij kan de constatering van de duivel dus alleen maar onderschrijven: 'Een algehele afkoeling van je leven en je relatie met de mensen ligt in de aard van de dingen, - of veeleer, ze ligt al in jouw aard.' Kilte en kunstenaarschap: ze zijn, zoals gezegd, in Manns visie onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tot zover het volksverhaal, waaraan Mann feitelijk niet meer dan het pact met de duivel ontleent.

Veel meer ontleent Mann aan de levensloop van Friedrich Nietzsche. Leverkühn haalt zich syfilis op het lijf, de ziekte die uiteindelijk, net als bij Nietzsche, langzamerhand via geestelijke aftakeling tot de dood zal leiden. De beroemde bordeelscène, die in elke biografie over Nietzsche breed wordt uitgemeten, komt tot in de kleinste details terug in het verhaal over Adrian Leverkühn. Maar zoals gezegd, Mann zou Mann niet zijn als hij zijn eigen levenskeuzes, zijn eigen karakter en sommige van zijn eigen lotgevallen niet op zijn held projecteerde.

Maar niet alleen in de held projecteert Mann zijn persoonlijkheid. Ook de verteller Serenus Zeitblom, de pedante, levenswijze en enigszins bekrompen burger, is een projectie van de persoonlijkheid van de schrijver. Mann spaart zichzelf dus niet: hij weet dat in hem de kunstenaar en de burger strijd leveren. Hij wil ook zijn minder heroïsche, angstige, geborneerde kant aan de openbaarheid prijsgeven, waarbij zijn ironisch vermogen hem heel goed van pas komt. Het gaat te ver om te zeggen dat Serenus Zeitblom de eigenlijke held van deze roman is, maar hij is in zijn herkenbare onvolmaaktheid, in zijn opvattingen en met zijn hebbelijkheden beslist de meest menselijke figuur in Doktor Faustus.

Zoals in al zijn romans bedient Mann zich ook hier van de montagetechniek. Hij schiep nooit uit het niets: al zijn romanfiguren zijn ofwel nauwkeurige kopieën van personen die hij gekend heeft (de zusters Rodde uit Doktor Faustus van zijn eigen zusters) of gedeeltelijke portretten van historische personen (Adrian Leverkühn van Friedrich Nietzsche, van de componist Hugo Wolf en ook van de schrijver zelf).

Het is de kracht van Thomas Mann dat hij met deze montagetechniek personen weet te creëren d

ie meer zijn dan spreekbuizen voor zijn ideeën; het zijn gestalten die leven en die je bijblijven. En het is de kracht van zijn romans, dat deze, hoewel het ideeënromans zijn, niet in iets bloedeloos abstracts verzanden maar een duidelijke plot bezitten, inclusief nevenplots.

De vertaling van Thomas Graftdijk (overleden in 1992) uit 1985, die in deze Perpetua-uitgave ongewijzigd is overgenomen, heeft nog niets aan kracht en trefzekerheid ingeboet. Daarmee logenstraft ze het in de vertalerswereld rondzingende adagium dat elke vertaling na dertig jaar verouderd (of als ontoereikend ontmaskerd) is en dus moet worden overgedaan. En dit is een des te groter compliment omdat deze roman in al zijn gecompliceerdheid en met al zijn verschillende taalregisters uiterst moeilijk te vertalen is.

Over het nawoord van Connie Palmen kunnen we kort zijn. Na een paar nauwelijks ter zake doende persoonlijke herinneringen en enkele citaten en parafrases uit Manns eigen Die Entstehung des Doktor Faustus te hebben gelezen, denk je dat ze eindelijk met een eigen visie op de roman zal komen. Vol verwachting sla je de bladzijde om - en stelt vast dat het nawoord eindigt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.